AANPAK VERSLAVINGEN

 


 

AANPAK VERSLAVINGEN

 

Soms word ik gegrepen door ervaringen en door wat ik lees. Op 1 juli stond er een artikel in de Volkskrant. Een artikel met de kop: “De IJslandse jeugd is van de drank af”. Uit het artikel blijk dat de IJslandse jeugd niet alleen de drank liet staan, maar ook de wiet en sigaretten. De overheid had ze met tal van acties aan het sporten gekregen. De cijfers waren verbluffend. Waar in 1998 bijna de helft van de 15/16 jarigen in IJsland wel eens dronken was geweest, bleek dat in nog maar 5 %. Het cannabisgebruik daalde van 17 % naar 7 % en het percentage jongeren dat dagelijks rookte van 23 naar 3 %. In het uitgebreide artikel viel mij één uitspraak op: “Vroeger was je een uitzondering als je op je veertiende niet dronk. Het mooie is: nu ben je een uitzondering als je dat wel doet.”

Ik ga al jaren met mijn zoon op vakantie naar de noordelijke eilanden in de Atlantische Oceaan en het verbaasde mij met regelmaat over hoe op de eilanden omgegaan wordt met de jeugd, de saamhorigheid op die eilanden en de activiteiten gericht op de jeugd. Reeds in mijn reisverslag over een vakantie op IJsland (2007) schreef ik over een waarneming: “Wat ook opvalt is het grote aantal jongeren dat bezig is in het plaatsje aan de openbare ruimte en in het haringmuseum. Het blijkt in deze regio gewoon te zijn voor scholieren, die drie maanden zomervakantie hebben, dat ze tegen betaling vakantiewerk kunnen doen voor de gemeente. Misschien een ideetje voor onze gemeente.” Nadien constateerde ik soortgelijke zaken op mijn vakanties op de Faroer eilanden, de Shetlands of de Orkney’s. Wat mij ook keer of keer opviel waren de vaak zeer goede en uitgebreide sportfaciliteiten voor soms heel weinig mensen.

Zo schreef ik in 2013 in het reisverslag over een bezoek aan Whalsay (Shetlands): “Wat opvalt is het hoge niveau van de voorzieningen. Bij het schooltje lag een multifunctioneel sportveldje wat op deze zaterdag, terwijl de school dicht is, vrij toegankelijk was. Wat voor ons echter onvoorstelbaar was is de omvang van de sportvoorzieningen. Een groot leisurecentrum, zwembad, en voetbalterrein gecombineerd met speelvoorzieningen voor de kleinsten. Voor ongeveer 1000 inwoners in onze ogen wel heel veel voorzieningen van hoge kwaliteit.”

In het reisverslag over een reis naar de Faroer eilanden dit jaar is te lezen dat mij een aantal dingen opviel. Bijvoorbeeld dat scholen, hoe klein ook, beschikken over sportfaciliteiten zoals een voetbal of handbalkooi, vaak gecombineerd met basketbal. Ook hoe gemeenschapszin bevorderd wordt of in stand gehouden . Zo woonden wij een roeiwedstrijd bij met Faeröereese roeiboten. Toen we aankwamen waren er al tientallen aanwezig. Uiteindelijk telden we er omstreeks veertig in 6, 8 en 10 persoonsuitvoering. Veel boten kenden zowel een mannen- als een vrouwenteam. Alleen de sekse van de stuurman of vrouw is onbepaald.  Buiten de wind, en zo nu en dan een buitje, was de sfeer fantastisch. Veel dorpen of eilanden kennen hun eigen team. Nog meer dan met voetbal is dit de manier om de competitie met de andere dorpen aan te gaan. Mij verbaasde het in wat voor sfeer dat gebeurde. Gemoedelijk en tegelijkertijd competitie gericht. De boten werden gekoesterd en met liefde omringd. Een enkele keer zag ik dat het voorste uiteinde van de boeg voor de tewaterlating werd omarmd en soms gekust. Toen de wedstrijd, wegens te harde wind, werd afgeblazen viel mij op dat dit gebeurde zonder wanklank of protesten. De boten werden aan de kant gehaald en uit het water en gingen weer op de trailers. De gemeenschapszin wordt bevorderd door de roeiwedstrijden en de liefde voor het gemeenschappelijke onderhoud van de gekoesterde boten.

Dit soort bijeenkomsten getuigen in mijn ogen van een gemeenschapszin waar ik jaloers op ben. Toen we op een avond thuis kwamen was er een punt van verwondering. Op ‘ons’ strandje bevonden zich een zestal tienermeisjes die wat (warms) dronken en op een vuurtje marshmallows roosterden. Wat later deden ze een spelletje met houten plankjes. Ik zie het bij ons in Bergen op Zoom niet zo snel gebeuren dat op een totaal verlaten strandje zes meisjes uren lang in het half duister al keuvelend en in alle rust met eenvoudige houten plankjes een spelletje doen. Een samenleving als op de Faeröer lijkt soms zo simpel, maar ik ben er jaloers op. Zij hebben nog iets wat wij zijn kwijtgeraakt. Je hebt geen luxe of mobieltjes nodig om als mannen/jongens onder elkaar te zingen over het (harde) leven (een andere waarneming) of als meiden/ vriendinnen onder elkaar op een strandje in de buurt de avond door te brengen.

Het Volkskrant artikel laat zien dat die aanpak in IJsland en op de andere eilanden werkt en door mijn waarnemingen worden bevestigd. In de IJslandse opzet blijkt de aanpak van 13/16 jarigen met veel sport belangrijk, waarbij ook de ouders betrokken worden. Meer tijd besteden aan je kinderen en weten waar ze zijn en wat ze doen. Ik besef dat de schaal van IJsland (circa 300.000 inwoners) een andere is dan Nederland. Toch kunnen de IJslandse lessen waardevol zijn. Ook onze jeugd verdient de beste start naar volwassenheid die we hen kunnen geven.  

 

 


 

 

VAKANTIE 2016 DENEMARKEN – RIBE

 


 

VAKANTIE 2016 DENEMARKEN – RIBE

 

14 oktober 2016
ribe-000
Omstreeks tien over vier in de morgen vertrokken we, uitgezwaaid door Ank, met zijn drieën voor een korte vakantie richting Ribe. Alexander was de eerste bestuurder. Hij rijdt helemaal op de Tom-Tom. Ik ben een bestuurder die geheel de route bepaalt op de plaatsen op de borden die ik in mijn hoofd heb. Voor Ribe is dat: Dordrecht/Utrecht/Amersfoort/Apeldoorn/Hengelo/Osnabrück/Bremen/Hamburg/Kiel/Kolding/Ribe. Nabij Hengelo was de eerste stop. Even de benen strekken en naar de WC. Omstreeks 6.30 uur gingen we de eerste grens over. Tussen Osnabrück en Bremen nam de verkeersintensiteit snel toe en verschenen de eerste stukken met wegwerkzaamheden. Bij het benzinestation waar we tankten nam ik het stuur over. Alexander had ons 345 kilometer op weg gebracht. Carola werd op de achterbank onder haar oranje dekentje ook even wakker. Ik reed nog geen 10 minuten toen Alexander  ook naar dromenland vertrok. Tot Bremen geen enkele file. Ook de vele wegwerkzaamheden betekenden geen echte vertragingen. Pas bij Hamburg ging het echt fout. Meer dan een halfuur vertraging door een file. Op de Tom-Tom verschijnen dan alternatieve routes.  inclusief de berekende tijd die met het gebruik ervan bespaard zou kunnen worden. Alexander, de ervaren Tom-Tom rijder is dan geneigd er gebruik van te maken, ook als dat betekent je storten in de verkeersdrukte van een stad als Hamburg. Ik heb die neiging totaal niet. Ik geef mij niet graag over aan een machine of computer. Ik blijf liever op voor mij bekend terrein ( de route naar Ribe of omgeving heb ik reeds twee keer eerder gereden). Zolang de vertraging te overzien is en het verkeer niet echt stilvalt, hou ik vast aan bekend terrein. De vertraging was te wijten aan zeer omvangrijke werkzaamheden. Na de hectiek van de wegen om Hamburg stopten we op een pleisterplaats waar we, tot onze verrassing, ook op onze tochten naar de Faröer eilanden, eerder waren gestopt om de benen te bewegen en even naar de WC te gaan. Op de grens met Denemarken was een grenscontrole door bewapende soldaten. Het verkeer werd getrechterd en een enkele auto werd er uitgepikt. Wij werden al rijdend gemonsterd. Maar een Ford KA met drie inzittenden en een hoop troep biedt op het oog niet zoveel plaats voor personen die Denemarken buiten wenst te houden. We mochten door. Al snel kwam de afslag Ribe. De laatste circa 70 kilometer reden we over een provinciale weg en genoten van het landschap en al snel kwam van Alexander de verzuchting: ” wat voor vikingschatten liggen hier nog verborgen?”. Ik moest lachen, want op het zelfde moment had ik de gedachte: “wat zou Alexander hier graag zoeken in die  mooie net gefreesde akker”.

Het Ribe Byferie Resort was snel gevonden. Het complex heeft het karakter van een gewoon woonwijkje. Het ligt tegen het centrum van Ribe aangeplakt. We waren te vroeg. Pas om drie uur ging de receptie open. Twee uur wachten is niet zo zinvol. We besloten dan ook naar het centrum te wandelen en wat te gaan drinken en eten. Ik was toe aan een warme kop chocolademelk. Alexander en ik herkenden veel. Bij onze laatste reis naar de Faröer eilanden hadden we Ribe op de heenreis ook al bezocht. Het was een wandeling vol herkenning. Voor Carola was het allemaal nieuw. Ze verwonderde zich over de vele mooie en in haar ogen bijzondere huizen, waaronder vakwerkhuizen. Wat opvalt is de zorg en oog voor details die hier nog aan de huizen wordt besteed. Veel ijzer en smeedwerk is het bekijken waard.

ribe-001

De eerste stop was de kerk en het klooster van Sint Catharina. Het is de derde kerk op die plek en dateert uit de vijftiende eeuw. De kerk en de kloostergang zijn een bezoek meer dan waard. 

ribe-002

ribe-003

ribe-004

Daarna bracht de wandeling ons bij een pinautomaat en bewonderde we een poortplafond waarop iemand zijn playmobiel collectie had ingezet om mensen met verwondering omhoog te laten kijken.

ribe-005 ribe-006

Het Deense geld is voor een archeoloog als Alex iets bijzonders. En laat zien hoe trots het Deense volk is op haar geschiedenis. Ieder biljet bevat een archeologisch voorwerp en is met enig speurwerk zelfs de vindplaats op het biljet te vinden.

ribe-007

Na een bezoek aan het toeristenbureau. Kwam onze maag aan de buurt. Carola stuurde onze keus naar een bijzondere herberg de Weis Stue, gelegen vlak bij de kathedraal van Ribe. Een herberg waar de inrichting sinds 1704 niet veranderd zou zijn. Deze gelegenheid is een bezoek zeker waard. Het gebouw, de inrichting en het eten maken een bezoek tot een belevenis. Zeker voor mensen zoals wij. Alexander was jaloers! Aan de muur hing een Hollandse faience plooischotel. Op wat schilfertjes na, inclusief voet, geheel gaaf. Hij had met al zijn opgravingen alleen scherven mogen beroeren.ribe-009We lieten het Deense donkerbier (Alexander) en de warme chocolade melk met slagroom (Carola en ik) goed smaken. Het eten ( Carola een zalmsalade met brood en Alexander en ik een wel heel ruim aangeklede burger met friet), was het geld, 600 kronen, zeker waard. Ik weet ook al wat Carola bij een volgend bezoek zeker met smaak zal nuttigen. Terwijl we op de bestelling wachtten, had ze de taarten op tafel eens goed bekeken. We komen zeker terug, al was het maar voor het gebak. Alexander zette de herberg eens goed op de foto. De eigenaar vond het allemaal goed. Zelfs als we een deel van zijn inventaris even verplaatste om mooie foto’s te maken van de vele prachtige Hollandse en Friese tegels uit de zeventiende en achttiende eeuw.

ribe-008

ribe-010

Daarna brachten we een bezoek aan de kathedraal van Ribe. Een gebouw grotendeels uit de twaalfde eeuw, waar eeuw na eeuw zaken aan zijn toegevoegd en men niet bang is om dat ook nu nog te doen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw nog een aantal kleurrijke en moderne muurschilderingen. Zowel in de bezochte kerk als in de kathedraal is de maritieme geschiedenis herkenbaar in aan het plafond hangende schepen.

ribe-011 ribe-012 ribe-013 ribe-014 ribe-015

Omstreeks vier uur betraden we doodmoe het appartement. Al gauw was Alexander op de bank onder zeil gegaan. Carola ging daarna een uiltje knappen en ook ik dommelde zittend en lezend met regelmaat in slaap. We besloten, zo moe als we waren, niet uit eten te gaan. Maar even een supermarkt, de Føtex, te bezoeken. Carola reed ons heen en weer. We aten thuis gekomen brood, kaas, salade en de met liefde door Carola bereidde soep. Om circa negen uur zocht ik na een vermoeiende maar mooie dag, met zelfs een beetje zon, mijn bed op.

15 oktober 2016
Vandaag is er uitgeslapen. Na het wakker worden hebben Carola en Alexander mijn verslag van 14 oktober gelezen. Natuurlijk was ik het meest opzienbarende vergeten. Carola vond iets zodanig zout dat ze de frieten, die ze van mijn bord en het bord van Alexander at eerst ontdeed van de zeezout korrels. Vandaag stond in het kader van het vinden van viking bloed (een mede wijn). De tocht langs de via google aan ons bekende slijters leverde niets op, behalve een locatie die gespecialiseerd zou zijn in de beste mede van Esbjerg. Het bleek een ‘ Engelse ‘ spraakverwarring. Het bleek een slager. Navraag in het naast gelegen Britannia Hotel leverde van de receptioniste de gouden tip op. Het was een eind lopen maar hosanna, zes flessen werden ingeslagen. Ook pa kreeg een bevlieging en kocht twee cadeaus, die nog even ‘geheim’ blijven. Het mag wat kosten! Helaas was de gezochte Deense cider ook hier niet verkrijgbaar de zoektocht naar Tempt gaat voort, hopelijk wordt ook die Deense ‘ viking’  schat in deze vakantie nog gevonden. Dan kan Alexander met een goed gevoel de thuisreis op enig moment aanvaarden. Gewapend met dozen drank trotseerden wij de elementen. Het waaide stevig en onder dreigende wolken,  maar met een rijke buit, bereikten we veilig de auto. Op de heenreis naar Esbjerg was het aan de andere kant van de weg bijna filerijden. Er moest een ferry aangekomen zijn. Zou het de Norröna zijn? Pas op de  terugweg werd het duidelijk. Het was niet die mooie dame, maar een blauwe ferry die op Harwich Engeland vaart.

ribe-016

Die zoektocht bracht ons bij de witte mannen op de oever, die naar de einder staren. Daar maakten we een wandeling over het strand. Richting het noorden ging het letterlijk voor de wind. De terugtocht met, voor mijn gevoel een koude zuiderstorm, viel mij veel zwaarder.

ribe-017

Daarna de supermarkt Kvickly bezocht. Veel lekkers ingekocht, maar ook hier niet de gezochte cider. Vervolgens met Carola aan het stuur de richting naar Ribe weer ingeslagen. Het werd een slingertocht door een aantal dorpjes met kerkjes. Stora Darum (reformatorisch) en Vislev (rooms katholiek). Beide kerkjes waren open. In het kerkje in Darum was een vrouw aan het stofzuigen en ze was zeker bereid onze vragen te beantwoorden. Het kerkhof zag er niet alleen tot in de puntjes verzorgd uit, het was door de grafmarkeringen in onze ogen ook heel bijzonder. Vroeger waren de meeste grafkavels familiekavels. Maar de families werden kleiner en verhuisden deels. Nu hebben mensen ook vaak minder te besteden en worden dan meer bij elkaar, zonder familiebinding, in een rij begraven.

ribe-018 ribe-019 ribe-020 ribe-021Het kerkje in Vislev leek wel ontworpen door dezelfde architect. Maar dat bleek niet waar. Het was een kerkje uit de 15e eeuw op een plaats waar al in de dertiende eeuw een kerkgebouw stond. Op het oudste deel van het kerkje was circa 100 jaar geleden bij werkzaamheden een oude schildering bloot gelegd. 

ribe-022

Na enig beraad (iedereen (te)moe) toch besloten uit eten te gaan. Er bleek geen plek in de Weis Stue. Ook hotel Dagmar bleek geen plek te hebben voor drie personen. Maar gelukkig had Carola door dat onder het hotel nog een restaurant zat: Vaegterkaeldere. Er bleek nog een tafel vrij. Als voorgerecht koos Carola voor een zalmmousse. Het was niet lekker, hij was naar haar zeggen heerlijk! Alexander en ik kozen voor de gegrilde ossencarpaccio. Het bleek een carpaccio van rosbief. Het smaakte ons goed. Als hoofdgerecht koos Carola voor een burger. Hij was groot en machtig maar viel na de heerlijke zalmmousse toch een beetje tegen. Alex ander en ik kozen voor een schol, met wat fileerwerk was dat een heerlijk visje. Met de drankjes mee kostte het 870 dkk. De bediening was vriendelijk. Ook hier in een kelderrestaurant veel Hollandse en Friese tegels. 

ribe-023

16 oktober
Vandaag hebben we circa 4 uur doorgebracht in het Ribes Vikinger museum. in 2011 waren we er al eerder geweest, maar toen was de tijd die we hadden te kort om alles te zien. Nu was de collectie ook nog meer gericht op de Vikingen, omdat een deel van de oude collectie was vervangen door meer gedetailleerde informatie over de christelijke Viking periode. Alexander en Carola genoten. Daarna werden er inkopen gedaan in de museum winkel. We besteden er bijna 1700 Dkk. We kregen zelfs gratis een mooie tas om alles in te doen. Er zat ook iets bij voor bij de kerstdis. Vervolgens vertrokken we, met Carola aan het stuur, voor een tocht door het gebied ten zuiden van Ribe. We hebben bij Gram een stop gemaakt om het Gram Slot te bezoeken, waarbij we  ‘met gevaar voor eigen leven’ een houten brug passeerden die bewoog onder onze stappen. Het houten brugdek had betere tijden gekend. Daarna hebben we een deel van het slot van binnen bekeken, waarbij de oude keuken met grote kookkachel en de wijnkelder de nodige indruk maakten. Nabij het slot was ook een opstelling van het skelet van een complete potvis.  

ribe-024 ribe-025 ribe-026We stopten voor diverse kerkjes, om uiteindelijk af te koersen op het eiland Rømø waar op het zuidelijkste puntje een wandeling werd gemaakt over de ‘boulevard’.  Alexander en ik zochten al snel een gebied op met minder wind, maar Carola begon aan een nieuwe carrière: het fotograferen van ganzen, eenden en ander gevogelte in een door Alexander en mij ervaren vliegende koude storm. Uiteindelijk startten we wel een zoekexpeditie toen zij, gezien de barre en nevelige omstandigheden, voor ons onverklaarbaar lang wegbleef. Gelukkig werd deerne Carola snel in verwaaide toestand aangetroffen en konden de magen gevuld gaan worden.

ribe-027Na enig zoekwerk werd, ondanks dat de kaart slechts in het Duits en Deens was, gekozen voor restaurant Landgangen. Als voorgerechten werden gekozen: zalmsalade (Carola), kipsalade (Louis) en krabsalade (bleek een garnalensalade) (Alexander). De voorgerechten voldeden aan de verwachtingen. Carola was heel tevreden. Mijn geroosterde kip werd ook door iedereen gewaardeerd. Als hoofdgerecht ging Carola voor de Husets steak. Die ging er vlot in en smaakte uitstekend. Alexander en ik gingen voor een pepersteak. Het vlees was uitstekend en Alex genoot, langzaam steeds roder wordend, van de wel zeer gepeperde steak. Voor mij was de steak té gepeperd. Carola constateerde dat ze mij nog nooit zo snel mijn drankje had zien drinken. Toen zij mijn bord voor de saus en de frieten en salade overnam begon zij ook roder te worden en dronk eerst de cola van Alexander op en bestelde daarna maar snel nog een cola. De ober was een oudere man die soms als een Joop Doderer in “Dinner for One” voorover dreigde te vallen door een loopgebrek en zo snel en zo voorover gebogen deed hij zijn werk. In tegenstelling tot de butler uit “Dinner for One” was hij wel nuchter. Met rode konen en gloeiend genoten we van de maaltijd. Ik bracht de familie in het donker weer veilig thuis in Ribe.

17 oktober
Vandaag zijn we naar Kolding geweest. Een mooie middeleeuwse stad met een kasteel dat in de vorige eeuw vanuit een ruïne is herbouwd. Grotendeels is binnen de muren van de ruïne een gebouw in het gebouw gerealiseerd, maar wel op een bijzondere manier.

ribe-028 ribe-029 ribe-030 ribe-031

Hierbij was  niet alleen oog voor de constructiedoelstellingen, maar ook voor schoonheid. Dat mocht duidelijk extra geld kosten. Tijdens ons bezoek was het een drukte van belang met honderden kinderen die stuk voor stuk tot prinsen, prinsessen en ridders werden omgedoopt en met houten zwaarden en schilden die zij zelf van heraldisch kentekenen hadden voorzien en die gevechten aangingen. Ook was er oog voor middeleeuws eten en de bereidingswijzen. Van de geuren kregen wij zelfs trek.

ribe-032 ribe-033 ribe-034 ribe-035 ribe-036

Daarna werd de reis naar Flensburg ondernomen om bij een soort van Makro, maar dan belastingvrij, vooral dranken in te slaan voor Alexander. Daarna hebben we hotel Waldschlösschen in Schleswig opgezocht. De kamers zijn mooi en de bediening in het restaurant was zoals in 2011. Wel was er enige teleurstelling dat de lamschotel van toen niet meer op de kaart stond. Maar de keuze was er niet minder om. Carola koos als voorgerecht voor een vleesbouillon. Alexander en ik voor een carpaccio. De voorgerechten voldeden aan de verwachtingen. Als hoofdgerecht volgde Carola het dagadvies van de ober. Een gerecht met vlees van de rug van het rund en van de wang. Ze had er geen spijt van. Alexander koos voor filetpuntjes van het kalf en ik koos voor filet van een snoekbaars. Carola en Alexander wilden hier ook wel van proeven. Alles viel in goede aarde. Alleen de geroosterde koolraappuree, die  bij de snoekbaars geserveerd werd, viel niet in de smaak bij Carola. Mijn bord werd dus niet volledig door haar geplunderd. Als dessert nam Alexander een 21 jaar oude Jamaicaanse rum en Carola een ijscoupe. Beide genoten. Dit alles met de drankjes voor 160 euro. Tijdens de maaltijd werd besloten morgen na het ontbijt (8.30 uur) via de hanzestad Lübeck naar huis te rijden. Wij gaan morgen dus nog wat extra kilometers maken. Maar Alexander zag uit naar het kennisnemen van wat de oude stad Lübeck voor moois te bieden had.

18 oktober
Voor het eerst in een vakantie met Alex en Carola een overnachting in een hotel. Dat betekent Carola aan het ontbijt. Ik ken Carola’s eetvermogens bij een diner of lunch, maar ik mocht dat niet eerder aanschouwen bij een ontbijtbuffet. Het werd geen teleurstelling. Bijna alles werd geproefd/gegeten, zo leek het. Zelfs Duitse worst. Die viel haar tegen, maar de gebakken bacon bleef verdwijnen. Zelfs toen we de ontbijtzaal verlieten, lopende langs het buffet, verdween er nog een plakje. De ontbijtkosten werden er dik uitgehaald. Aan klant Carola werd met de 7.50 euro per persoon niets verdiend. Het ontbijtbuffet was in kwaliteit en kwantiteit gewoon goed. Wel bleek dat de kinderen, toen ik al op één oor lag, de dag ervoor nog genoten hadden van de hotel spa en in het bubbelbad besloten hadden dat we via Lübeck de thuisreis zouden aanvaarden. In het bubbelbad hadden ze goede adviezen gekregen om de achterhuizen van Lübeck eens goed te bekijken. Via Kiel zijn we over provinciale wegen van Schleswig naar Lübeck gereden en vonden een parkeerplek in het westelijk stadsdeel op ongeveer 10 minuten lopen van de historische binnenstad. In de ruim vijf uur dat we door de stad liepen hebben we hooguit een vijfde van de binnenstad bekeken. Hoogtepunten waren de Sankt Marien kathedraal en de daarin aanwezige elementen, zoals een kosmische klok, een veertiende eeuws doopvont en voor mij de 14 gebroken kruizen, een kunst/herdenkingsporject 14-18 van Günther Uecker.

ribe-037 ribe-038 ribe-039 ribe-040 ribe-041

Ook het poortgebouw aan de Holstenplatz is bijzonder.

ribe-042

Ook beklommen wij de toren van de Petrikkirche. Hoewel ‘beklimmen’ misschien iets te veel is gezegd aangezien zeker 80 % van de klim per lift ging. Het uitzicht was prachtig. 

ribe-043 ribe-044

Het meest opvallende (tip van de bubbelbad liefhebber) waren de steegjes/hofjes achter de huizen langs de hoofdstraten., die gebouwd zijn op de achter de huizen aan de doorgaande straten gelegen percelen. Dit zijn kleine huisjes die alleen bereikbaar zijn via poortjes in de huizen aan de doorgaande straten. Veel van deze steegjes zijn door hekken en deuren afgesloten. Maar die wel een openbaar karakter hebben, zijn zeker de moeite waard. 

ribe-045 ribe-046 ribe-047 ribe-048

Ook de moeite waard was de ervaring in Café Erdapfel. Een gelegenheid waar allerlei varianten (allemaal vegerarisch) van een gepofte aardappel , gevuld met allerlei zaken, werden verkocht. In de praktijk een volledige maaltijd. Een restaurantformule die ik nog nooit ergens had gezien. Maar om half drie was de tent nog steeds met ruim dertig personen afgeladen. Mocht een horeca ondernemer interesse hebben? Ik heb een spijskaart met een afbeelding, geïnspireerd door van Gogh’s aardappeleters,  meegenomen. Zou er in ons Bergen op Zoom zo’n gelegenheid zijn, dan zou ik er zeker vaste klant worden. Voor vijf en halve euro per persoon aten Carola, Alexander en ik onze vingers er haast bij op. Omstreeks 5 uur in de middag aanvaardden we de reis naar huis, waar Ank ons  weer in de armen sloot.

Met vriendelijke groet
Louis van der Kallen 

 


 

 

VAKANTIE 2012 SHETLAND EILANDEN

 


 

VAKANTIE 2012 SHETLAND EILANDEN

 

15 mei
Vandaag in alle vroegte met Alexander in de KA vertrokken naar Schiphol. Onderweg veel regen, die na het parkeren op de P3 (langparkeren) verminderde. We hebben ons verbaasd over het ‘nieuwe’ inchecken, maar uiteindelijk lukte het wel en leverden we onze koffers in. Na wat rondhangen op Schiphol, stapten we in voor onze vlucht met KLM Cityhopper naar Edinburgh met een Embraer 190. De vlucht vertrok op tijd en kwam op tijd aan. Hoewel koel was het weer prachtig, de zon kwam geregeld door de wolken. Toen begon het stressen. Hoe moesten we over stappen en zouden onze koffers wel automatisch doorgaan naar de andere vlucht. Op het vliegveld van Edinburgh was niet alles zo logisch geregeld als op ons eigen Schiphol. Op de borden wel een vermelding van de vlucht naar Sumburgh (het vliegveldje van de Shetland eilanden maar geen vermelding van de gate! Uiteindelijk vonden we het op tijd. We bleken niet met FlyBE te vliegen maar met Loganair een regionale Schots maatschappijtje. We vlogen met een Saab SF 340A/340B en met bijna 30 medereizigers was het toestel bijna vol. Ook deze vlucht vertrok op tijd en kwam op tijd aan. Het geluid van de motoren was voor mijn gevoel oorverdovend. Het was dan ook een verademing toen we aankwamen en de rust in onze oren weerkeerde. Nog nooit hadden we zo snel onze koffers. Binnen enkele minuten waren ze er en was iedereen verdwenen. Omdat we eerst even naar de WC waren geweest, ontdekten wij als laatsten dat het auto verhuurbedrijf (Avis Bolts Car Hire) zich niet in de vertrek/aankomsthal bevond, maar dat er een mevrouw stond met een bord met onder andere onze naam er op. We werden in een busje geladen en gingen in een razend tempo rond het gehele vliegveld om aan de achterzijde afgeleverd te worden bij een container waar Avis Bolts Car Hire is gevestigd en we snel aan de sleutels werden geholpen van onze gloed nieuwe knal rode Kia Picanto. We kregen een voorschrift mee voor het afleveren van de auto. Dat kon gewoon aan de voorzijde van het vliegveld bij de vertrek/aankomsthal met de instructie: “Leave the keys on te sun-visor and DO NOT lock the car”. Dat zal in Nederland niet zo snel het aflevervoorschrift zijn!
Na enige gestuntel lukte het om met de auto weg te rijden en ik koos zeer bewust voor de in mijn ogen verkeerde kant van de weg. We gingen links rijden. Binnen de eerste vijfhonderd meter kwam de eerste verrassing we kruisten met de auto de start- en landingsbaan en kwamen daarbij een stoplicht tegen. Ik keek toch heel bewust of ik op de baan of in de lucht iets zag aankomen. Dat bleek niet het geval en zo reed ik voor het eerst van mijn leven zelf over een landingsbaan. 

 

En zo stonden we midden op de landingsbaan met onze auto

Het links rijden is voor mij een vreemde gewaarwording. Afslaan is een denkproces maar het lukte en we kwamen veilig in Lerwick aan, vonden een parkeerplek en gingen op zoek naar een supermarkt en het toeristenbureautje. We wuifden via een webcam naar Ank. In het toeristenbureautje hoorden we “geen actuele opgravingen” gebrek aan geld, jammer voor Alexander, dus geen nieuwe ervaringen in den vreemde. Uiteindelijk kwamen we ook een minimarket tegen en deden we wat boodschappen. Ten opzichte van de prijzen thuis, was alles in onze ogen duur. De complimenten aan onze eigen Jumbo. We vervolgden de route naar ons gehuurde huisje in Lower Voe. The Picking Shed troffen we in goede orde aan met de sleutel op de deur. Maar dat was overbodig, want wij kregen de deur, zo bleek later, niet op slot.

shetland02

Het rode huis met zwarte dak links is de komende 14 dagen ons thuis

Na veel getob kregen we de Wi-Fi verbinding aan de praat en waren we ook via internet verbonden met de rest van de wereld en met thuis (Ank). De inrichting van het huisje was knus en heel persoonlijk. Wat opviel waren de vele schilderijen van schepen en beelden/landschappen van de Faeröer eilanden. Dus de goede herinneringen aan onze vorige vakanties op de Faroër kregen we erbij. Omstreeks zes uur gingen we eten in het restaurant op een minuut lopen bij ons vandaan, het Pierhead Restaurant. Officieel was het restaurantgedeelte op de bovenverdieping. Daar aangekomen was het leeg en koud. Al snel kwam een vrouw ons vertellen dat het eten geserveerd werd op de begane grond. Het cafégedeelte was warmer en ooit ingericht en nauwelijks onderhouden. Wat opviel was de grote antieke brandkast waarin zo bleek de boekhouding werd opgeborgen. De kaart was sober en bevatte tot teleurstelling van Alexander geen lam. De prijzen waren naar onze begrippen laag. We kozen als voorgerecht een garnalensalade (circa 6 euro), die voldeed aan de verwachtingen. Het betrof een lokale garnaal die het midden houdt tussen de Noorse en onze Hollandse garnaal. Alexander koos als hoofdgerecht mosselen en ik kabeljauw. De mosselen (lokaal gekweekt door onze huisbaas) smaakten uitstekend, vooral de ‘saus’ een soort soep, was bij Alexander favoriet. Mijn kabeljauw was zeker vers en vooral groot. De korst was heel lekker. Beide gerechten waren circa 10 euro geprijsd. De drankjes cola en seven-up kosten 1,15 euro. De malt whiskey Highlander Park was nog geen drie euro, ook een koopje. Al met al waren we 34 pond kwijt (ongeveer 38 euro). Niet te veel geld voor een maaltijd in een café met mannen die, deels in ketelpak en kaplaarzen, zo van hun werk kwamen en deels een taal spraken waar wij vrijwel geen Engels in herkenden.

Natuurlijk zijn er Shetland pony's op de Shetland eilanden

Natuurlijk zijn er Shetland pony’s op de Shetland eilanden

16 mei
Vandaag zou het weer bar en boos worden. We hadden ons programma daar op afgesteld. Eerst zou Alexander uitslapen. Daarna werd het een museumdag. Voordat we weggingen kwam de huisbaas nog langs om te vragen of alles OK was? We memoreerden het slot. Hij demonstreerde hoe de deur wel op slot kon. Door slijtage was de deur gaan verhangen, maar met de juiste krachtige ruk omhoog kon de boel op slot gedraaid worden; dat bleek het geval. Hij bleek ook een kunstenaar met brede talenten. Veel van de schilderijen is ons huisje bleken van zijn hand waaronder alle van de Faeröer eilanden. Geïnspireerd door ons enthousiasme kwam hij op het idee ons meer van zijn werk te laten zien en nodigde ons uit op de zolder van het huis. Het luik daar naartoe was ons nog niet opgevallen. We kregen een inkijk in zijn werk: schilderijen en aardewerk. Zeker het aardewerk was knap, veel dieren uit de omgeving en vikingen. In zijn werkplaats was nog meer te bewonderen. Wij beloofden een keer te komen kijken. 
Daarna vertrokken we naar het Shetland museum in Lerwick. Het museum bleek gratis en de collectie en de wijze van uitstalling bleek van top kwaliteit. Menig museum in Nederland kan er iets van leren, De presentatie over de geologisch, archeologische, culturele, economische en sociale geschiedenis was zeker de moeite waard. Alexander schafte, net als gisteren, bij het bureau voor toerisme weer een stapeltje archeologische boeken aan Bij navraag in het museum of ze iets wisten over actuele opgravingen werden we verwezen naar de erfgoed organisatie die actief is op de eilanden. Ook werd uitgelegd hoe daar te komen. Het was een korte wandeling langs de haven. Ter plaatse was een lokale archeoloog graag bereid Alexander uitleg te geven en we kregen een kaartje mee waarop de locatie, en hoe er te komen, was aangegeven.
Om zes uur gingen we naar de Pierhead, maar de kok kon het werk wegens een grote groep op de eerste verdieping niet aan. Het verzoek was kom over 5 kwartier terug. Dat deden we graag.
Alexander ging wandelen naar de kerkruïne aan de overkant van de Voe waarop wij vanuit ons huisje uitkijken. Om kwart voor acht gingen we weer richting Pierhead. Als voorgerecht namen we allebei gefrituurde kipstrookjes met chili saus. Het smaakte goed en was de prijs zeker waard. Als hoofdgerecht nam Alexander gepaneerde gamba’s die hij zich goed liet smaken. Ik koos voor een kip-curry. Voor mij iets te sterk gekruid. Alexander snoepte er van mee en vond het lekker. Hij dronk bij het eten een pint Strongbow, ik nam een halve pint van dat appelgoedje. Als dessert nam Alexander weer een schotse Whiskey nu een Mcallen. Dat allemaal voor nog geen 40 euro.

17 mei
De dag begon met mooi weer. Toen ik om 5.00 uur opstond was het een en al zonneschijn. Tegen 8.00 uur betrok de lucht en regende het soms een beetje. Om circa 10.30 uur vertrokken wij naar het zuiden in de gedachte de Old Scatness opgraving en Jarlshof te bezoeken. Op de heenweg probeerden we tevergeefs de Broch of Burraland en de Levenwick Broch te vinden. Bij de eerste kwamen we via de openbare weg niet in de buurt. Toen we het later op de iPad opzochten bleek dat we op twee plaatsen over een hek hadden moeten klimmen om een pad te volgen naar de broch. De broch bij Levenwick hebben we niet aangetroffen mogelijk is hij als zodanig, voor de relatieve leken die wij zijn, niet herkenbaar.

Zicht op Sandwick

Zicht op Sandwick

Daarna gingen we door naar de Old Scatness. Tot onze teleurstelling bleek deze opgraving tot 27 mei gesloten. Gelukkig kunnen we deze dus voor ons vertrek toch nog gaan bekijken. Jarlshof was wel open. De site is een beleving! 5000 jaar geschiedenis in beeld gebracht met de restanten van de behuizingen die de mensen toen bouwden. De 5,50 pond toegangsprijs zeker waard. Ook hier werden weer wat archeologische boeken aangeschaft. We spraken uitgebreid met de beheerder, de heer Steven Dockrill. Alexander herkende hem van TV- afleveringen van time team. Op het einde van ons bezoek aan Jarlshof wachtte ons nog een verrassing in de regen dook een televisieploeg op die een uitzending ging maken over de ‘Noorse’ longhouses ter plaatse. De programmaleider was de schot Neil Oliver die bekend is van het BBC programma over de schotse kusten en de serie over de geschiedenis van Schotland.

Archeoloog, historicus en BBC TC presentator Neil Oliver hier huis uit de vroege IJzertijd in Jarlshof voor opnamen van een nieuwe aflevering van "The History of Schotland".

Archeoloog, historicus en BBC TC presentator Neil Oliver hier huis uit de vroege IJzertijd in Jarlshof voor opnamen van een nieuwe aflevering van “The History of Schotland”.

 

 

Viking Longhouse

Viking Longhouse

 

 

Bovenaanzicht van een zogenoemd 'wheelhouse'

Bovenaanzicht van een zogenoemd ‘wheelhouse’

 

 

Bijgebouwen van een 'wheelhouse' Haard in het midden van een 'wheelhouse'

Bijgebouwen van een ‘wheelhouse’ Haard in het midden van een ‘wheelhouse’

Hierna gingen we in een stortbui richting Lerwick voor een paar stekkers en betere kaarten. We willen immers vinden wat we zoeken, zeker als het restanten van gebouwen of opgravingen betreft. 
Daarna gingen we onder een steeds blauwer wordende hemel terug naar de thuisbasis in Lower Voe. Onderweg viel het steeds weer op hoe bruintinten het landschap domineren. Dit in tegenstelling met de Faeröer eilanden waar groen de boventoon voert. Hele valleien en bergen/heuvels zijn bedekt met veen. Dit veen zorgt voor de bruine kleur. Ook het afstromende water is bruin tot zwart van kleur. Alleen in het zuiden van Mainland (het grootste eiland) is meer groen en veel minder veen en het afstromende water daardoor ook helder. 
Natuurlijk aten we weer in de Pierhead. Als voorgerecht nam ik mosselen en Alexander gepaneerde paddenstoelen/champignons. De mosselen waren de prijs zeker waard. De gepaneerde champignons (3 stuks) met knoflookmayonaise waren lekker, maar naar onze maatstaven relatief aan de prijs (6 euro). Alexander nam als hoofdgerecht coquilles (5 stuks) in champignon-wijn-room saus. Dat was smullen vers en voor een prijs die in onze ogen belachelijk laag was (13 euro). Ik nam een hoofdgerecht genaamd ‘gammon’ met ei. Het bleek een gerookte ham te zijn op een Spaanse wijze bereid. Voor mij iets te zout maar verder van hoge kwaliteit. Met de drank mee waren we ook nu het bekende bedrag van circa 35 pond kwijt.

Een monument voor omgekomen vissers

Een monument voor omgekomen vissers

18 mei
De dag begon met regen maar de BBC gaf aan dat het weer zou opknappen. We zouden die dag naar Mousa gaan. Dat is een eilandje met een vrijwel complete broch, alleen de bovenkant ontbreekt. Een broch is een versterkte woning. Deze zou omstreeks 2000 jaar oud zijn.
De tocht naar Mousa is een vaartocht in een open bootje met daar een verblijftijd van omstreeks 3 uur. Het eiland is onbewoond en een natuurreservaat. Op de heenweg naar de afvaarplek hadden we nog wat regen maar daarna werd het droog en brak de lucht op een aantal plekken open. Het vinden van de afvaarplek gaf de nodige problemen. We hadden geboekt, maar op de bevestiging noch op de website stond een adres of afvaarlocatie. De bordjes op de doorgaande weg leidden naar twee locaties. Op de ene was een mededeling te zien dat de afvaarten vertrokken van de andere locatie. Toen we daar aankwamen bleek de wachtkamer open en het bijbehorende informatiecentrum (onbemand) open. Toen de vertrektijd naderde en ik in de verste verte geen boot zag rees de twijfel en besloot ik aan iemand, die in de buurt aan het werk was, te vragen waar de boot zou vertrekken. Hij vertelde dat het de komende twee weken nog op de andere locatie zou zijn. We spoedden ons daar heen. Rare jongens die Shetlanders!
Bij het inschepen was er iets bijzonders te zien. In de haven zwom een zeehond rond die wel trek had in een visje. De schipper lokte hem een paar keer naar een steiger waar met grote voorzichtigheid een vis (kabeljauw) werd gevoerd. Het beest was zeker niet tam maar wel in voor een vis waarvoor hij niet hoefde te werken.

De overtocht was over ruw water. De boot schommelde geregeld hevig. Ook op de aanmeerplek zagen we een zeehond. Het eiland Mousa is vooral zompig en grotendeels bedekt met veen, maar vooral ook glad. Ik ging een keertje onderuit. Even daarna passeerden we de 60ste noorder-breedtegraad. Buiten een modderige broek bleef de schade beperkt. Advies: neem schoenen mee met een behoorlijk profiel. De broch en de natuur op het kale eiland is indrukwekkend. Hoe konden mensen in een tijd dat wij nog rieten hutjes bouwden zulke grote bouwwerken oprichten? Waarbij je moet bedenken dat er op z’n klein eilandje nauwelijks mensen konden wonen, gezien de beperkte mogelijkheid van voedselproductie. Op het eiland waren veel soorten vogels te zien en we spotten ook een groepje zeehonden die genoten van het zo nu en dan even doorgebroken waterige zonnetje. De overtocht terug was zo mogelijk nog ruwer. 
We gingen weer eten in de Pierhead. De buitenlucht was reden dat Alexander meer trek had dan anders en tweemaal het voorgerecht kipreepjes bestelde. Ik koos net als gisteren voor de mosselen. Alexander koos als hoofdgerecht, net als gisteren voor de scallops. Ik probeerde een gerecht met de naam Fishermans Galley Pie. Dit gerecht van ongeveer 10 euro smaakte uitstekend!! De keuze zeker waard.

Broch van Mousa uit de 1ste eeuw n.Chr.

Broch van Mousa uit de 1ste eeuw n.Chr.

 

 

Broch van Mousa uit de 1ste eeuw n.Chr. In de broch, in het midden een bron voor zoet water

Broch van Mousa uit de 1ste eeuw n.Chr. In de broch, in het midden een bron voor zoet water

 

 

De trap in de broch

De trap in de broch

 

 

Een reconstructie van een broch

Een reconstructie van een broch

19 mei
Vandaag zijn we Lower Voe uitgereden door via B9071 naar het zuiden te rijden om bij Bixter via de A971 naar Veensgarth en daar via de B9074 naar Scalloway te gaan. Op deze route hebben we tal van vergezichten en meren gepasseerd. We stopten met regelmaat en Alexander maakte veel foto’s. Langs de B9071 ter hoogte van de West Hill of Burrafirst stuitten we op een rij recent gestoken veenplaggen. De lokale bevolking mag voor eigen gebruik het veen nog steeds steken!

 

vers gestoken turf

vers gestoken turf

 

een heel lief lammetje

een heel lief lammetje

 

 Op de 60ste Noorderbreedte graad

Op de 60ste Noorderbreedte graad

In Scalloway hebben we het lokale museum bezocht. Een groot deel van de expositie ging over de Shetland/Noorwegen bus, de manier waarop het verzet in Noorwegen in 1940/45 werd ondersteund. Deze expositie was deze week geopend door de premier van Noorwegen. In de haven lag nog een Noors oorlogsschip. Daarna bezochten we de kasteelruïne die gelegen is nabij het museum. Het was geopend dus we hoefden niet op zoek naar de sleutel. Als het kasteel gesloten zou zijn, is de sleutel bij het museum te leen. In Scalloway was vandaag ook een car boot sale, maar in tegenstelling met wat de regelmatige BBC kijker in Nederland zou denken stelde het niet veel voor. Het was een 30 april rommelmarkt met pakweg 10 auto’s bemand met het gehele gezin.
Na Scalloway hebben we de eilanden Trondra en West en Oost Burra bekeken en gewandeld over het strandje bij Duncansclett dat het zuidelijke deel van West Burra verbindt met het noordelijke deel. Daarna zijn we terug naar ons huisje gereden waarbij we de route door Weisdale genomen hebben, de B9075, die leidt door het enige ‘bos’ van de Shetlands (Kergord Forest), een bosje van pakweg 50 bij 80 meter.

shetland19
Op de terugweg hebben we ook getankt en onder andere een exemplaar van de The Shetland Times gekocht. Dit is een wekelijkse krant met nieuws dat iedereen ‘raakt’! Zoals de volle maan (inclusief foto), de grootste opgeviste Sint Jacobschelp van 120 meter diepte enz. Maar ook rechtbank nieuws met onder andere de kop “Fined for stupidity”! Het ging over een 19 jarige die onder invloed van alcohol was gaan staan voor een zeer langzaam voortbewegend voertuig. Voor deze actie kreeg hij 200 pond boete, voor de andere misdragingen die in het vonnis werden mee genomen nog eens 250 pond. Een ander kwam goed weg nadat hij eveneens onder invloed van alcohol in de nacht luid roepend een bankje had omgeschopt, een misdraging waar 6 maanden gevangenis op staat, de Sheriff Court meende echter dat een verder strafoplegging niet nodig was omdat hij het afgelopen jaar zijn leven had verbeterd. We zullen niet meer mopperen over het nieuws in BN/deStem, wel over de gangbare strafmaten in Nederland. Zes maanden voor het omschoppen van een bankje! Dan zouden de gevangenissen in Nederland na een gemiddeld weekeinde van menig grotere stad al overbevolkt kunnen zijn.
Wat ons opvalt is het grote verschil tussen de Shetlands en de Faeröer eilanden als het gaat over kerken. Deze eilandgroepen liggen relatief dicht bij elkaar en vertonen veel gelijkenissen, maar zijn op de Faeröer eilanden de kerken de mooiste en opvallendste gebouwen van een dorp, op de Shetlands vallen ze niet echt op en is de staat van onderhoud veelal bedroevend. 
We hebben weer gegeten op ons vertrouwde adres in de Pierhead. Dit keer gingen we qua gerechten op herhaling.

Scalloway Castle

Scalloway Castle

 

De Great hall van Scalloway Castle

De Great hall van Scalloway Castle

20 mei
Vandaag hebben we het gebied op Mainland bekeken dat ten westen ligt van Twatt en Bixter. We hebben vrijwel alle wegen in dat gebied bereden en alle dorpen aangedaan. Hierbij definiëren we een dorp als er meer dan vier huizen zijn. Bijna al de dorpen kennen geen echte kern. Wat ook opvalt is dat we in dit westelijke deel van Mainland geen enkele levensmiddelenwinkel zijn tegen gekomen en geen enkele pinautomaat. Wel komen we op de gekste plaatsen, zelfs in een volkomen leeg buitengebied telefooncellen tegen. Op zich is dit niet verwonderlijk omdat we in een groot deel van dit gebied geen mobiel bereik hadden. Zonder auto is het wonen in dit gebied dus moeilijk. De mensen zijn vriendelijk en in het verkeer zeer voorkomend. Dat moet ook wel als passeren geduld en aanpassing vergt. 
Nu we de afvaartplaatsen voor de ferry’s hebben bezocht, weten we dat een bezoek aan Foula per schip en Papa Stour geen eenvoudige opgave is. Naar Foula kan je alleen per schip als je er ook twee nachten verblijft. Gezien het feit dat het een klein eiland is zonder opmerkelijke archeologie, zien we er deze vakantie van af. Bij de afvaartplaats naar Papa Stour was geen afvaartentabel te vinden, wel een telefoonnummer om te boeken. Ook voor dit eiland geldt dat alleen een kort bezoek de moeite waard kan zijn. Er is wel een opgraving geweest, maar wat er nog van te zien is kunnen we nu niet achterhalen.
Wat in dit gebied wel de moeite waard is, maar een stevige zompige wandeling vergt, is een bezoek aan Staneydale Temple! De resten van een steentijd bebouwing die vermoedelijk een religieuze betekenis had of de behuizing was van een hoofdman. Een andere site was Scord of Brouster, de resten van een steentijd bebouwing. Beide locaties zijn meer dan 5000 jaar oud.

De overblijfselen van de Staneydale tempel

De overblijfselen van de Staneydale tempel

We hebben weer gegeten op ons vertrouwde adres in de Pierhead. Dit keer gingen we grotendeels qua gerechten op herhaling, alleen Alexander zijn hoofdgerecht was voor ons nieuw. Hij had een kipgerecht, een soort ingepakte kip nuggets, het smaakte hem uitstekend maar hij vond het wat weinig als hoofdgerecht.

Graven van omgekomen vissers op het kerkhof van Lerwick

Graven van omgekomen vissers op het kerkhof van Lerwick

 

Zicht op de dorpjes Brake en Meal Zicht op Lerwick

Zicht op de dorpjes Brake en Meal

 

Zicht op Lerwick Vuurtoren op zuidpunt van Bressay

Zicht op Lerwick

 

Zicht op Lerwick

Zicht op Lerwick

 

Vuurtoren op zuidpunt van Bressay

Vuurtoren op zuidpunt van Bressay

21 mei
Deze dag verliep geheel anders dan we ons hadden voorgenomen. Een bezoek van onze huisbaas veroorzaakte een omgooien van ons oorspronkelijk plan om op zoek te gaan naar de mogelijk lopende opgravingen in het zuiden van Mainland. Hij vertelde dat hij over een half uurtje met zijn boot, samen met een monsternemer, een bezoek zou gaan brengen aan een paar van zijn percelen hangcultuur mosselen en vroeg of we zin hadden om mee te gaan. Natuurlijk stonden we een half uur later klaar op de pier. We vertrokken in zijn open boot vanaf de pier maar in plaats van naar zijn percelen te gaan, draaide de boot naar een drijvend platform dat een dertigtal meters vanaf de pier in het water van de Voe lag. In plaats van dat het een boothuis was, wat wij dachten, bleek het een hut waar een Vlaming bleek te verblijven, die al drie jaar op een traditionele manier een roeiboot aan het bouwen was. Eerst had Guido Claes zich het vak door veel praten met eilanders, die een dergelijke boot bezaten of hadden gebouwd, eigen gemaakt. Zijn werk zag er prachtig uit. De geheel houten boot met koperen nagels was een mooi stukje vakmanschap.

De boot van Guido Claes

De boot van Guido Claes

Daarna koersten we richting de mosselpercelen. Een leuke vaartocht waarbij Keith ons wees op de vele nesten tegen de rotsen waaronder dat van een ravenpaar. De monsters werden genomen en tevens wat extra kilo’s die, toen we op de pier stonden, voor ons bleken te zijn. Vanavond wordt het dus zelf koken in plaats van eten in de Pierhead.
We besloten naar Lerwick te gaan en nu de stad zelf te verkennen en om de noodzakelijke inkopen te doen voor een goede mosselmaaltijd. Het bleek een prachtig stadje te zijn met veel mooie kerken en andere gebouwen. De Town Hall van Lerwick is prachtig. Niet alleen van buiten, maar toen ik brutaal als ik ben, ook naar binnen ging en Alexander me na mijn roepen volgden bleek op aangeven van wat bleek de “hallkeeper” het gebouw een prachtige Council Chamber te bevatten met heel veel wapenschilden en glas in lood ramen.

Stadhuis van Lerwick

Stadhuis van Lerwick

 

De raadszaal in het stadhuis

De raadszaal in het stadhuis

Hoewel van buiten mensen niet uitgenodigd worden om binnen te gaan en het gebouw dus niet openbaar lijkt, werden we gastvrij ontvangen en werden alle vragen door ‘hallkeeper’ Billy uitgebreid beantwoord. De overheid in Lerwick heeft/neemt de tijd om gasten te ontvangen. De Town Hall van Lerwick is een bezoek zeker waard. In mijn ogen rechtvaardigt dit gebouw alleen al een bezoek aan de Shetlands.
Na thuiskomst deed Alexander zijn best om een excellente mosselmaaltijd te bereiden met de peen, prei, uien, peper, zout en peterselie. De echt verse mosselen smaakten heerlijk. Ik wist niet dat in mijn zoon een chef-kok huisde!

shetland30

22 mei
Vandaag zijn we naar het meest zuidelijke puntje van Mainland gereden om daar te kijken naar de tegen en in de rotsen nestelende vogels en mogelijk walvis- of dolfijnachtigen te spotten. De laatsten hebben we niet gezien, de vogels bij honderden, waaronder de Atlantic Puffin (papegaaiduiker), een merkwaardig vogeltje dat huist in de rotsen.

shetland35 shetland34 shetland36

Daarna zijn we opzoek gegaan naar lopende opgravingen. Die bij Toab, waarvan we luchtopnamen hadden gezien bleek reeds volledig afgesloten en het terrein was weer in gebruik genomen door een boer. De opgraving nabij Loch of Huesbreck waren de archeologen aan het afdekken. De opgraving zelf was wegens gebrek aan middelen stilgelegd. Alexander was in zijn nopjes een kreeg wat tips voor nadere bezichtigingen en er werd voor komende maandag een afspraak gemaakt voor bezoek en rondleiding op de opgraving bij Old Scatness. Daarna gingen we op zoek naar een broch bij Dalsetter Wynd (één van de tips). De wandeling naar de broch liet ik over aan Alexander omdat ik last had van een voet en lopen pijnlijk was. Ik wachtte in de auto. Hij had hem gevonden en gefotografeerd. Toen gingen we op zoek naar een ondergestoven kerkje aan de Channer Wick. Deze zoektocht verliep minder succesvol en we staakten na enige tijd de zoektocht. Morgen gaan we hier zeker naar terug om van een andere kant de wick te benaderen. 
We hebben weer gegeten op ons vertrouwde adres in de Pierhead. We gingen qua gerechten grotendeels op herhaling. Alleen ik nam dit keer een gepaneerde Haddock. Deze smaakte uitstekend.

De opgraving bij Browster House

De opgraving bij Browster House

23 mei
Vandaag was het weer een mooie zonnige dag. We worden verwend door de weergoden! Vandaag zijn we naar Leebitten/Sandwick gereden, omdat Alexander wou wandelen naar een broch die gelegen is recht tegenover de broch op Mousa. Ik bleef achter bij de pier omdat het lopen mij zwaar viel door de pijn in mijn linker voet. Nadat Alexander teruggekeerd was, hebben we via de A970 de B9122 genomen die ons onder andere naar Bigton bracht waar we ijsjes en koud water kochten bij de buurtwinkel (naar wij weten het enige winkeltje bezuiden Lerwick).

Een heel luxe bushokje

Een heel luxe bushokje Broch van Burraland

 

Broch van Burraland

Broch van Burraland

Daarna het strand tussen Mainland en Sint Ninian’s Isle bezocht en bewandeld. Dit is een uniek natuurlijk fenomeen. Het strand vormt de verbinding tussen twee eilanden, is ongeveer 100 meter breed (bij laag water) en circa 500 meter lang. Het water in de Sint Ninian’s bay (zuidkant) en de Bigton Wick (noordzijde) is op een zonnige dag als vandaag prachtig blauw. Als je de palmbomen er bij denkt zou je kunnen denken dat je op een tropisch eiland bent beland. De watertemperatuur van hooguit 8 graden doet je wel weer ontwaken uit die droom.
Op Sint Ninian’s eiland hebben we de restanten van een kapel bezocht waar in 1958 een echte schat werd gevonden. Na uren genoten te hebben van de mooie uitzichten zijn we weer naar ons huisje in Lower Voe gereden.
We hebben weer gegeten op ons vertrouwde adres in de Pierhead. Buiten de bekende gerechten heb ik deze keer ook om de dessertkaart gevraagd. Mijn keuze viel op een “Strawberry Crush” met ijs. Dit was wat mij betreft geen gelukkige keuze. Het betrof een soort gebak dat zo uit de diepvries leek te komen. Het feit dat we tot gisteren niemand een dessert hadden zien nemen was daar mee verklaard.

Het verbindingsstrand tussen Mainland en Sint Ninian's Isle

Het verbindingsstrand tussen Mainland en Sint Ninian’s Isle

 

Het verbindingsstrand tussen Mainland en Sint Ninian's Isle

Het verbindingsstrand tussen Mainland en Sint Ninian’s Isle

24 mei
Vandaag begon mistig en de zon had het de hele dag moeite om door te breken, we hebben hem dan ook nauwelijks gezien. Vandaag hebben we het noordwesten van Mainland verkend.
Vanaf Lower Voe hebben we de A970 tot het einde gevolgd. Iets ten noorden van Brae pikten we twee Franse rugzaktoeristen op die naar Hillswick wilden. Voor ons een kleine omweg, dus ze mochten mee. Nadat we hen hadden afgezet, keerden we terug naar de A970 en volgden deze verder naar het noorden. Voor ons deed het wat vreemd aan om een nationale hoofdweg te volgen die op een bepaald moment het karakter krijgt van een landbouwweg en letterlijk eindigt op een boerenerf. Maar voor het definitieve einde reden we langs een boerderij met de romp van een heus passagiersvliegtuig op het erf en nabij Isbister passeerden we een wei met zeker 15 alpaca’s. Wat deze Zuid-Amerikaanse beesten hier deden, was ons een raadsel. Vermoedelijk worden ze gehouden voor hun wol. Het Shetlandse gras smaakte hen uitstekend.

Ik heb geen auto op de oprit, maar een vliegtuig

Ik heb geen auto op de oprit, maar een vliegtuig

 

 

 Alpaca's op de Shetland Eilanden, een beetje vreemd

Alpaca’s op de Shetland Eilanden, een beetje vreemd

Op de heenweg was er een omleiding omdat aan de weg werd gewerkt. We werden via de B9079 geleid naar Ollaberry en daarna terug naar de A970. Nabij Leon kregen we een uitzicht aangeboden op de Quey Firth baai met een strandachtige situatie die veel weg had van het beeld bij Sint Ninian’s Isle, een zandbank splijt de baai binnen doormidden.
Op de weg terug over de A970 werden we bij Swinister weer afgeleid nu langs de Ronas Voe, een prachtige baai/fjord. Vlak voor Assater konden we met veel moeite (klimmen over een hek en lopen door weiland en grindstrandjes) “Hollanders Graves” bereiken. Dat is een klein gedenkteken voor de daar omgekomen Hollanders van het VOC schip het Wapen van Rotterdam dat in de Ronas Voe in de derde Engelse oorlog in 1674 werd veroverd door drie Engelse fregatten. De vermoedelijk meer dan 100 doden werden in een klein heuveltje begraven. Alexander herstelde de gedenkplaat ophanging, zodat de boel weer recht hing. We eerden onze helden en bedachten dat het triest was dat een dergelijk monumentje feitelijk vrijwel onbereikbaar is.

Gedenkteken voor de  omgekomen Hollanders van het VOC schip Het Wapen van Rotterdam

Gedenkteken voor de omgekomen Hollanders van het VOC schip Het Wapen van Rotterdam

We vervolgden onze weg naar het westen en sloegen vlak voor Braewick af richting Hamnavoe om ter plaatse een paar “Giants Stones” te bekijken, de ‘Giants’ waren een beetje een teleurstelling. Terug richting de B9078 richting Braewick kwamen we langs een uitspanning genaamd “Braewick Café” we besloten daar iets te eten en te drinken. De “Braewick burger” was een traktatie, mooi aangekleed en van echt kwalitatief goed vlees. Mijn warme chocolademelk was een verrassing. Hij was niet alleen met slagroom opgetuigd maar ook met mini marsmallows! 
Na Braewick sloegen we naar het zuiden af naar Tangwick. Daar bezochten we een lokaal museumpje. Hoewel opgetuigd met het boordje “geregistreerd museum” oversteeg het niet de verzamelwoede van een enkeling met geen smaak en een wel erg brede belangstelling, die zo nu en dan slechts beperkt aansloot bij de eigen omgeving.
Na deze teleurstelling gingen we naar de vuurtoren bij Loch of Framgord en volgde daar te voet de kust naar de prachtige kliffen en een kloof waar de zee via een onderdoorgang ook bezit van nam. De uitzichten en de omgeving zijn een bezoek meer dan waard. Tevens bekeken we de restanten van een broch ter plaatse. Daarna koersten we huiswaarts. Nabij Brae stuitten we op een waarschuwingsbord voor “otters crossing”.

shetland45

Dit leidde tot ons voornemen om ter plaatse een keer te gaan posten want die otters willen nu toch wel eens gaan waarnemen!
Moe van een lange dag besloten we niet uit eten te gaan maar ons te beperken met wat de inhoud van de koelkast ons bood.

Kliffen van Calder's Geo, Drid Gep, Scraada en Blackhead of Breigeo

Kliffen van Calder’s Geo, Drid Gep, Scraada en Blackhead of Breigeo

 

Calder's Geo Kloof

Calder’s Geo Kloof

shetland52

 

De holes of Scraada. Vanaf de kust loopt een grot die ruim 400 meter inlands uitkomt in deze kloof. Oorspronkelijk was de kloof door een natuurlijke burg in twee delen gescheiden totdat deze in 1873 instortte en er één grote kloof overbleef.

De holes of Scraada. Vanaf de kust loopt een grot die ruim 400 meter inlands uitkomt in deze kloof. Oorspronkelijk was de kloof door een natuurlijke burg in twee delen gescheiden totdat deze in 1873 instortte en er één grote kloof overbleef.

 

25 mei
De dag begon zeer mistig, tegen 12.00 uur beperkte de mist in Lower Voe zich tot de heuveltoppen aan de noordkant van de Voe. We besloten naar Lerwick te gaan voor boodschappen en pinnen. Het pinnen is iets raars op deze eilanden. Vrijwel nergens staan pinautomaten, behalve in Lerwick waar je in een straal van misschien 200 meter 6 pinautomaten kan vinden. Onderweg naar Lerwick bleek al snel dat de mist ten zuiden en oosten van Lower Voe heel wat hardnekkiger was en de zon niet in staat bleek deze te doen verdwijnen. Na de boodschappen hebben we ons voorgenomen programma maar compleet omgegooid en ons beperkt tot het gebied ten noordwesten van Brae, Mavis Grind.
Bij Mavis Grind raken de Noordzee (de Sullom Voe) en de Atlantische Oceaan elkaar bijna, de landengte er tussen is minder dan 100 meter. Recht onder het bord dat ons welkom heette in Northmavine staan een paar picknicktafels en informatieborden over dat gebied. Aan de voet van de kliffen is een klein natuurlijk aanlandingspunt dat met betonnen anti-landingsvaartuigenpunten is bedekt, een restant van de tweede wereldoorlog. Nabij de punt zou een “chambered cairn” en resten van een steentijd boerderij te vinden zijn. Na enig puzzelen en met de verrekijker de omgeving bestuderen, besloten we op zoek te gaan naar de steentijd objecten. Na een forse klim besloot ik dat ik op een steen ging zitten en Alexander alleen verder zou gaan. Mijn locatie gaf een goed uitzichtpunt op de voe (waarvan ik geen naam kon vinden) en de door Alexander te volgen route. Mijn zonnige plek was ook goed om eventuele otters te spotten. Alexander vond de resten van de steentijdbebouwing en spotte zelfs nog een zeehond in de voe. 
Na zijn terugkeer besloten we op zoek te gaan naar een plek die op de kaart als de Gazastrook werd aangeduid. We vonden de plek wel, maar helaas konden we geen bordje vinden met die naam. Een officieel bewijsstuk dat wij de “Gazastrook” bezocht zouden hebben kunnen we dus niet leveren.
Onderweg naar huis hebben we ook het eiland Muckle Roe aangedaan, dat middels een brug sinds 1947 verbonden is met Mainland. Die tocht gaf een aantal mooie uitzichten op de eilanden: Linga, Papa Little en Vementry. 
We eindigden de dag weer in de Pierhead, waar ik mij waagde aan wat op de kaart stond als de 8 Engelse onsjes steak. Alexander nam een licht hoofdgerecht, zodat hij mij kon helpen met het verorberen van de forse steak. Deze ‘8 ons’ steak was zeker de moeite waard en smaakte uitstekend.

Eén van de mooie klifformaties

Eén van de mooie klifformaties

26 mei
De dag begon mistig maar rond Lower Voe knapte het weer rond 8.00 uur snel op en het beloofde een mooie zonnige dag te worden. We besloten het Nesting gebied te verkennen. Globaal volgde we de B9076 en weken geregeld af om de dorpjes in dit gebied nader te bekijken. Bij Kirkabister zochten we het gebied rond de Hill of Neep af omdat één van de beschikbare kaarten daar een steentijd fort situeerde. Helaas hebben we ondanks een wandeling door een mistig gebied van circa 1,5 uur de resten van het fort niet kunnen vinden. We moesten met regelmaat pauzeren omdat het zware moerasachtige terrein en de steile hellingen veel van onze energie vergde. 
Bij Laxo gingen we rechts de B9071 op richting het Lunnasting gebied. Daarbij kwamen we langs het Cabin museum, we besloten daar een kijkje te nemen. Het museum bleek de verzameling van militaria van de vader van de huidige beheerder te zijn. Met speciale aandacht voor de rol van Shetland en de Shetlanders in de tweede wereldoorlog, waarin de Shetland/Noorwegen bus ruim vertegenwoordigd is. Voor mensen met interesse voor dit onderwerp is dit museum iets wat je niet mag missen. De verzameling is met veel liefde samengesteld en voorzien van heel veel informatie en persoonlijke achtergronden.

De militaria in het Cabin museum

De militaria in het Cabin museum

We stopten daarna bij Lunna House, de locatie van waar de Shetland/Noorwegen bus werd geleid en in stand gehouden gedurende de oorlog. Maar het huis en de omgeving staat vooral voor de geschiedenis van de Hunter familie die dit gebied beheerste. In het landschap zijn de sporen daarvan nog steeds zichtbaar. Het huis staat op een heuvel en vanaf de voorzijde van het huis liep een recht pad met veel traptreden op de hellingen naar een hogere heuvel met daarop een bouwwerk vanwaar de Laird zijn ondergeschikten in de gaten kon houden en kon zien of de vissers ‘zijn’ bezit, niet elders hun vangst, aan land brachten. Het meest opvallende is een poort met daarnaast in de muur traptreden. De poort was voor de Laird van de Hunter familie en het gewone volk moest via de trap over de muur. Wat een klassenmaatschappij!

Het Lunna House van de Hunter familie met poort voor de Laird en de traptreden voor het gewone volk

Het Lunna House van de Hunter familie met poort voor de Laird en de traptreden voor het gewone volk

Alexander ging daar ook naar de restanten van een oven kijken. Toen hij erg lang weg bleef ging ik naar hem op zoek. Hij observeerde het gedrag van een zeehondbaby (op een mini eilandje in de West Lunna Voe) en de moeder in het water. 
Ik was moe en we besloten naar huis te rijden en de rest van het schiereiland de Lunna Ness morgen te gaan bekijken.
Voor het avondeten gingen we weer naar de Pierhead. Daar wachtte ons niet de overwegend rustige pub die we gewend waren. Drie bussen met veelal verklede jongeren, deels op een vrijgezellentour, deel op een zaterdagavond toer langs de pubs op het eiland. Het geluk is dat die tochten echt van pub naar pub gaan. Ze blijven dus niet hangen, na een dik uur was de pub weer de rustige uithangplek van verdwaalde toeristen, buurtgenoten en werkers van buiten de eilanden bij de olieopslag. We aten het gebruikelijke. Alleen Alexander ging zich te buiten aan een Chinese kip curry. Hoewel deze curry erg gekruid was en het een loopneus veroorzaakte, smaakte het hem uitstekend.

27 mei
Vandaag zijn we teruggereden naar het schiereiland Lunna Ness om op zoek te gaan naar de Stones of Stofast. De aangegeven route was een wandeling door moerassig gebied, zelfs de heuveltoppen waren door het veen moeilijk begaanbaar en waren doorsneden met waterloopjes die grotendeels met nog drassiger veen gevuld waren. Het was vaak zoeken naar het vinden van een pek voor de oversteek. Ook de temperatuur van 20 graden maakte de wandeling zwaar. Toen we de rotsformatie gevonden hadden was het zoeken naar het beloofde ‘beeld’: de contouren van een gezicht. Onder een bepaalde hoek bekeken leverde het inderdaad een profiel op zoals van de beelden op Paaseiland.

shetland55

We besloten tot een afkoeling in de schaduw van de rotsen voor we begonnen aan de terugtocht. Voor de terugtocht kozen we bewust een andere route met minder veen. Hier bleken de problemen om waterlopen over te steken nog groter en maakte ik een behoorlijk smak toen mijn rechterbeen tot mijn knie in een door begroeiing afgedekt konijnenhol verdween, gelukkig heb ik er niets bij gebroken en bereikten we, na menig hekje overwonnen te hebben, veilig maar moe en warm de auto. 
Daarna reden we terug in de richting van ons huisje om de A968 te nemen richting Mossbank waar de veerboot is naar Yell. We volgden deze nationale route tot hij eindigde bij de veerboot. Daarna volgden we een weggetje naar een boerderij met de naam Brough omdat daar de resten van een broch te zien zouden zijn. Maar van wat eens een trotse broch was, bleek nauwelijks iets over. We reden terug naar de A968 en sloegen nabij de olieterminal met de naam Sullem Voe (naar de voe waaraan die ligt) af richting Brae, de B9076. Aan de noord-westzijde van deze weg ligt het vliegveld Scatsta Airfield. Een vliegveld dat voornamelijk functioneert als zakenvliegveld ten behoeve van de olieterminal.
Vandaag, op onze voorlaatste hele dag op de Shetland eilanden, hebben we bijna het hele eiland Mainland afgewerkt. Volgend jaar gaan we, bij leven en welzijn, de andere eilanden verkennen.
We aten weer in de Pierhead. Alexander ging geheel op herhaling en ik koos voor de Stroganoff van varkensvlees met champignons en pepersaus. Het bleek geen slechte keuze.

28 mei
Vandaag is de laatste hele dag op de eilanden. We hebben de opgravingexpositie Old Scattness bezocht. Een mooie site waar de resten en herbouwde huizen uit de steen- en ijzertijd te bezichtigen en te beleven zijn. Een ‘niet te missen’ expositie! Alexander sprak uitgebreid met de bij recente opgraving betrokken archeologen en kreeg een uitnodiging om bij een actuele opgraving op de Orkney eilanden te komen helpen. Dit jaar zal dat er niet meer van komen, maar misschien volgend jaar wel.

Old Scattness

Old Scattness

 

 

Old Scattness

Old Scattness

Daarna bezochten we het crofthouse museum. Het is in feite crofthouse en watermolen zoals deze er in de 19e eeuw uitzagen, inclusief inrichting. Dit museumpje is een bezoekje zeker waard, wel goed opletten bij iedere deuropening want die zijn erg laag.
Daarna gingen we terug naar Lower Voe voor onze laatste avond op de eilanden.

We aten, zoals gebruikelijk de laatste 14 dagen, in de Pierhead. Alexander ging voor een courgette soep die hem goed smaakte en voor de mosselen die hij al eerder had gegeten. Ik ging voor de mosselen als voorgerecht en voor een monkfish in botersaus. De monkfish zou zeeduivel zijn. Wat het ook was, het smaakte uitstekend!

29 mei
Vandaag de thuisreis. We zijn omstreeks kwart voor vijf in de morgen vertrokken uit ons huisje in Lower Voe. Verkeer is er op dit vroege uur nauwelijks. Omstreeks 5.40 uur bereikten we het vliegveld Sumburgh. Twee uur voor het vertrek van het eerste vliegtuig. Het onze! Er kan pas vanaf 6.30 uur worden ingecheckt,zo blijkt al snel. Je ziet het ze denken: ‘rare jongens die van het continent’. Het vliegtuigje vertrekt vroeger dan de aangegeven tijd. Onder het motto: we zijn er allemaal dus waarom zouden we wachten. Met de wind in de rug komen we bijna 25 minuten eerder aan in Edinburgh. Nu begint het lange wachten. Onze vlucht naar Schiphol vertrekt pas om 17.55 uur. Na wat rondlopen, installeren we ons op twee ligstoelen met uitzicht op de vertrekpieren van de prijsvechters. Er valt weinig te beleven. 
Als we ons om circa 17.00 uur richting vertrekpier van onze KLM vlucht begeven, blijkt er uiteindelijk een vertraging van ongeveer 10 minuten. We hebben wel erger meegemaakt. De KLM leverde ons keurig af op Schiphol. Op de koffers moest aanzienlijk langer gewacht worden dan op Sumburgh. Maar Schiphol is dan ook een maatje groter.
De rit naar huis en Ank verliep voorspoedig. De snelweg liet me snel weer wennen aan rechts rijden. Voor mij toch iets logischer dan links.

Met vriendelijke groet
Louis van der Kallen

 


 

 

VAKANTIE 2011 FAROER EILANDEN

 


 

VAKANTIE 2011 FAROER EILANDEN

 

10 juli
Omstreeks 7.45 uur samen met Alexander vertrokken voor de autorit naar Aabenraa in zuid Denemarken. Aabenraa is een bescheiden stadje aan de Oostzee. Hoewel de werkzaamheden aan de snelweg tussen Bremen en Hamburg nog steeds niet af waren hadden we er, in tegenstelling tot twee jaar geleden, geen noemenswaardig oponthoud. We kwamen omstreeks 15.30 uur aan in Aabenraa en hebben te voet het stadje verkend. Het Best Western Hotel voldeed aan de verwachtingen. We hebben gegeten in restaurant Royal. Er was een redelijke prijs/kwaliteit verhouding.

11 juli
In de morgen zijn we, op verzoek van Alexander, eerst naar Ribe nabij de westkust van Denemarken gereden. Een prachtige Romaanse Dom bekeken.

far002

De dom van Ribe

Het interieur van de dom van Ribe

Het interieur van de dom van Ribe

far004

Het uitzicht over Ribe vanaf de dom

Uitgebreid een opgraving verkend met een wat jaloerse Alexander. “Waarom hebben wij (in Bergen op Zoom) nu eens niet zo’n grote opgraving”, was zijn verzuchting. Zes archeologen hard aan het werk in een grofweg 2 tot 4 meter diepe kuil.

Met onze neus in de boter gevallen bij een prachtige opgraving

Met onze neus in de boter gevallen bij een prachtige opgraving

Daarna hebben we het Vikingenmuseum bezocht, met wederom een jaloerse Alex. Veel vondsten en mooi de geschiedenis van het gebied in beeld gebracht. Van de prehistorie via de ijzertijd naar de vikingen en de middeleeuwen, alsmede het meer recente verleden. Dit alles met veel vondstmateriaal en uitbeeldingen van ambachten en leefsituaties. Een aanrader!

far005

Omstreeks één uur zijn we richting het noorden (Hirtshals) gereden. De ruim 380 kilometer vroegen meer tijd dan ik dacht. Pas na Aalborg nam de verkeersintensiteit af. Het inchecken in Motel Nordsøen verliep vlot. Een aardige dame kwam ons helpen nadat we zachtjes de bel op de receptie hadden beroerd. Het motel ligt wat achteraf op een bedrijventerreintje. Ook hier was de prijs/kwaliteit verhouding goed. Het motel was goed vol en vrijwel uitsluitend met mensen, die net als wij, met de ferry naar de Faröer eilanden of naar IJsland moesten.
Speciaal vanwege het vroege vertrek zou de volgende dag het ontbijt met een uur vervroegd worden. We hebben gegeten in het ‘centrum’ van Hirtshals bij de Ierse pub Kro. Alexander aan de Murphy’s Stout (donkerder dan donker bier). De Noorse garnalen cocktail met veel garnalen en asperges smaakte beter dan verwacht. De pepersteak was goed en kruidig. De pub is gelegen aan de ‘boulevard’ van Hirtshals en bood vanaf het terras waarop we zaten een prachtig uitzicht over zee. Het eten was voor Deense begrippen niet te duur voor de geboden kwaliteit.

12 juli
Alexander moest voor zijn doen vroeg uit de veren (6.15 uur). Om half zeven ontbijten en omstreeks zeven uur melden voor de ferry. Het aanmelden verliep vlot. De Norröna meldde zich omstreeks 7.30 uur.
Er waren slechts drie rijen voor de Faeröer eilanden die overwegend auto’s bevatte met een Faeröerese kentekenplaat. Tot onze verbazing moesten van twee rijen de passagiers te voet het schip op. Zo ook Alexander. Bij het aan boord gaan met de auto bleek waarom.

far006

Ons blauwe Kaatje rijdt de Norröna op

Het schip was niet vol en ook personenauto’s werden op de onderste dekken geladen. Voor een goede stabiliteit van het schip is de gewichtverdeling van belang. Het gewicht op de onderste dekken moest opgevoerd worden. Parkeren moest dan ook vlak naast elkaar zodat er meer rijen auto’s naast elkaar konden. Voor mij lastig, maar het dekpersoneel was ook met die slechte parkeerder uit Nederland geduldig. Wel had ik een beetje de bibber omdat bij het helling op rijden naar het tweede dek de boel stil viel. Zo werd voor mij hellingtrekken en strak parkeren op eens heel actueel en hoewel ik pakweg 40 jaar een rijbewijs heb, ben ik in parkeren geen ster. Uiteindelijk lukte het allemaal. Door de haast twijfelde ik de gehele reis of ik de handrem er wel goed op had gezet. Geen zeeziektepleister genomen. De hele dag ging het goed. Behalve bij het diner in het buffetrestaurant. Het schip ging meer te keer dan eerder die dag. We hadden een groot deel van de dag de Noorse kust gevolgd en juist met het eten werd de koers meer naar het westen verlegd. Na het hoofdgerecht verliet ik Alexander om snel een pilletje te nemen om de boel in mijn buik te kalmeren. Het ging uiteindelijk goed en de misselijkheid verdween.

13 juli
Goed geslapen. Alexander zelfs meer dan 11 uur. De zee was grijs, grauw en rustig. Zelfs na die 11 uur, valt Alexander weer rustig in slaap om slapend de saaie zeereis af te maken. We kwamen precies volgens de planning om 15.00 uur plaatselijke tijd in Tórshavn aan.

far007

Zicht op Tórshavn vanaf de boot

 

far008

Zicht op Tórshavn vanaf de boot

We waren één van de eersten die het schip af konden rijden. Hierna hebben we eerst een wandeling gemaakt door Tórshavn om te kijken of er veel veranderd was in twee jaar en waar precies de Ierse pub zat. Daarna de kustroute naar Leynar genomen. Het huisje was precies wat wij verwachtten. Een schitterend uitzicht en een mooie smaakvolle inrichting. Het kost wel wat meer dan de alternatieven, maar dan krijg je ook wat.

far009

Het uitzicht van ons huis voor de komende tijd

 
far010

Een gedeelte van de woonkamer van ons tijdelijk huis

far012

Keuken

far011

Nog een stukje woonkamer

far013

Na een lange reis is het genieten van het geweldige uitzicht

‘s-Avonds iets opmerkelijks. Een hele conferentie op het strandje beneden ons (Leynar-sandur). Elf mannen, waaronder van de gemeente, liepen af en aan en plantten op een aantal plaatsen stokken en namen ze daarna weer mee. Wat staat er te gebeuren? De tijd zal het leren!

far014

Conferentie op ‘ons’ strand

14 juli

Vandaag gedaan waar we in 2009 niet aan waren toegekomen. De boottocht met de voetferry naar Svínoy en Fugloy. Eerst met de auto naar Hvannasund om te kijken hoe laat de boot zou gaan.

Onderweg naar Hvannasund

Onderweg naar Hvannasund

Onderweg viel op dat de éénbaanstunnels, die we door moesten, erg druk waren. 16 tegenliggers op 5 kilometer is naar onze ervaring van 2 jaar geleden erg veel. Wij hadden op de heenweg voorrang dus alles verliep soepel. Bij de ferry aangekomen bleek deze pas 3 uur later te vertrekken.
Dus terug naar Klaksvík (circa 12 kilometer, waarvan circa 5 kilometer tunnel). Gelukkig weinig tegenliggers. In Klaksvík eerst tanken en dat werd schrikken. Terwijl we stonden af te rekenen zag ik dat een bus zicht klemreed tussen een aantal objecten en ons Kaatje. Naar buiten gespurt; bleek dat de buschauffeur misschien niet zo goed zijn mogelijkheden kon schatten maar wel een verstandig mens was. Hij was op tijd gestopt. Tussen onze KA en de bus zat misschien nog twee centimeter. Door met de KA simpel achteruit te rijden kwamen we zonder schade, maar met de schrik vrij. 
Daarna een bezoek gebracht aan het toeristenbureau om de tol van de tunnel bij Leirvík te betalen en kijken of er een nieuwe wegenkaart was en of er topografische kaarten te koop waren. Voor het laatste moesten we naar een boekhandel. Waar we ze ook kochten. Daarna inkopen gedaan bij de lokale super. Wat een prijzen voor gewone zaken! In Nederland mogen we blij zijn met onze eigen supers, daar zijn wij heel wat goedkoper uit.

Daarna terug naar waar de MS Ritan met drie bemanningsleden al op ons lag te wachten. Samen met een 10-tal andere passagiers en enkele kratten vracht en een drietal vaten diesel zetten we voor 45 kronen per persoon koers naar Svínoy en Fugloy. De komende 2,5 uur waren we onder de pannen. Wind, regen, een enkele zonnestraal en de deining van de oceaan waren ons deel. We werden verblijd met prachtige vergezichten en beelden van de eilanden omfloerst door flarden licht, mist en regen en een donker blauwe zee met grijze lucht met soms enkele stukjes blauw.

far016 far017

Voor de prijs van een dagretourtje van de NS, Bergen op Zoom –Roosendaal voor tien minuutjes ervaring met een volle trein, krijgen we van het openbaar vervoer van de Faröer een circa 2,5 uur durende reis, zonder vertraging, zonder angst voor agressie, zonder vandalisme en toch spannender dan de voor dat geld geboden 10 minuten in het Nederlandse openbaar vervoer door een professionele vervoerder als de NS. Op de kade van Kirkje op Fugloy wachtte ons een verassing de kade van het eiland met ongeveer 40 inwoners verdeeld over twee dorpen stond vol met mensen en vrolijk spelende honden, waaronder zelfs een groep chinezen. Wat hadden die daar nu te zoeken?

Vrolijk welkom geheten door deze makker

Vrolijk welkom geheten door deze makker

far019

Er werd wel uitgeladen maar nog niet ingeladen. De reis ging eerst nog naar het tweede dorp op het eiland Hattarvík. De chinezen keken ons niet begrijpend na. Een dertigtal minuten later konden zij met vele anderen de MS Ritan betreden. Terug naar Hvannasund was een volle bak waaronder veel jongeren! Vele bleven ook achter op de kade. In de schoolvakantie blijft de komst van de ferry voor velen een 3x daags te bekijken uitje.
De terugrit richting Klaksvík werd een spannende belevenis in het duister. De eerste tunnel tussen Norddepil en Arnafjordur leverde voor ons spannende momenten op. Een passeerplek lijkt geschikt voor drie auto’s, maar in een aarden donkere tunnel lijken dingen bij het beperkte licht van de koplampen soms anders dan ze zijn en is niet alles wat het lijkt. Wij reden vlak achter de tweede auto die binnen ons zicht de tunnel inging en er kwamen er zeker een stuk of vier achter ons aan. De boot was immers net aangekomen. Op enig moment nam de voorste auto (een huurauto, dus een toerist) de gok dat hij makkelijk de volgende passeerplek, voor de aanstormende koplampen, zou kunnen halen. Dat leek niet het geval. Aan die koplampen zat een forse vrachtwagen vast. De toerist moest in die donkere tunnel achteruit. Maar de door de chauffeur beoogde passeerplek was reeds gevuld door drie auto’s (de door mij ingeschatte maximale capaciteit). Met mijn achteruitrij kwaliteiten zou het een regelrechte ramp voor onze KA en mogelijke slachtoffers kunnen worden. Maar er waren na ons nog een aantal auto’s gevolgd. Toen bleek er plotseling rechts tussen ons en de tunnelwand een auto op te duiken, strak naast ons geplaatst. Er bleken minimaal vijf auto’s op de passeerplek te kunnen staan. De vrachtwagen moest, ondanks zijn voorrang stoppen, zijn doorgang was versperd en vlak achter hem konden de voorste auto’s vanaf de passeerplek de tunnel weer in en de anderen konden volgen om de vrachtwagen heen. Eens te meer blijkt dan dat geduldige mensen in een donkere tunnel op de Faröer eilanden zonder met elkaar te spreken de oplossing van hun problemen met een beetje goede wil kunnen vinden. Een ding is zeker, je moet geen tunnelfobie hebben anders heb je op die eilanden een probleem.
Op de terugweg aten we in restaurant Hereford in Klaksvík. Alles was nog precies als twee jaar geleden. Alleen de knappe jongedame die ons toen en nu bediende had haar Engels op een hoger plan gebracht.
De route van Klaksvík naar Leynar leverde nog een verrassing op. We wisten dat er een driedaags zomerfestival georganiseerd werd op drie locaties in de Götaregio op Eysturoy. We kwamen er langs. En zagen met eigen ogen wat mensen bij 12 graden Celsius en veel regen bijeenbrengt: muziek, veel drank (wijn en bier), onnoemlijk veel opéén gepakte kleine tentjes! Gelijk werd duidelijk waar de jeugd op de MS Ritan naar onderweg was. Het leverde zelfs iets van een file op. Zeker zeven auto’s moesten wachten op het uitladen van een bus.

Zomerfestival op Eysturoy

Zomerfestival op Eysturoy

Na thuiskomst bliezen we uit op ons binnenterras met uitzicht op zee en wat de tuin zou kunnen zijn van onze tijdelijke buurman. De man is een soort van kunstenaar/bejaarde hippie. Hij maakte een rondgang over zijn ‘grasveldje’ terwijl hij met een stok met scherpe punt herhaaldelijk op de grond sloeg en in de grond prikte. Het waarom was ons een raadsel. In de humuslaag van hooguit 10 centimeter vermoedden wij geen mol. Onze lieve Heer heeft ook op de Faröer eilanden rare kostgangers.

15 juli
Vandaag was het weer bar en boos! Veel, heel veel regen. Ik ben de deur niet uit geweest. Alexander is in de middag toch nog een eind gaan lopen. Langs een bergbeek op zoek naar bergkristal. Of waar hij nat mee thuis kwam ook werkelijk bergkristal was, zal later blijken.
Vandaag niet uit eten. We behielpen ons met een blikje party knaks van Unox en een partij hard gekookte eieren en ’Krekkers’ van de Jumbo met kaas. Het was even afkikken maar we konden het lijden. Het uitzicht vanuit het huisje vergoedt veel. Zelfs op een dag met continue regen en veel wind biedt het strandje voor ons huis veel te zien. Buiten de golven en de effecten van eb en vloed, wandelen er geregeld mensen en zelfs in een zee van hooguit 9 graden spelen er kinderen en pubers met de golven. Ook honden zijn vaak te zien.
Op z’n dag merk je dat de TV normaliter een vooraanstaande plek in het tijdverdrijf inneemt. Met één niet te volgen Noorse zender en één Deense zender met één uur Faröerese uitzending ben je snel uit gekeken. Zij het dat we genoten hebben van één nieuwsitem; De Faroer-rap van een rare Engelsman. Prompt heb ik die naar mijn circa 1900 vrienden op hyves verstuurd.
Gevolg: een paar leuke reacties en drie vrienden minder.

 16 juli
De dag begon als gisteren. Maar we hadden ons voorgenomen naar Mykines te gaan, het meest westelijke eiland met naar het schijnt een spectaculaire brug over een kloof. Met de auto door de tweede toltunnel (de lokalen noemen een tunnel door een berg: berghol) tussen Leynar en het eiland Vágar. Daarna langs het vliegveld waarbij we constateerden dat de landingsbaan verlengd werd. Aangekomen in Sörvagur was het even zoeken naar de ferry. Het bleek de MS Silja Star die ons met ruim 34 kilometer per uur naar Mykines bracht. De schipper noemde het eiland “Mitsjines”. Het was veel stampen en dansen met deze snelle boot. Op de terugweg kwam hij zelfs zo nu en dan los van het water om met een harde klap ons wakker te houden. Het haventje was heel bijzonder in de zin dat honderden vogelnesten tegen de kliffen geplakt zaten en ze met veel kabaal hun ongenoegen lieten blijken gestoord te worden in hun belangrijke taak, hun eieren uit te broeden of hun jongen warm te houden.

far021

Het regende verschrikkelijk, maar wij ‘als jongens van Jan de Wit’ begonnen aan de voettocht: de berg op richting de kloof met bijzondere overspanning. Nadat we met veel moeite de eerste helling (voor mij een berg) genomen hadden, bereikten wij een ommuurde herdenkingsplek met bankjes. Ondanks onze jacks waren we al grotendeels doorweekt. Stormachtige wind en de regen en mijn bijna totale uitputting deden hun vernietigende werk op onze moraal. Toen we tot de ontdekking kwamen dat er minimaal nog een helling en een smal paadje van nat gras op ons wachten, met daar naast een ravijn van gauw honderd meter diep hadden we het gezien. Alexander kwam met het voorstel terug te gaan, omdat hij het niet zag zitten en van mening was dat ik niet alleen moest zorgen dat hij veilig terugkwam, zoals ik zijn moeder had beloofd, maar hij moest zorgen dat ik veilig terugkwam. Dus terug langs het relatief veilige (grotendeels zonder ravijn) gladde graspad omlaag.

Het gladde graspad, brrr

Het gladde graspad, brrr

Met de bibber in mijn benen en nat en koud bereikten we het dorp (16 inwoners) en zochten de warmte van een kantineachtige voorziening, die men gasthuis noemde. De biefburger (met o.a. rode bietjes) smaakte samen met de hot coco wonder wel. Het werd wachten op de boot. Een half uur voor het vertrek hebben we nog even het dorp met het kerkje uit 1879 verkend. De terugtocht verliep zonder problemen. Nat zochten we ons warme huisje weer op. 
Na thuiskomst klaarde het een beetje op en werd het lichter. Met een enkele keer een zonnestraaltje. Gegeten in Tórshavn bij de Ierse pub. Aspergesoep (met sperzieboontjes), hield niet over, en de lamschotel. Die was zeker aanbevelingswaardig.

17 juli
De dag begon met redelijk mooi weer. Het was droog en met hier en daar wat blauw in de lucht. We besloten eerst naar Tórshavn te gaan om vast te stellen van waar de ferry naar Suduroy vertrekt. Dat bleek nog een hele klus. De plek en boot, die we eerder in gedachten hadden, bleek naar Nólsoy te gaan. Na wat rond lopen, besloten we het toch maar te vragen aan een man die in een wachtlokaal zat. Hij sprak beperkt Engels maar hielp ons wel op weg. Na dit intermezzo gingen we op weg naar Saksun via de mooiste vallei van de Faröer eilanden, de Saksunardalur.

De vallei Saksunardalur

De vallei Saksunardalur

Die smalle weg van ruim 11 kilometer is een belevenis met veel passeerplaatsen. Op de heenweg ging alles goed. In en rond Saksun hebben we, op een speciaal door ons gekochte topografische kaart van dat gebied, de wandelpaden verkend. Er bleek heel weinig meer van te kloppen. Een brug bleek nog maar voor de helft aanwezig. Startpunten van wandelroutes waren afgesloten door hekwerken en deels door landverschuivingen. Het voornemen van Alexander om een route van ruim vijf kilometer te doen, ging de mist in. Te voet gingen we de uitloper van het dal in, richting zee en waddenstrook. Ik haakte half in af. De wind en de loopcondities werden mij te veel. Ik besloot om onderweg op wat stenen de terugkeer van Alexander af te wachten. Hij bleek genoten te hebben van de vele mooie beelden die de natuur hem bood. Er werd daar veel gevist vanaf het strand en vanaf het wad en met lieslaarzen vanuit het water.

far024

Op weg naar de waddenstrook

De waddenstrook

De waddenstrook

De waddenstrook

De waddenstrook

Op de wandeling terug naar de auto bleken toch niet alle schapen klimbok-kwaliteiten te hebben. Beneden aan een helling troffen we de restanten van een schaap aan. Veel kaal gegeten beenderen en zijn vacht. Ook de Faeröerezen zelf wandelden op deze zondag door de vallei, het strand en de wadden rond Saksun.

far027

Het arme schaap

De weg terug door de Saksunardalur vallei was in die zin bijzonder, dat we zowaar twee bussen tegenkwamen. We zagen ze gelukkig van ver en konden ze laten passeren. Hoe het zou moeten als twee bussen elkaar zouden moeten passeren is mij een raadsel want de meeste passeerplekken bieden slechts plek voor één auto en niet voor een bus.
Bij terugkeer bij ons huisje bleek onze voorkeursplek om te parkeren bezet door één van de twee bussen die ons strandje als toeristische attractie bezochten. Zeker 80 á 100 vermoedelijk Amerikanen overspoelden, met gidsen, ons strand en ons benedenterras. Na een half uurtje was het weer rustig.
We besloten die avond in Vestmanna te gaan eten. Op de route daarnaar toe kwamen we langs Kvívík en de iglowoningen waar we in 2009 hebben verbleven. Geheel tegen onze verwachting in waren ze nog niet van de berg gerold en in één verbleef zelfs iemand, we wenste hem of haar sterkte.
In Vestmanna bleek weinig veranderd. Het restaurant bleek omstreeks 18.30 uur dicht. Ook dit was hetzelfde als in 2009. Toen waren we er in het winterseizoen. We dachten nu is het zomer, het toeristenseizoen op de eilanden, nu zal het toch wel open zijn. Maar nee, dit restaurant-bar bedrijf is alleen geopend van 9.00 uur tot 17.00 uur! Openingstijden op zijn Faröerees! We besloten bij de benzinepomp maar een broodje te nuttigen. Net als in Klaksvík bleek dat een goede keus, het smaakte uitstekend en is een stuk goedkoper dan een restaurantmaaltijd. Of het gezonder is, is de vraag. Maar ‘nood’ breekt wet. 
Op de terugweg naar Leynar konden we een suïcidaal schaap net ontwijken. Dit was al de tweede test op onze alertheid deze week. Die schapen toch!

18 juli
Vandaag om 8.30 uur de ferry genomen van Tórshavn naar Tvöroyri op Suduroy. De Smyrill is, voor een eilandferry, een gigantisch schip. Het heeft vroeger dienst gedaan als ferry tussen de Faröer eilanden en Denemarken. De overtocht verliep gladjes. Er hoefde nog niet betaald te worden, kaartjes worden alleen op de route Tvöroyri-Tórshavn verkocht.

far028

De Smyrill ligt op ons te wachten

Eerst zijn we op zoek gegaan naar het toeristenbureau in Tvöroyri voor informatie over eventuele opgravingen. We kregen een telefoonnummer van een meneer in Porkeri die een plaatselijk museum beheerde. Toen we hem belde, bleek hij al door de dame van het toeristenbureau gebeld te zijn. We gingen naar hem op weg. We namen de toeristische route via de kustweg tussen Öravík en Hov. Omdat die weg na het openen van een tunnel vermoedelijk alleen door gekken en een verdwaalde toerist gebruikt wordt, reageerde een schaap op de verschijning van een blauw monster, onze KA, nogal vreemd. Hij of zij sloeg op hol. Honderden meters rende het arme beest voor ons uit. Hoe zachtjes we ook reden hij of zij bleef op de weg tussen de kliffen (omhoog) en de vangrail (omlaag). Als wij stil gingen staan deed zij het ook. Om daarna weer verder te rennen. Uiteindelijk kwam er een opening in de vangrail maar ook daar was zij bang voor en nam een paar keer een aanloopje naar de opening om weer te stoppen. Uiteindelijk ging ze er door. Toen we passeerden bleek de reden van de angst. Er liepen twee dunne draadjes aan de onderkant en bovenkant van de opening tussen de vangrails. Ze kwam er veilig door. De man in Porkeri stond op ons te wachten nabij de kerk. Bij aankomst bleek het museumpje vlakbij de kerk te staan. Speciaal ging het museum, dat normaal alleen op zondagmiddag open was, voor ons open. We kregen van alles te horen over de geschiedenis van het eiland en de rol van de Nederlanders daar. Van een Friese familie met 12 kinderen tot de scheepsramp van een Nederlandse walvisvaarder, waarvan een deel van de bemanning achterbleef en zorgde voor nageslacht. Hij opende speciaal voor ons ook de kerk en leidde ons rond. Speciale aandacht kreeg een oud doopvont waarvan Alexander enkele foto’s maakte in de hoop dat hij de herkomst zou kunnen ontdekken. Met veel kennis en zijn emailadres gingen we op pad.

Het doopvont

Het doopvont

far029

Onderzijde van het doopvont vermeldt duidelijk het jaar 1780

We hebben het hele eiland verkend van Sandvik in het noorden tot Sumba in het zuiden. 
Alleen Hamrabyrgi hebben we over geslagen. Na een stukje de weg opgereden te zijn kwamen we tot de conclusie dat die weg teveel was voor onze zenuwen (smal en weinig passeerplekken). Ook de ervaring in de tunnels van Suduroy was anders dan op de andere eilanden. De combinatie van tunnels met flauwe bochten met kleine en weinig passeerplekken was voor ons, niet wetende waar deze zich bevonden, iets te avontuurlijk. Eén keer kwamen we in zodanige problemen dat, in de positie dat ik achteruit moest (daar ben ik geen held in) in de aarde donkere tunnel, ik Alexander als waarnemer uit de auto stuurde. Bijna ontmoette de KA de harde tunnelmuur (scheelde volgens Alex dertig centimeter), maar toen kon de tegenligger ons voorbij. 
Suduroy is duidelijk anders dan de andere eilanden. Hier groeien in veel tuinen bescheiden bomen. Mogelijk is het feit dat dit eiland een stukje zuidelijker ligt van invloed op het lokale klimaat. Hoewel we het bij ons bezoek niet hebben ervaren. Het was relatief koud en het stormde dat het een lust was. Ook op de bergen waren op enkele plekken bosachtig houtopstanden. Gemengd loof en naaldhout. Wat ook opvalt is het veel voorkomen van forse bloeiende fuchsiastruiken en aalbessenstruiken, hoewel aan deze geen bessen tot ontwikkeling komen.

Uitzicht over Porkeri

Uitzicht over Porkeri

Nadat wij de thuisblijvende Ank via de webcam op de kade van Tvöroyri hadden toegezwaaid gingen we aan boord van de Smyrill. Het was geen rustige vaart. De zee was ruw en de boot beukte op de golven met zo veel boegwater dat het de ruiten van het restaurant op het hoogste dek, waar wij aten, geselde. Na de maaltijd viel Alexander in het vrijwel lege restaurant lang uitgestrekt in slaap. Om circa 21.15 uur betraden we weer ons huisje in Leynar.

19 juli
Vandaag een rustig dagje in ons strandhuis te Leynar. Pas later op de dag met de MS Ternan naar Nólsoy. We voeren net weg van de kade in Tórshavn, toen bijna iedereen plotseling opstond en naar één kant van de boot ging om naar iets, onder veel discussie, te kijken.
Het bleek het binnenvaren van de Brigitte Bardot van Sea Shepherd die de Faröer eilanden een bezoek bracht vanwege de lokale jacht op grienden (pilot whales).

far032

far033

Op Nólsoy bekeken we het dorp en constateerden we dat bijna niets rekening hield met toeristen. Zelfs het lokale toeristenkantoortje straalde van buiten niet uit: ‘hier moet je zijn’.
Aan de havenkant zat het informatiebordje (maar daar was geen ingang) en als je om het gebouwtje heen liep moest je zoeken naar de deur die geheel opging in de verder gesloten wand.
Eenmaal binnen was men één en al behulpzaamheid. Maar wij, rare Bergenaren, hadden toch een vraag waar geen antwoord op kwam. Wat wij zagen hadden de bewoners zelf nog nooit bewust gezien. Op sommige (stenen) muren zaten bronzen zegels genageld, met de afbeelding van een schaap en het woord “MARK”. Ze zaten op verschillende hoogten en op schijnbaar willekeurige plekken. Alexander heeft weer wat huiswerk in het uitzoeken van reden en herkomst. De boot kwam en ging op tijd.

far034

Eenmaal terug in de haven zagen we op afstand al dat er voor Faeröereese begrippen sprake was van een volksoploop bij de Brigitte Bardot. Wij gingen er ook maar eens kijken. Bij aankomst bleek er veel (lokale) pers aanwezig te zijn. De sfeer was in eerste instantie gemoedelijk. Kinderen werden bereidwillige aan boord gehesen en mochten op het dek van deze bijzondere catamaran. Er werden veel foto’s gemaakt en er werd druk gepraat met en over de bemanning, het schip en het doel. Plotseling werd het wat grimmiger toen een man met een professionele camera probeerde een discussie te filmen. Even later werd de felste van de, vermoedelijke, vissers door vrienden of collega’s met ‘zachte’ hand weggeleid.
Nadat Alexander klaar was met foto’s maken, gingen we naar de Ierse Pub om wat te eten. Dit keer kozen we de goulash soep. Smaakte redelijke en voor mijn gevoel zeer gekruid. Daarna ging ik voor de kipburger op zijn Faröerees. Groot met veel aankleding en veel kipfilet en met onnoemlijk veel friet. Het smaakte goed, maar door de hoeveelheid ging het er niet allemaal in.

20 juli
Na het uitslapen van Alexander gingen we tegen het middaguur richting de boot naar Sandoy.
Het weer was zodanig goed dat we het aandurfden de bergroute naar Tórshavn te nemen, mede ook omdat via die route je niet de stad door moest om de weg naar Gamlaraett en Kirkjebøur te bereiken. Onderweg heeft Alexander uitgebreid de Deense militaire bebouwing gefotografeerd. Niet omdat wij een spionage-opdracht vervulden, maar omdat iemand met een grasmaaier het gras op de daken te lijf ging. Toch een beetje raar: je dak maaien!

far035

far036
We waren te vroeg voor de boot naar Sandoy, dus reden we eerst maar even door naar Kirkjebøur om te zien hoe het stond met de ingepakte ruïne van wat eens een bisschoppelijke zetel was. Een deel van de overkapping was verdwenen en twee vrouwen waren met restauratie/conservering bezig. Op onze vraag wanneer het werk klaar zou kunnen zijn, zodat we de ruïne eens zonder de omlijsting van steigers en afdekking zouden kunnen zien, was het antwoord: kom over vijf jaar maar eens terug, als er geld komt tenminste want de financiering is een probleem.

far037

Kirkjebøur

Daarna richting de ferry naar Sandoy. We schrokken een beetje van het aantal wachtende auto’s. Konden die er allemaal wel op? Toen het laden begon werden wij er uitgepikt. Het waarom werd snel duidelijk. Onze KA is een relatief smalle auto. De ‘smalletjes’ mochten/moesten het eerst de Teistin op. Onder de dwingende aanwijzingen van een dekknecht, haalde ik alles uit mijn beperkte parkerende kwaliteiten.
Alexander was te voet aan boord gegaan, want hij had anders de auto niet meer op een normale wijze aan zijn kant kunnen verlaten. Aan boord leek voor mij de oude tijden op de veren over de Westerschelde te herleven. Veel spelende rennende kinderen, alleen de erwtensoep ontbrak, de warme worst was er wel!
Toen de boot aankwam in Skopun ging ik op zoek naar onze KA. Een lichte verbijstering maakte zich van mij meester, waar was hij gebleven. Alexander werd te hulp geroepen en hij kwam al snel tot de conclusie dat er een tweede autodek moest zijn. Dat bleek het geval. De boot was afgeladen en daarom werd een ophefbaar dek eerst geladen. Opgetild en daarna werd het echte autodek geladen. Het ophefbare deel was ongeveer de helft van het echte autodek en daar pasten alleen de smallere auto’s op. We waren één der laatsten die van boord gingen. In de haven van Skopun eerst de webcam opgezocht, Ank gebeld, gezwaaid en daarna op zoek naar de lokale opgravingen, die wij bij ons eerste bezoek van twee jaar geleden hadden ontdekt.
Ze bleken, tot teleurstelling van Alexander, allen afgerond. Dan maar weer naar het lokale toeristenbureau in Sandur waar wij de vorige keer zo veel informatie kregen. De meneer van toen was er niet, een lokale schoonheid wel, die met een groot enthousiasme aan de slag ging om een ieder die misschien iets kon vertellen over de opgravingen, waar dan ook op de eilanden, te pakken te krijgen. Op enig moment, na misschien wel vijf gesprekken, kwam de mededeling: ‘u wordt zo meteen teruggebeld door de archeoloog van de eilanden’. Wat ons de vorige keer niet lukte, de lokale rijksarcheoloog te spreken te krijgen, lukte deze jongedame wel en we werden teruggebeld. Alexander straalde! Er waren weliswaar nu geen opgravingen (gebrek aan geld) maar wel veel informatie over eerdere opgravingen die werd gedeeld. De archeoloog was nieuwsgierig naar de artikelen die Alexander naar aanleiding van ons eerste bezoek had geschreven. Adressen werden uitgewisseld en toegezegd werd dat de artikelen, vertaald en wel, toegezonden zouden worden. 
Ondertussen had ik aan de jonge dame laten zien op welke wijze ik de Faröer eilanden via hyves promootte, ze was stomverbaasd. En enthousiast toen ik liet zien dat de hyves van haar landje de grootste was van alle Scandinavische landen op hyves.
Een dezer dagen sturen we haar een mail met nadere informatie, in de hoop dat er een ‘lokalo’ zich meldt die mee wil helpen via mijn hyves de eilanden te promoten door meer foto’s, filmpjes en mogelijk een speciale hyves van lokale musici. 
Daarna hebben we nog even gekeken of de paarden, die ons de vorige keer op de weg naar Skarvanes zo verrasten, er nog waren. Dat bleek het geval. Maar dit keer stonden ze ons niet in de weg. Op de terugweg nog een strandwandeling gemaakt bij Sandur. Daar waren zowaar ook iets wat leek op zandduinen.
Zowel bij Kirkjebøur als op Sandoy kwamen we voor het eerst op de eilanden Nederlandse auto’s tegen (totaal 2).
De bootreis verliep zonder problemen. Nu wist ik waar mijn auto bleef en was ik mentaal op het parkeren voorbereid. We besloten in Leynar thuis te eten. De lokaal aangeschafte Dr. Oetker pizza’s smaakten bekend.
Later op de avond werd het druk en werd er lawaai geproduceerd op ons strandje. Het leek bijna op een Spaans strand. Een quad draaide rondjes en een waterscooter spoot van de ene kant van het fjord naar de andere kant. Tevens werden er herhaalde pogingen gedaan te waterskiën en toen het eindelijk voor meer dan 100 meter lukte, leidde dit tot applaus. Dat alles bij ongeveer 5 graden luchttemperatuur en een watertemperatuur van misschien 8 graden. Rare stoere jongens die Faröerezen! Of zijn wij nu zo flauw?

far039

De eerste voorbereidende werkzaamheden

Op de helikoptervlucht na, hebben we alles gedaan waarvoor we kwamen.
Nu moet het weer nog zodanig worden dat een vlucht zin heeft en er iets te fotograferen valt.
Tot op heden wil het weer niet helder worden en blijven de bergen in de wolken. We zullen zien. Vrijdag is de laatste kans om de door ons gewenste vlucht te maken.

21 juli
Vandaag een rustige dag. Pas in de middag naar Tórshavn gereden omdat Alexander had begrepen van de archeoloog van de eilanden dat er nabij een kerk in Tórshavn een stilgelegde opgraving viel te bekijken. Wij zijn alle ons van de kaarten bekende kerken af geweest maar de opgraving niet kunnen vinden.

far038

Kerk in Tórshavn

Gegeten bij Café Natur aan de haven. De Club Natur Sandwich en de Tortilla van oksakjaött konden onze waardering meekrijgen. Bijzonder was de warme chocolademelk (Heitt Kakao), die bleek een halve liter. Ik heb het met veel genoegen genuttigd.
We waren omstreeks 18.00 uur weer in Leynar. 
Goed en wel gezeten op ons binnenterras of er gebeurde iets bijzonders op ons strand. Er kwamen steeds meer mensen en kinderen met harken, kruiwagens, grote plastic zakken, een bolderkar en een quad met aanhangwagen. De bewoners van Leynar en Kvívík gingen gezamenlijk de aangespoelde rommel te lijf. Na dit met bewondering aangezien te hebben, besloten Alexander en ik (als tijdelijk bewoners) ook maar mee te gaan doen. Gezien het feit dat wij geen hark in ons schuurtje hadden gevonden, gingen wij aan de slag met de bijeen geharkte hopen in de zakken te doen en deze te verslepen naar een aanhangwagentje. Onze activiteit werd met enige bevreemding bekeken, maar ook in dank aanvaard. Uit een gesprekje met een mevrouw, die liever geen Engels sprak, werd ons duidelijk wat er ging gebeuren: komende zaterdag was er een strandhandbaltournooi op ons strandje. Dat was het dus wat de gemeentelijk medewerkers vorige week bespraken! Nu ook werd ons het doel duidelijk van het getimmer de afgelopen dagen. Het product van die noeste arbeid was niet twee merkwaardige vangkooien, maar twee handbaldoelen! Toen we er gewond mee ophielden (één van mijn vingers bloedde) werden we bedankt voor onze inzet. Na drie uur noeste arbeid door tientallen mensen zag ons strand er uit als om door een ringetje te halen. Wat ons opviel aan het bijeengeharkte afval was, dat het vrijwel uitsluitend aangespoeld spul betrof.
We zien uit naar een zaterdag. Wij zitten dan op de eerste rang zowel op ons buiten- als op ons binnenterras.

far040

Een prachtig veld met bloemen vlak bij ons huis

22 juli
Waar je ook bent, je kunt niet om het nieuws uit Noorwegen heen. Zoveel verdriet veroorzaakt door ‘menselijk’ handelen. Zo’n onwaarschijnlijk nutteloos menselijk offer in een land wat zo vreedzame indruk maakt. Na een dag als vandaag is voor veel Noren niets meer hetzelfde. Hoe kijk je na dit soort gebeurtenissen, veroorzaakt door een landgenoot, tegen je eigen samenleving aan. Terwijl hardwerkende vrolijke mensen beneden ons strandhuis de dag van morgen voorbereiden, door twee handbalvelden op het strand uit te zetten, een ‘koek en zoopie’ tent op te zetten, houten banken te plaatsen, doelen in te graven voor een mooie dag op het strand, vindt er in een land, waarmee zij deels de oorsprong van hun taal, hun cultuur en hun tradities en geschiedenis delen, gebeurtenissen plaats die je voorstellingsvermogen te boven gaan. Hou raar zit onze wereld soms in elkaar. 
Nu we zo’n beetje alles gedaan hebben wat we wilden doen, hebben we er een luie dag van gemaakt. Alexander is verkouden geworden en ligt/leest een groot deel van de dag op de bank. Aan het eind van de middag komt de verhuurder van het huisje langs om te vragen of alles naar wens is en met een kortingsaanbod voor een volgende keer. Tegen de avond naar Tórshavn gereden. Voor het laatst boodschappen gedaan. Dit keer in de grootste super van de eilanden, bij de Miklagardur die voor geen enkele supermarkt in Nederland onder hoeft te doen. Wat een oppervlakte met voeding en speelgoed! Daarna gegeten in de Ierse Pub. De kip van Alexander viel tegen. Te ver doorgebraden. Mijn lam was uitstekend. Daarna terug naar Leynar en het nieuws gevolgd en de werkzaamheden op het strand bekeken.

23 juli
Vandaag de hele dag in en om het huisje in Leynar verbleven. Het strandhandbaltournooi was een hele gebeurtenis. Het was de eerste keer dat zoiets op de Faeröer eilanden georganiseerd werd. Het weer was perfect en de temperatuur liep wel op tot 14 graden. Mensen verbleven op het strand zoals wij in Nederland bij 23 graden. Er werd zelfs in de zee, met een watertemperatuur van circa 8 graden, ‘gewoon’ gezwommen, althans door vrouwen!

far041

Het toernooi in volle gang

far042

far043

far044

De Faroerese vlag wappert fier

far045

Een strijdkreet om de tegenstanders te imponeren

far046

Bij het fotograferen had Alexander ook duidelijk oog voor vrouwelijk schoon

far047

Na afloop was de boel in enkele uren opgeruimd en zag het strandje er weer uit alsof er niets was gebeurd. Wij kregen de broodjes met worst op het strand gratis omdat we donderdag hadden meegeholpen het strand op te ruimen. We moesten net als de anderen de broodjes en de worst zelf op één van de grillen/barbeques opwarmen. Ik heb mij zelfs gewaagd aan een Nordic Cider van Föroya Bjór. Het biermerk van het eiland.

24 juli
De dag van ons vertrek met de Norröna naar Hirtshals. Omstreeks 11.15 uur hebben we ons huisje in Leynar verlaten richting Tórshavn. Nu het helder was, namen we de bergweg en besloten we alsnog de weg naar Sornfelli te nemen. De enige weg op de eilanden die als een gevaarlijke bergweg wordt aangemerkt en het bordje bij het inrijden van de weg je maant tot veilig rijden. De weg kent al stijgende naar circa 700 meter een twintigtal passeerpunten en vele zeer onoverzichtelijke bochten. We kwamen zonder problemen boven. We parkeerden onze KA op een vijfhonderdtal meters van het wegeinde, omdat voor dat laatste stuk weg een inrijverbod geldt. Voor deze hoogste webcam zwaaiden we Ank en nicht en neef, die bij haar op bezoek waren, toe.

far048

Printscreen van ons zwaaigedrag bij Sornfelli

Alexander verzamelde voor een vriend een uurtje keien/mineralen voordat we aan de afdaling begonnen. Vlak voor hij instapte werden we gecontroleerd door de bestuurder van een auto die naar boven reed en nadat hij ons gezien had, gelijk keerde. In die berg is een communicatiecentrum van de NAVO gevestigd met een hoog James Bond gehalte. Ook de vorige keer maakten we zo iets mee. Als je op die berg als bezoeker te lang blijft of je gedrag misschien wat vreemd overkomt (slenteren en dingen fotograferen en oprapen), komt er vermoedelijk vanuit de Deense basis iemand omhoog.

far049

Uitzicht Sornfelli

far050

Uitzicht Sornfelli

Daarna naar Gamlaraett gereden en ook daar Ank en aanhang toegezwaaid. Toen naar Tórshavn en daar wat gegeten op een terras aan de haven en gewacht op het aan boord kunnen gaan. We vertrokken om circa 24.00 uur.

25 juli
De eerste nacht aan boord was de zee onrustig. We sliepen er wel goed op. Overdag wat rondgehangen en gegeten in het cafetaria. De burgers en het zalmbroodje smaakten goed.
Vroeg gaan slapen, want we zouden vroeg onze hut moeten verlaten.

26 juli
Om 4.00 uur werden we gewekt via het omroepsysteem dat we over een uur onze hut verlaten moesten hebben. Daarna is het wachten lang. Om 7.30 uur liepen we de haven van Hirtshals binnen en konden we omstreeks 8.00 uur Denemarken weer met onze Ka onveilig maken en gingen we richting Sleeswijk en Sleeswijk-Holstein om twee musea te bezoeken, gespecialiseerd in de geschiedenis van de Vikingen (Schloss Gottorff en het Vikingen museum Haithaibu, beiden in Sleeswijk). Alexander was dol enthousiast en er werden een aantal dikke opgravingrapporten aangeschaft.

far051

far052

far053

far054

far055

far056
We melden ons daarna in hotel Waldschlosschen in Sleeswijk, een luxe hotel. Het eten was perfect. De kip/kerry soep was wat vreemd op een kaart van een Duits restaurant, maar was de moeite waard. De lamsfilet was meer dan perfect. Alexander was bereid dat eind (circa 700 kilometer) er nog wel eens keer voor te rijden. 
Moe zochten we daarna onze kamer op.

27 juli
De thuisreis. Ik reed tot voorbij de drukte rond Hamburg en Bremen. Daarna nam Alexander het stuur over en bracht zichzelf, zijn vader en de KA veilig terug in Bergen op Zoom.
Omstreeks 15.45 uur melden we ons weer bij Ank. Dit keer in levende lijven en konden we
gezond en wel aan de slag met de vele post en mails.

Louis van der Kallen


 

 

VAKANTIE 2009 FAROER EILANDEN

 


 

VAKANTIE 2009 FAROER EILANDEN

 

28 augustus 2009
Vanmorgen met Alexander om circa 7.00 uur met de KA vertrokken naar Esbjerg in Denemarken. Tot vlak bij Bremen ging het goed. Bij Bremen bijna 40 minuten gedaan over een kleine 2 kilometer. Tussen Bremen en Hamburg een schijnbaar oneindige rij van wegwerkzaamheden. Iedere keer circa 6 kilometer een 60 of 80 kilometerzone om daarna circa 4 kilometer 120 te mogen. Dat stuk Duitsland was onaangenaam. Na de Elbetunnel ging het snel beter. Om ongeveer half zes naderden we Esbjerg Haven. Even gekeken waar we de volgende dag in zouden moeten schepen voor de Faroer eilanden. Nog even pinnen en tanken en dan de B&B opzoeken. Het tanken lukte pas bij het tweede tankstation. Bij het eerste, nota bene een Shell station, was de uitleg alleen in het Deens. Daar kwamen we niet uit. Bij het tweede ook onbemande station lukte het na enig puzzelen wel.
Om even over zessen vonden we de B&B, bij een boerenfamilie op zolder. Een oudere vrouw legde alles in het Deens uit. Een man vermoedelijk haar zoon (Lars) was in het Engels een man van weinig woorden.

29 augustus 2009
Goed geslapen in de B&B voor in totaal 260 Deense Kronen. Dat is ongeveer 34 euro. Buiten een wandeling, door het centrum van Esbjerg, waar de winkels op zaterdagmiddag gesloten zijn, gelummeld met uitzicht op zee. Omstreeks half vijf in de middag kwam de Norröna voorbij. Een kanjer van een schip.

faroer001

Om circa kwart over zeven hebben we ons gemeld bij de Smyril Line. Alex ontdekte een sterretje in de voorruit. Met het voornemen in Tórshavn een poging te doen het te laten repareren gingen we aan boord. Een Faroerees vertelde dat alle dealers in Tórshavn zaten. Hij had nog nooit gehoord dat men dat ‘injecteren’ ook op de Faroer zou kunnen. We zouden wel zien. We vertrokken 7,5 uur later dan de oorspronkelijk aangegeven tijd. Vermoedelijke aankomst in Tórshavn maandagmorgen om 7.30 uur.

30 augustus 2009
De gehele dag op de boot. Ook dit grote schip met volgens de folder ultramoderne stabilisatoren stampt op de golven. Beweegt naar links naar rechts naar voren en, zo lijkt het soms, naar achteren. Ik ben blij met de pleister tegen zeeziekte. Ondanks de pleister waren mijn benen vaak slap en bibberig. Met goed vasthouden en gericht oversteken lukte het altijd. Als bijwerking van het medicijn had ik een droge mond en keel en veel slijmvorming achter in de keel. Alex had dezelfde verschijnselen. Hij begon op de tweede dag wazig te zien. We hebben toen de pleisters maar afgedaan. Tweemaal warm gegeten. Eerst in het cafetarium en de tweede keer in buffetstijl in het restaurant. Beide hadden een goede prijs-kwaliteit verhouding. Bijna de gehele reis waaide het verschrikkelijk. Zelfs Alex kan alleen op de voorplecht overeind blijven als hij zich vasthield. Lang op het achterdek uit de wind gezeten.
De dag duurde lang. Toen er eilanden in zicht kwamen ontdekten we dat, vanwege de wind, de route van de Norröna dwars door de Shetland eilanden liep. We hebben dus even gevaren door Schotse wateren.

31 augustus 2009
Hoewel de Norröna 7,5 uur later vertrok dan oorspronkelijk gepland, kwam zij slechts 3 uur te laat aan. Nadat we de thuisblijvende Ank via een openbare webcam hadden toegezwaaid, gingen we op zoek naar het toeristenbureau in Tórshavn.

thorn008

We wilden het adres hebben van de lokale Forddealer om iets te laten doen aan de ster in de voorruit. De dealer deed dat soort werk niet zelf maar was zo goed contact op te nemen met een collega. We zouden donderdag morgen terecht kunnen. Daarna de reis naar Klaksvik aangevangen. Die verliep voorspoedig. Alle tunnels op de circa 75 kilometer lange route bleken tweebaans en verlicht. We hebben enige tijd moeten zoeken naar het toeristenbureau, maar uiteindelijk toch gevonden. Daar konden we betalen voor de accommodatie. Richtingaanwijzingen zouden best wat beter kunnen. We hebben ook moeten zoeken hoe en waar we zouden kunnen betalen voor het gebruik van de Toltunnel naar Klaksvik. Ze maken een foto van je kentekenplaat en dan kan je bij een tweetal benzinestations en bij de plaatselijke toeristeninformatie betalen voor het gebruik. Je betaalt één bedrag voor de heen en terugreis (één keer betalen voor twee doortochten). Slim en goedkoop als iedereen eerlijk is. Wat er zou gebeuren als je niet betaalt in onduidelijk. Ik denk dat je dan misschien op of voor de ferry naar Denemarken tegen gehouden zou kunnen worden. We hebben het maar niet uitgeprobeerd. Vandaag hebben we de eilanden Kunoy en Vidoy geheel bekeken en Bordoy grotendeels. Ook weten we nu zeker dat we niet met de boot naar Fugloy en Svínoy zullen gaan. Die eilanden hebben geen goede havenfaciliteiten en je moet dan redelijk atletisch zijn om daar aan land of weer aan boord te komen. Morgen gaan we bekijken of we er per helicopter naar toe kunnen. Dan ga ik ook bekijken hoe en wanneer we op Kalsoy kunnen komen. De drie tunnels op Kunoy en Bordoy bleken onverlicht en enkelbaans. Het passeren op de passeerstroken ging goed. Keer op keer hebben we ons verbaasd over de ervaren stilte.
We hebben Faroereese bankbiljetten gepind. Prachtige biljetten, vooral het biljet van 500 Kronen is voor een Bergenaar een herkenning. Een wenkende krab als illustratie.

faroer002
Ons voornemen om te gaan eten in een restaurant eindigde in een fikse wandeling op zoek naar een open restaurant. Helaas tevergeefs. Met brood, kaas en een blikje Unox worstjes eindigde onze eerste vermoeiende dag op de Faroer.

1 september 2009
Vanmorgen ben ik omstreeks kwart over zes gaan wandelen en heb daarbij de veerpont naar Kalsoy verkend. Hij vertrok om tien over half zeven met slechts één passagier. Voor mij de ideale vertrektijd omdat, als de boot leeg is, het eventueel achteruit er af rijden voor mij geen problemen behoeft te geven (ben in de achteruit een bedroevend slechte chauffeur). Vandaag met Alex Bordoy verder verkend, alsmede een deel van Eysturoy. Wat opvalt is dat zelfs het kleinste dorp beschikt over een school, een kinderspeelplaats en een veelal schoon openbaar toilet. Bergen kan er nog wat van leren. Het mooie weer (12 graden Celcius) dreef de schooljeugd en hun juffrouwen naar buiten. Verder waren de dorpen verlaten. Alleen op de haventerreinen en directe omgeving was het een drukte van belang.
De gehele ochtend was het prachtig zonnig weer en vrijwel windstil. Pas omstreeks twee uur in de middag werd het bewolkt en miezerde het een beetje. Na de tunnel tussen Leirvik en Klaksvik brak de zon weer door. Wat opmerkelijk was dat Alex zijn GSM afging op vrijwel het diepste punt (meer dan 100 meter beneden zeeniveau) van deze circa vijf kilometer lange tunnel. Op meer dan 100 meter diepte werkte alles perfect. Waar een klein landje goed in kan zijn. Ingeval van nood ben je daar, ook in een tunnel van vijf kilometer, bereikbaar
Vanavond gegeten in restaurant Herefort. Ondanks de Engelse naam was de kaart in het Faroerees en Deens. De pepersteak en het lamsvlees smaakten er niet minder om.

2 september 2009
Vandaag de eerste boot genomen naar Kalsoy. Tien over half zes is duidelijk voor de meeste Faroerezen te vroeg. Op die grote boot was slechts één andere passagier en onze KA de enige auto.

faroer003
Kalsoy is slechts enkele kilometers breed en circa 20 kilometer lang met een paar honderd inwoners verdeeld over vier dorpen. Toch gaat er 4 à 6 keer per dag een ferry naar toe en rijdt er gericht op de aankomst en vertrek van de ferry een busje langs de dorpen. Alle dorpen zijn per weg ontsloten. Daartoe is totaal verdeeld over vier tunnels ruim negen kilometer tunnel door de bergen gegraven/gehakt/geboord of opgeblazen. De laatste ruim twee kilometer om 3 gezinnen met de bewoonde wereld te verbinden. Ieder dorp heeft een speelplaatsje en drie van de vier dorpen een soort pannaveldje en daar wordt door de jeugd veel gebruik van gemaakt.
Begin van de middag hebben we de helicopter genomen van Klaksvik naar Fugloy met landingen in Hattarvik en Kirkja. We kregen prachtige vergezichten over de eilanden voorgeschoteld.

faroerA faroerB

Helaas moest er niemand in Svínoy zijn. We vlogen wel over dat eiland en hadden vanuit de lucht een prachtig zicht op het gelijknamige dorp.

faroer004

Zelfs deze eilanden met ieder minder dan honderd inwoners zijn bereikbaar en hebben met een helihaven in geval van nood een snelle verbinding met de rest van de eilanden en de voorzieningen. Naar deze eilanden is ook een bootverbinding maar deze is voor gewone mensen vrijwel niet te nemen wegens de veelal woeste/onrustige oceaan en de beperkte haven faciliteiten. In de middag Eysturoy verder verkend met een passage van een tweetal passen op een hoogte van circa vijfhonderd meter om Gjógv en van daaruit Eidi te bereiken. Zowel bij de helivlucht als bij deze passages viel op dat de bergen eigenlijk een soort tafelbergen zijn. De toppen zijn door erosie en door de gletsjers tijdens de ijstijden afgeplat. Zelfs op deze voor mensen nauwelijks te bereiken toppen zijn schapen te vinden.

3 september 2009
Vandaag om half acht vertrokken naar Tórshavn om het sterretje in de voorruit te laten repareren. Tijdens de reparatie gelopen naar het nationaal historisch museum. Dat was voor mijn arme voeten een verre wandeling. Maar het was de moeite waard. Geschiedenis, cultuur-historie en archeologie werden mooi met elkaar verbonden. Het moderne gebouw lag op een industrieterrein maar voldeed aan alle aan een museumgebouw te stellen eisen. De expositie gaf zeker een totaalbeeld van de cultuurhistorische geschiedenis van de Faroer. Alleen de Engelstalige teksten waren soms wat kort door de bocht. Het meeste pijn deed nog wel de tekst die aangaf dat het Friese Dokkum in Duitsland lag.
Daarna onder andere het fort van Tórshavn bezocht. Dat was zeer beperkt. Het fortje en het Deense garnizoen van circa 40 man is tot de demobilisatie, midden jaren achttienhonderd nooit getest op de militaire waarde.

sornfelli4Later op de middag zijn we op zoek gegaan naar de webcam op Sornfelli. Uiteindelijk hebben we hem op circa 700 meter hoogte in dichte mist gevonden. De laatste honderden meters hebben we gelopen omdat volgens de borden alleen geautoriseerde voertuigen verder mochten. Later bleek dat deze webcam zich bevond vlak voor de ingang van een in de bergtop uitgeholde ruimte waarin een NAVO communicatiecentrum en een locatie Van Faroya telecom waren gevestigd.

Op de terugweg naar Klaksvik de opgraving in Leirvik gezocht, gevonden en bekeken. Dit dorp van ruim achthonderd inwoners bleek te bestaan uit drie ‘stadsdelen’. In de wijk Toftanes troffen we de opgraving aan. Op een mooie wijze werd de geschiedenis voor bewoners en bezoekers inzichtelijk gemaakt.

faroer005

4 september 2009
Vandaag was het uitzonderlijk mooi weer. Vrijwel de gehele dag was het zonnig en misschien wel 13 graden Celsius in plaats van de gebruikelijk 11 à 12 graden. De temperatuur op de eilanden variëert nauwelijks. De dag en nacht temperatuur verschilt hooguit één graad. Zonnig of bewolkt het maakt nauwelijks iets uit. De kleine landmassa’s in die grote oceaan worden nauwelijks door de zon opgewarmd. De watertemperatuur van de oceaan bepaalt het jaar door feitelijk de luchttemperatuur.
Vandaag zijn we door de Saksunardalur vallei gereden. Met voor Faroerese begrippen brede beek met daarin zelfs waterbeheersingwerken zoals een stuw en restanten van wat eens een stuw gecombineerd met een watermolen was.

faroer006

Ook zagen we de restanten van vermoedelijke turfwinning met gegraven waterloopjes ter ontwatering van het veen.
Het dal en de ligging van het dorpje Saksun is van een uitzonderlijke schoonheid. De stilte wordt alleen ‘verstoord’ door het klaterende water van de vele watervallen. Het dorpje Saksun ligt vlak boven een wat eens een natuurlijke haven was. Die is nu verzand. Nu is het een ideale plek om vanaf de zandplaten in zee op zalm en zeeforel te vissen. Terwijl achter wat watervalletjes en kleine stroomversnellingen en een stuwachtige constructie op, de opstroom gezwommen vis, in zoetwater gevist kan worden. Vooral daar werd met vliegen door de eilanders gevist. De beek uit het dal stroom vanaf het hoogste punt zowel naar Saksun als naar Hvalvik de andere kant op.
Daarna zijn we naar Tjørnuvik gereden. Een dorp met een opgraving van Vikinggraven maar ook een prachtig uitzicht op de rotsen bij Eidi, waar twee rotspunten Risin en Kellingin los oprijzen uit de oceaan.

faroer007

Volgens de saga een reus en een trol die de Føroya naar IJsland wilden slepen maar ruzie kregen en bij opkomende zon veranderden in stenen pilaren. Ze deden mij wel even denken aan onze burgemeester en wethouder Linssen die soms ook voor de muziek uitlopen en dan wel eens verblind worden door het licht wat de gemeenteraad wil laten schijnen, bijvoorbeeld met de raadsenquête.

5 september 2009
Vandaag de verhuizing naar de ‘iglo’ in Kvívík. De overgang van onze comfortabele etage in Klaksvik naar het huisje in Kvívík was groot. De ligging en het uitzicht van het huisje zijn prachtig.

faroer008

faroer009

Het huisje ziet er leuk uit, maar het verblijf heeft veel weg van kamperen en schoon was het allerminst. Er zit o.a. schimmel in de koelkast. Een schoonmaak poging staken we spoedig als blijkt dat zelfs de afsluitende rubberrand van de deur ook binnenin volzit met meurende schimmel. Ook blijkt het wel bestelde beddengoed afwezig en de toegangsdeur tot het huisje krijgen we niet op slot. Bij alle beschikbare telefoonnummers van de eigenaren/verhuurders klinkt “niet bereikbaar”. Een tocht naar de ‘tourist informatie’ is leerzaam. Zelfs in dit dorp van niks was geen relevante informatie of nadere adressen van de verhuurders verkrijgbaar. Wel de adressen van politie (Tórshavn) en de gemeente. Maar daar kun je op zaterdagmiddag niet veel mee. Bij terugkeer in het huisje bleek er ineens wel beddengoed afgeleverd. Aan het slot en de koelkast was niets veranderd. Iets niet op slot kunnen doen in de Faroer is niets bijzonders. Het is simpelweg niet nodig. Als voorbeeld de fietsen bevatten zelden een slot. Een sleuteltje zou je kunnen verliezen en dan heb je een probleem. Gejat wordt er niks. Het huisje bevatte allerlei elektronische apparatuur zoals een satelliet TV en DVD. Iets op slot willen doen is echt iets voor rare bange mensen van het continent.
Die dag ook de opgraving van Vestmanna gezocht en na lang zoeken gevonden. Dit was de tweede teleurstelling van die dag. De lokatie bleek ingepakt in plastic. Er viel dus niet veel te fotograferen. Het rondrijden leverde wel voor een mogelijke vakantie een aantrekkelijke verblijfplaats op. In Leynar is een geheel gerestaureerd historisch huisje, met grasdak, beschikbaar voor de verhuur met een prachtig uitzicht over zee en de kust en een zandstandje voor de deur. Een aanrader!

faroer010

Bij Leynar is een oude vistrap voor zalmen van totaal circa twintig stappen.

faroer011

faroer012

Wat in het algemeen opvalt is de moeite die de ‘boeren’ van de Faroer eilanden moeten doen om droog hooi voor de winter binnen te halen. In ieder dorp kom je de kleine doorluchtbare huisjes/gebouwtjes tegen. Maar vaak ook rijen met paaltjes met netten die met de hand gevuld worden met te drogen gras. Helaas is buiten drogen in onze ogen vrijwel verloren moeite met de dagelijkse regenval.
Wat ook opvalt zijn de vele honden. Ze lijken allemaal op elkaar maar wat veel kenmerkender is, is de volledige afwezigheid van ook maar enige vorm van agressie of dreiging. Ze zijn wel nieuwsgierig en worden graag aangehaald. Ze begroeten iedere bezoeker van hun dorp of erf.

6 september 2009
Vandaag begon de dag met veel mist en regen. Tegen elven werd het wat droger en soms was er zelfs een straaltje zon te zien. We hebben het eiland Vágar verkend. Het eiland met een echte luchthaven. Het is zeker geen Schiphol. Ze hebben zestien jaar over de éérste 100.000 reizigers gedaan. Een aantal wat Schiphol vrijwel iedere dag haalt. Het is dus wel iets anders dan onze nationale luchthaven. Opvallend was het huisje bij Gásadalur dat vanwege de soms wel erg krachtige winden stevig was vastgezet.

faroer013

Dit dorp van circa 30 zielen is middels een verlichte tunnel van circa 1,7 kilometer met de rest van de wereld verbonden. Het heeft als grote uitzondering geen kerk, maar wel een begraafplaats.

7 september 2009
Gisteravond en vannacht veel wind en nog veel meer regen. Vanmorgen konden we door de vele regenbuien soms het einde van ons toegangsweggetje niet eens zien. De regen, gemengd met de laaghangende bewolking op onze berg, leverden soms dus een zicht op van minder dan 50 meter. Tegen tienen besloten we naar Tórshavn te gaan via de kustweg en de tunnel. De bergweg leek ons met deze wind en het beperkte zicht te gevaarlijk. Eenmaal in Tórshavn besloten we toch de boot te nemen naar Sandoy. Het klaarde op en de lucht brak open.
Sandoy is een wat gelijkmatiger eiland. De bergen zijn meer glooiende heuvels. We hoopten de eilanden: Shúvoy, Stóra Dimun en Lítla Dinum te kunnen fotograferen. Dat lukte matig. Ondanks de zon en de sterke wind bleef het boven zee heiig. Op de weg terug van Skarvanes hadden we een bijzondere ontmoeting met een viertal paarden. Alle dagen hadden we reeds de vele loslopende schapen kunnen ontwijken. Veelal gingen ze bij onze nadering vanzelf op tijd van de weg. Deze paarden waren dat echter niet van plan. Ze proefden zelfs aan de auto. Vooral een ruitenwisser was interessant. Na circa 5 minuten verdween de interesse voor dat rare model auto (KA) met de afwijkende kleur (paars) en nummerplaat (Nederlands) en mochten we verder.

faroer014

faroer015

Het weer werd in de loop van de middag rap slechter. Terug op de boot kwam de mededeling (in het Faroerees) dat er veel deining stond.
Eenmaal terug in onze ‘iglo’ bleek wat het betekent op een kale berg op de Faroer te verblijven. De gierende wind en de striemende regen deden het huisje steunen en kreunen en soms bewegen. We hoopten dat het rottingsproces van het houtwerk nog niet zover zou zijn dat we morgen tot de ontdekking zouden komen dat we onderaan de berg, dus in zee wakker zouden worden.

8 september 2009
Vannacht en vanmorgen heeft het stevig gestormd met veel regen. We besloten naar Tórshavn te gaan en naar het tourist informatiecentrum (om te mailen) en naar het natuur historisch museum van de Faroer. In het tourist informatiecentrum de kaart van de eilanden nog eens goed bekenken en geconcludeerd dat zelfs op de Faroer eilanden gemeentelijk chauvinisme soms ver gaat. Op Vágar is een relatief groot meer dat in de twee verschillende gemeenten, die het meer territoriaal verdelen, het meer ook verschillend heet.

faroer016

Het natuurhistorisch museum is zeker een bezoek waard. Het is vooral ook interessant vanwege de weergave van de geologische geschiedenis van de eilanden. Tijdens ons bezoek waren er geen andere bezoekers. Speciaal voor ons werden de geluiden behorende bij de expositie aangezet. De rest van de dag doorgebracht in onze ‘iglo’.
Harde storm en veel regen bracht ons tot de televisie. De Faroya televisie heeft een aantal bijzondere eigenschappen. Het is één zender die grotendeels een overname is van een Deense zender. De typisch Faroerese elementen zijn onder andere het nieuws, dat meer een actualiteiten programma is waarbij de gasten stevig bevraagd worden. Het vaste hoogtepunt is de vrijwel dagelijkse berichtgeving over de eigen voetbal competities! Op een bevolking van nog geen vijftigduizend zielen heeft men minimaal twee klassen. De ‘premier legue’ bevat 10 clubs. Het bijna dagelijkse half uur van het sportprogramma “3-2” bevat rapportages van de wedstrijden, trainingen, interviews met spelers, trainers, clubbestuurders en supporters. De inzet is fenomenaal. De emoties zuid-europees. Geen uitzending zonder een rode kaart,die altijd zonder morren gedwee werd geaccepteerd. De wedstrijd tegen Oostenrijk van het nationale elftal was een hoogtepunt waarvan men geen genoeg lijkt te krijgen. Vooral het eigen doelpunt werd en wordt vermoedelijk nog steeds eindeloos herhaald. Faroerezen houden van sport en zeker van voetbal. Ze kennen ook een doelpunt van de week. De drie uit te kiezen ‘male’ komen ieder reclameblok langs.
Wat ook een belevenis is, is de weersverwachting omdat de variatie in temperatuur per dag en op de dag gering is wordt hij over het etmaal in tienden van graden nauwkeurig weergegeven. Waar ik even over gedaan heb, om het vanuit het Faroerees te begrijpen, was de weersverwachting per visgebied. Van een aantal locaties op zee wordt ook uitgebreid het te verwachten weer aangegeven.
De storm bereikte in de avond en nacht een nieuw hoogtepunt. Het geloei in de pijp van de houtkachel was werkelijk oorverdovend.

9 september 2009
De zee is nog woest maar de storm is gaan liggen. De morgen begint met een waterig zonnetje. Vandaag opruimen, inpakken en nog een bezoek aan Tórshavn en mogelijk een bezoek aan het lokale ‘stadskantoor’. Alex probeert nadere informatie te verkrijgen over een aantal opgravingen op de eilanden. Zodat de te schrijven artikelen in het magazine van de Stichting In den Scherminckel ook over archeologie op 62 graden noorderbreedte de juiste informatie gaan bevatten.
De rit naar Tórshavn had achterwege kunnen blijven. Het lukt niet de lokale archeoloog te spreken te krijgen noch bij de gemeente aan zijn emailadres te komen. Archeologische gegevens lijken op de Faroer eilanden wel staatsgeheim.
Ook het winkeltje waar Alex graag iets wil kopen voor zijn lief bleek nog steeds gesloten.
Vanavond dachten we ons galgenmaal in Vestmanna te genieten. Het enige restaurant in een straal van 35 kilometer van ons ‘huis’ bleek door de weeks alleen tot 16.00 uur geopend. Rare jongens die Faroerezen.

10 september 2009
Vandaag is de dag van vertrek. Omstreeks 15.00 uur naderen we het centrum van Tórshavn. File!!! Die morgen blijkt een cruisschip met 3200 Amerikanen aangekomen. Het centrum van Tórshavn is overstroomd met die mensen. Door de vele zebrapaden in het centrum loopt het verkeer vast, omdat de Faoerezen nog stoppen voor mensen op zebrapaden. Na de auto aan de haven geparkeerd te hebben (onder het webcam oog van Ank) ontvingen we al snel een sms van Ank.

thor 23Allerlei duistere figuren hielen zich op bij ons voertuig. Bij een snel onderzoek ter plaatse, maakten we mee wat normaliter alleen eigenaren van een rolls royce of sportwagens of oldtimers meemaken. Veel van die Amerikanen, waaronder Ford gepensioneerden bekeken mijn Ford Ka als ware het een rariteit. Sommigen dachten zelfs aan een prototype. Zou Ford nu eindelijk ook in Amerikaan kleine auto’s gaan maken? Het is een Ford, maar ze kenden het type niet. Diverse keren kreeg ik de vraag wat is dit voor een Ford? Mijn standaard antwoord was: Ééntje die ‘60 miles’ rijdt op ‘one gallon gas’. Verbazing alom. Ford kan ze maken, maar verkoopt ze klaarblijkelijk niet in de VS. Een paar vragers later kwam de vraag wat betekent KA. Mijn antwoord met een glimlach: “Kick Ass” werd wijzend op een naast geparkeerde KIA meesterlijk opgepakt: “ja en dat is een Kick International Ass”. Er blijken gepensioneerde Amerikanen met humor te bestaan.
De boot vertrok op tijd.

11/12 september 2009
De bootreis verliep voorspoedig en over een relatief rustige zee. Zaterdag kwam keurig op tijd de kust van Denemarken weer inzicht. De files op de Duitse wegen vielen ook mee. Zaterdagavond waren we gezond en wel weer thuis en konden we aan de slag met de vele post en mails.

Voor meer info over de Faroer eilanden bekijk dit filmpje op youtube. Het filmpje en de eilanden zijn een bezoek zeker waard.