MORELE CHANTAGE

MORELE CHANTAGE

De afgelopen maanden staan de media vol met discussies over onze geschiedenis, zeehelden, straatnamen, slavernij verleden, (koloniale) oorlogsbuit. Onlangs weer een discussie in Buitenhof over dit onderwerp. Als het aan velen ligt, wordt de geschiedenis verloochend. Terwijl de geschiedenis bedoeld is om zo feitelijk mogelijk te zijn. Want dan kunnen we er van leren. Een ‘beeldenstorm’ en het veranderen van namen van musea, pleinen en straten is een heilloze weg. Ja de Nederlanders voerden oorlogen, en ja de ‘helden’ van toen waren geen lievertjes, wiens daden niet opgeblazen hoeven te worden maar, wat mij betreft, vooral gezien moeten worden in de context van toen. De wereld van toen was op zijn minst zo gewelddadig als de wereld van nu. Er waren nog geen universele mensenrechten geformuleerd. De conventie van Geneve moest nog opgesteld worden. De VN lag nog in de schoot van de toekomst verborgen. Ik voel er niets voor om alle namen van straten, gebouwen en pleinen te reduceren tot zo iets neutraals als postcodes.

Mensen als Witte de With, de Ruyter, Tromp en Piet Hein blijven voor mij zeehelden die streden in opdracht van de machthebbers van toen. Eerder schreef ik al “Beeldenstorm”. Die storm is nog niet gaan liggen. Steeds komen er in de discussies nieuwe ‘elementen’ bij. Recent de discussie over roofkunst/oorlogsbuit. Nu is oorlogsbuit niet iets exclusiefs voor de koloniale oorlogen. Piet Hein haalde voor de Republiek der verenigde Nederlanden de zilvervloot binnen. Tal van schatten/kunstwerken werden ook bij Europese oorlogen geroofd en sieren nadien de paleizen van vorsten en de adellijke veldheren die als overwinnaars geëerd werden. Ook in de bodem van de Scandinavische landen worden met regelmaat Vikingschatten gevonden, die geroofd zijn uit de rest van Europa. Moeten ook die terug? Het is een moeilijke discussie. Waar zijn de objecten het meest op hun plaats? Ze maken deel uit van meerdere geschiedenissen. Van de verliezers en de overwinnaars. Wie is nu de ‘rechtmatige’ eigenaar en wie is de morele eigenaar? Waar is een object, dat ook deel uitmaakt van  de universele geschiedenis van de mensheid, het meest op zijn plaats? Als het architectonische elementen zijn, is het antwoord, voor mij, simpel. In het oorspronkelijke bouwwerk waar vanuit het gesloopt is. Maar als het om kunst gaat is het veel minder helder, zeker als de verblijfs/eigendomsgeschiedenis van het object niet gereconstrueerd kan worden. Ook de vraag of het object op enig moment is aangekocht, verkregen als gift of geroofd is kan relevant zijn. Voor mij is helder dat de aard en toon van het debat vaak het karakter heeft van een opeenstapeling van verwijten, waarbij de ‘witte’ geschiedenis, literatuur, politie of maatschappelijke inbreng ‘zwart’ wordt gemaakt en neer komt op morele chantage. Jammer, want dan gaan de hakken van velen in het zand. Mensen worden de discussies en aantijgingen van schuld en de eis van boete zat. Femke Halsema zei het gisteren in Buitenhof heel treffend: “Je geschiedenis tors je als natie”. Ik krijg het gevoel dat velen dit torsen zat worden en dat de actie bij Dokkum hier het gevolg van is. De ‘racismebestrijders’ zijn, naar mijn gevoel, hard op weg racisme te op te wekken door de steeds oplevende schuldvraag. Terwijl de tegenbeweging de morele chantage en zwartmakerij simpelweg zat is.