MORELE CHANTAGE

MORELE CHANTAGE

De afgelopen maanden staan de media vol met discussies over onze geschiedenis, zeehelden, straatnamen, slavernij verleden, (koloniale) oorlogsbuit. Onlangs weer een discussie in Buitenhof over dit onderwerp. Als het aan velen ligt, wordt de geschiedenis verloochend. Terwijl de geschiedenis bedoeld is om zo feitelijk mogelijk te zijn. Want dan kunnen we er van leren. Een ‘beeldenstorm’ en het veranderen van namen van musea, pleinen en straten is een heilloze weg. Ja de Nederlanders voerden oorlogen, en ja de ‘helden’ van toen waren geen lievertjes, wiens daden niet opgeblazen hoeven te worden maar, wat mij betreft, vooral gezien moeten worden in de context van toen. De wereld van toen was op zijn minst zo gewelddadig als de wereld van nu. Er waren nog geen universele mensenrechten geformuleerd. De conventie van Geneve moest nog opgesteld worden. De VN lag nog in de schoot van de toekomst verborgen. Ik voel er niets voor om alle namen van straten, gebouwen en pleinen te reduceren tot zo iets neutraals als postcodes.

Mensen als Witte de With, de Ruyter, Tromp en Piet Hein blijven voor mij zeehelden die streden in opdracht van de machthebbers van toen. Eerder schreef ik al “Beeldenstorm”. Die storm is nog niet gaan liggen. Steeds komen er in de discussies nieuwe ‘elementen’ bij. Recent de discussie over roofkunst/oorlogsbuit. Nu is oorlogsbuit niet iets exclusiefs voor de koloniale oorlogen. Piet Hein haalde voor de Republiek der verenigde Nederlanden de zilvervloot binnen. Tal van schatten/kunstwerken werden ook bij Europese oorlogen geroofd en sieren nadien de paleizen van vorsten en de adellijke veldheren die als overwinnaars geëerd werden. Ook in de bodem van de Scandinavische landen worden met regelmaat Vikingschatten gevonden, die geroofd zijn uit de rest van Europa. Moeten ook die terug? Het is een moeilijke discussie. Waar zijn de objecten het meest op hun plaats? Ze maken deel uit van meerdere geschiedenissen. Van de verliezers en de overwinnaars. Wie is nu de ‘rechtmatige’ eigenaar en wie is de morele eigenaar? Waar is een object, dat ook deel uitmaakt van  de universele geschiedenis van de mensheid, het meest op zijn plaats? Als het architectonische elementen zijn, is het antwoord, voor mij, simpel. In het oorspronkelijke bouwwerk waar vanuit het gesloopt is. Maar als het om kunst gaat is het veel minder helder, zeker als de verblijfs/eigendomsgeschiedenis van het object niet gereconstrueerd kan worden. Ook de vraag of het object op enig moment is aangekocht, verkregen als gift of geroofd is kan relevant zijn. Voor mij is helder dat de aard en toon van het debat vaak het karakter heeft van een opeenstapeling van verwijten, waarbij de ‘witte’ geschiedenis, literatuur, politie of maatschappelijke inbreng ‘zwart’ wordt gemaakt en neer komt op morele chantage. Jammer, want dan gaan de hakken van velen in het zand. Mensen worden de discussies en aantijgingen van schuld en de eis van boete zat. Femke Halsema zei het gisteren in Buitenhof heel treffend: “Je geschiedenis tors je als natie”. Ik krijg het gevoel dat velen dit torsen zat worden en dat de actie bij Dokkum hier het gevolg van is. De ‘racismebestrijders’ zijn, naar mijn gevoel, hard op weg racisme te op te wekken door de steeds oplevende schuldvraag. Terwijl de tegenbeweging de morele chantage en zwartmakerij simpelweg zat is.    

AANPAK VERSLAVINGEN

 


 

AANPAK VERSLAVINGEN

 

Soms word ik gegrepen door ervaringen en door wat ik lees. Op 1 juli stond er een artikel in de Volkskrant. Een artikel met de kop: “De IJslandse jeugd is van de drank af”. Uit het artikel blijk dat de IJslandse jeugd niet alleen de drank liet staan, maar ook de wiet en sigaretten. De overheid had ze met tal van acties aan het sporten gekregen. De cijfers waren verbluffend. Waar in 1998 bijna de helft van de 15/16 jarigen in IJsland wel eens dronken was geweest, bleek dat in nog maar 5 %. Het cannabisgebruik daalde van 17 % naar 7 % en het percentage jongeren dat dagelijks rookte van 23 naar 3 %. In het uitgebreide artikel viel mij één uitspraak op: “Vroeger was je een uitzondering als je op je veertiende niet dronk. Het mooie is: nu ben je een uitzondering als je dat wel doet.”

Ik ga al jaren met mijn zoon op vakantie naar de noordelijke eilanden in de Atlantische Oceaan en het verbaasde mij met regelmaat over hoe op de eilanden omgegaan wordt met de jeugd, de saamhorigheid op die eilanden en de activiteiten gericht op de jeugd. Reeds in mijn reisverslag over een vakantie op IJsland (2007) schreef ik over een waarneming: “Wat ook opvalt is het grote aantal jongeren dat bezig is in het plaatsje aan de openbare ruimte en in het haringmuseum. Het blijkt in deze regio gewoon te zijn voor scholieren, die drie maanden zomervakantie hebben, dat ze tegen betaling vakantiewerk kunnen doen voor de gemeente. Misschien een ideetje voor onze gemeente.” Nadien constateerde ik soortgelijke zaken op mijn vakanties op de Faroer eilanden, de Shetlands of de Orkney’s. Wat mij ook keer of keer opviel waren de vaak zeer goede en uitgebreide sportfaciliteiten voor soms heel weinig mensen.

Zo schreef ik in 2013 in het reisverslag over een bezoek aan Whalsay (Shetlands): “Wat opvalt is het hoge niveau van de voorzieningen. Bij het schooltje lag een multifunctioneel sportveldje wat op deze zaterdag, terwijl de school dicht is, vrij toegankelijk was. Wat voor ons echter onvoorstelbaar was is de omvang van de sportvoorzieningen. Een groot leisurecentrum, zwembad, en voetbalterrein gecombineerd met speelvoorzieningen voor de kleinsten. Voor ongeveer 1000 inwoners in onze ogen wel heel veel voorzieningen van hoge kwaliteit.”

In het reisverslag over een reis naar de Faroer eilanden dit jaar is te lezen dat mij een aantal dingen opviel. Bijvoorbeeld dat scholen, hoe klein ook, beschikken over sportfaciliteiten zoals een voetbal of handbalkooi, vaak gecombineerd met basketbal. Ook hoe gemeenschapszin bevorderd wordt of in stand gehouden . Zo woonden wij een roeiwedstrijd bij met Faeröereese roeiboten. Toen we aankwamen waren er al tientallen aanwezig. Uiteindelijk telden we er omstreeks veertig in 6, 8 en 10 persoonsuitvoering. Veel boten kenden zowel een mannen- als een vrouwenteam. Alleen de sekse van de stuurman of vrouw is onbepaald.  Buiten de wind, en zo nu en dan een buitje, was de sfeer fantastisch. Veel dorpen of eilanden kennen hun eigen team. Nog meer dan met voetbal is dit de manier om de competitie met de andere dorpen aan te gaan. Mij verbaasde het in wat voor sfeer dat gebeurde. Gemoedelijk en tegelijkertijd competitie gericht. De boten werden gekoesterd en met liefde omringd. Een enkele keer zag ik dat het voorste uiteinde van de boeg voor de tewaterlating werd omarmd en soms gekust. Toen de wedstrijd, wegens te harde wind, werd afgeblazen viel mij op dat dit gebeurde zonder wanklank of protesten. De boten werden aan de kant gehaald en uit het water en gingen weer op de trailers. De gemeenschapszin wordt bevorderd door de roeiwedstrijden en de liefde voor het gemeenschappelijke onderhoud van de gekoesterde boten.

Dit soort bijeenkomsten getuigen in mijn ogen van een gemeenschapszin waar ik jaloers op ben. Toen we op een avond thuis kwamen was er een punt van verwondering. Op ‘ons’ strandje bevonden zich een zestal tienermeisjes die wat (warms) dronken en op een vuurtje marshmallows roosterden. Wat later deden ze een spelletje met houten plankjes. Ik zie het bij ons in Bergen op Zoom niet zo snel gebeuren dat op een totaal verlaten strandje zes meisjes uren lang in het half duister al keuvelend en in alle rust met eenvoudige houten plankjes een spelletje doen. Een samenleving als op de Faeröer lijkt soms zo simpel, maar ik ben er jaloers op. Zij hebben nog iets wat wij zijn kwijtgeraakt. Je hebt geen luxe of mobieltjes nodig om als mannen/jongens onder elkaar te zingen over het (harde) leven (een andere waarneming) of als meiden/ vriendinnen onder elkaar op een strandje in de buurt de avond door te brengen.

Het Volkskrant artikel laat zien dat die aanpak in IJsland en op de andere eilanden werkt en door mijn waarnemingen worden bevestigd. In de IJslandse opzet blijkt de aanpak van 13/16 jarigen met veel sport belangrijk, waarbij ook de ouders betrokken worden. Meer tijd besteden aan je kinderen en weten waar ze zijn en wat ze doen. Ik besef dat de schaal van IJsland (circa 300.000 inwoners) een andere is dan Nederland. Toch kunnen de IJslandse lessen waardevol zijn. Ook onze jeugd verdient de beste start naar volwassenheid die we hen kunnen geven.  

 

 


 

 

BEELDENSTORM

 


 

BEELDENSTORM

 

Het lijkt wel de zestiende eeuw. Toen moesten heiligenbeelden, bibliotheken, muurschilderingen en schilderijen en tal van andere voorwerpen die (de verkeerde) religieuze betekenis hadden of werden toegedicht het ontgelden. Hele bibliotheken met een rijke cultuur en wetenschappelijke inhoud gingen in vlammen op of werden in de rivieren gegooid. Gevolg: opstanden, oorlogen en diepe haat en wantrouwen naar elkaars (geloof)gemeenschappen.

Zo vormde de beeldenstorm van 1566 in de Lage Landen (wat nu Nederland en België is) de aanzet tot de tachtigjarige oorlog. In Oost-Europa zijn tal van beelden van communistische ‘helden’ verwijderd en omgesmolten, omdat zij tot schurken zijn geworden. In de USA dreigt het zelfde en vindt verwijdering van beelden al een aantal jaren plaats. Ik ben tegen het verbranden of vernietigen van kunst of andere elementen, die een beeld geven van de geschiedenis. De vernietiging van archeologische restanten in het Midden-Oosten door oorlogsgeweld en religieuze onverdraagzaamheid is een verlies voor de gehele mensheid. Waar is de wijsheid gebleven van leiders als Nelson Mandela, ontvanger van de Nobelprijs voor de vrede in 1993 en de Sacharovprijs 1988, de prijs die staat voor de bescherming van de rechten en fundamentele vrijheden van de mens, met name van de vrijheid van meningsuiting? Geen zinnig mens zal van Nelson Mandela ooit denken dat hij een aanhanger van blank superioriteitsgevoel zou zijn geweest. Toch was hij fel gekant tegen het neerhalen van omstreden monumenten, zoals het beeld van Hendrik Frensch Verwoerd, die beschouwd wordt als de belangrijkste vormgever van het apartheidssysteem in Zuid-Afrika. Zijn motivatie was dat het neerhalen van de omstreden monumenten slechts de wraakzucht zou aanmoedigen.

Ik heb geen enkele sympathie voor systemen als apartheid of slavernij. Zij zijn een miskenning van de menswaardigheid van ieder mens, welke godsdienst hij ook beleid, of van welke oorsprong ook. Toch ben ik tegen vernietiging van monumenten die een onderdeel vormen van de geschiedenis van de menselijke samenleving. Mensen als generaal Robert Edward Lee of veldmaarschalk Erwin Rommel dienden als soldaat de verkeerde regiems. Maar maken als militaire leiders onderdeel uit van de geschiedenis. Ook Nederland kent tal van beelden en afbeeldingen van ‘helden’, die als ze nu zouden leven als schender van mensenrechten voor het Internationaal Strafhof te Den Haag gebracht zouden kunnen worden, zoals Jan Pieterszoon Coen of  Luitenant-Generaal van Heutsz, die bekritiseerd werd vanwege de wijze waarop hij als bevelhebber de Atjeh-opstand neersloeg. Het monument met zijn buste, in Amsterdam werd in 1967 en 1984 met explosieven vernield, waarna het in 2004 omgedoopt werd in “Monument Indië-Nederland 1596-1949” en alle verwijzingen naar Van Heutsz werden verwijderd.

Ook mijn eigen gemeente Bergen op Zoom kende eens (1988) een discussietje over een kunstwerk (in het Anton van Duijnkerkenpark) met de naam Pagode, waaraan Boeddhisten aanstoot zouden kunnen nemen omdat de zeven vlakken, waaraan het kunstwerk refereerde, niet horizontaal waren maar als schuin aflopende bogen waren gerealiseerd. Toen werd gepleit voor een andere naam. De pragmatische oplossing die in de loop der tijd (wel of niet bewust) is gevonden? Alle naambordjes bij de kunstwerken in het park zijn verdwenen. Nederland kent tal van straten, pleinen en lanen vernoemd naar ‘helden’ uit het verleden. Ook op postzegels werden vaak personen geëerd, waar we nu terughoudender mee om zouden gaan.

Laten we de wijsheid van Nelson Mandela delen en afblijven van elkaars geschiedenis, monumenten en cultuur. Lange tenen discussies leveren immers, mijn inziens, niet veel goeds. We beginnen bij de beelden waarom nu ‘gestreden’ wordt, we laten ze staan. We laten de straatnamen onveranderd en ook de van Riebeeck zegels mogen gerust de albums van de filatelisten blijven sieren. We kunnen wel van de geschiedenis en die beelden en objecten leren. Door bijvoorbeeld in de buurt van deze beelden aanvullende informatie te verstrekken.

In een multiculturele wereld is voor echt samenleven acceptatie nodig van de geschiedenis en wat deze in de vorm van religies, boeken, beelden en andere voorwerpen heeft voortgebracht. Alleen dan zullen we er van leren en niet dezelfde fouten maken die zoveel ellende over de wereld en mensheid hebben gebracht.

 


 

 

VERDWAASDE ELITE

 


 

VERDWAASDE ELITE

 

Rint Sybesma (hoogleraar Chinese Taalkunde in Leiden) publiceerde op 25 juli in de Volkskrant een opinie stuk met de kop; “Schaf het Nederlands gewoon af”. Hij vindt dat wij op het Engels moeten overstappen, zowel in het dagelijks leven als in het onderwijs, want dan zijn we internationaal veel competitiever. Te beginnen met het hoger onderwijs. Want in de huidige praktijk (deels in het Engels en deels in het Nederlands) “leidt de kwaliteit van het onderwijs eronder (het Engels van de docenten en studenten schiet immers tekort) en kunnen de hoogopgeleiden die in een baan in Nederland terechtkomen (de losers), niet meer in het Nederlands uit de voeten.” Hoogopgeleiden die in Nederland werken LOSERS noemen! Hoe gek kan het worden. Meneer Sybesma is grotendeels met Nederlands belastinggeld opgeleid. Hij ontvangt salaris dat door de Nederlandse belastingbetalers wordt opgebracht. Om dan hoogopgeleiden die met Nederlands belastinggeld zijn opgeleid en een bijdrage gaan leveren aan de Nederlandse economie en eindelijk, na jaren geleefd en gestudeerd te hebben over de rug van de belastingbetalers, hun bijdrage aan de Nederlandse samenleving gaan leveren LOSERS te noemen is meer dan schofferend. Sybesma behoort wat mij betreft tot een verdwaasde en verdwaalde ‘elite’ die totaal losgezongen lijkt van de samenleving die hem in staat heeft gesteld te bereiken wat hij heeft bereikt. Sybesma geeft, in mijn ogen, blijk van een diepe minachting van de cultuur en samenleving die hem heeft voortgebracht. 

Taal is in samenhang met cultuur en geschiedenis geen folklore. Het is een bindend element. Ongeacht de verschillende nationaliteiten en  uiteenlopende opleidingsniveaus blijft en is het datgene wat ons als samenleving bindt. Sybesma vindt het geen probleem dat zijn plan een tweedeling in het land zal creëren tussen de studerende elite en de achterblijvers. “Hoe lang de onrust ook zal duren, het is maar een fase” is zijn stelling. Hij eindigt zijn artikel met: “Of het erg is dat het Nederlands verdwijnt? Ach, er verdwijnen jaarlijks vele tientallen talen, dus wat geeft het dat het Nederlands er daar op zeker moment ook één van is? Dat geeft absoluut niks, helemaal als je bedenkt wat we ervoor terugkrijgen”. 

Ik ben dit jaar op vakantie geweest op een plek waar circa 50.000 mensen hun eigen taal en cultuur koesteren en veel boeken zowel in een Deense versie als in een Faroereese versie te koop zijn. Die samenleving heeft kwaliteiten die wij tot mijn spijt grotendeels zijn kwijtgeraakt. En ik denk dat bij het behouden van die kwaliteiten hun taal een grote rol heeft gespeeld en nog speelt. 

Özcan Akyol schreef van de week in een column in BNdeStem: “In een wereld waar globalisering steeds vaker als grote boosdoener van vervreemding wordt aangewezen, willen steeds meer mensen terug naar hun wortels. De Nederlandse taal verliest steeds meer terrein door verkeerde prioriteiten – en ontlezing. In plaats van capitulatie zou die ontwikkeling bevochten moeten worden. Om eigenheid terug te winnen, moeten we niet minder, maar juist méér investeren in onze eigen taal. En dan vooral in het onderwijs.”

Voor mij een waarheid als een koe. Özcan Akyol heeft, ondanks zijn achtergrond, meer gevoel, in zijn pink bij onze gezamenlijke taal dan hoogleraar Sybesma in zijn hooggeleerde hoofd.

 


 

 

2017 FAROER EILANDEN

 


 

VAKANTIE 2017 FAROER EILANDEN

 31 mei

Omstreeks 04.30 uur vertrokken uit Bergen op Zoom. Alexander heeft tot circa 100 kilometer in Duitsland gereden. Daarna Carola tot voorbij Hamburg. Toen heb ik het stuur overgenomen tot voorbij de Deense grens, omdat met een grijsaard aan het stuur de kans het kleinst was dat wij er uitgepikt zouden worden en we vertraging op zouden lopen. Carola heeft daarna weer tot het sleuteladres gereden. Tot twee keer toe ging ze helemaal los met de KA. Op Duitse wegen mag je hier en daar zo hard als je wilt. Maar de KA heeft iets wat wij niet wisten. Een piep en het bericht: “u hebt de snelheidslimiet overschreden” rond de 158 op de teller. Ze zal het nooit meer doen! We hebben weinig files gehad. Alleen rond Hamburg iets.

In Silkeborg hebben we bij het Dancenter de sleutel opgehaald, wat niet zo eenvoudig bleek. De sleutel bevond zich in een kastje dat met een code geopend moest worden. Dat werkte niet. Terwijl wij er stonden verscheen er een Hollands gezin met hetzelfde doel. In eerste instantie lukte het hen ook niet. Maar ineens opende het deurtje zich wel en bleken er meerdere boeken met sleutels te zijn. We vonden uiteindelijk het voor ons bestemde. Het huisje in Mossø (Skanderborg) is mooi en gelegen aan het meer van Mossø met een prachtig uitzicht. De verwarming werkte maar matig en je moet volgens het boek wel geduld hebben, tot 24 uur toe, voordat de gewenste temperatuur bereikt is. Na installatie hebben we boodschappen gedaan in Skanderborg en gegeten in Restaurant Sørens. Een bescheiden kaart maar met gerechten van hoge kwaliteit en voor onze begrippen aan de prijs. Carola artisjokken soep en daarna een tapas tableau. Ze genoot van alles. Alexander nam eerst een zeebarbeel gerecht en daarna een pepersteak. Ik ging voor een pate gerecht waarvan ik dacht dat er mossels bij zouden zitten en daarna voor een uitgebreide kipburger. Bij het serveren van alle gerechten werd er uitgelegd wat het was. Bij thuiskomst werden plannen gemaakt voor de komende twee dagen en rende/wandelde Carola 30 minuten door Mossø, 4 km over onze weg heen en weer langs het meer van Mossø.

Uitzicht vanuit ons huis in Mossø

1 juni
Omstreeks 5 uur ben ik opgestaan en probeerde ik de laptop aan te sluiten op het netwerk. Tevergeefs. Ook met de Ipad, waarop ik nu het verslag van 31 mei heb geschreven, bleek ik geen verbinding met wifi te krijgen. Hopelijk is dit manco tijdelijk, want typen op de Ipad is niet mijn hobby. Alexander stond omstreeks 9 uur op. Van echt uitslapen was nog geen sprake. Schone slaapster Carola kwam omstreeks 10.30 uur haar mandje uit. Omstreeks 12.15 uur gingen we via een toeristische route naar de Unesco site Jelling. Onderweg zagen we langs de kant twee chique pilaren staan, waardoor we vermoedden dat het een boer met geld was. Vlak erna zag Alexander een kerkje waar hij wel even een kijkje wilde nemen. Toen wij van onze navigatieroute afweken zagen we in de herberekeningen dat we langs de straat van de boer terug konden. Dit deden we dan ook, na het bezoek aan het kerkje. Ver aan het einde van de weg stond een prachtig landhuis. Iemand die in die tijd echt wilde laten zien dat hij geld en macht had. Nu was het in beheer van een natuur/cultuur bescherm- en behoud stichting.

Het landhuis Vorbjerggard

Hierna vervolgden we onze toeristische route. Unesco site Jelling is een monumentale plek waar de, naar verluid, ‘eerste’ koning van Denemarken zijn residentie bouwde. De plek bestond en deels bestaat uit twee opgeworpen grafheuvels, rune stenen, een kerk, een scheepsprofiel (waar binnen een deel van de monumenten zich bevindt) en een palisade. Veel informatie is te vinden op http://en.natmus.dk/  en op http://www.jellingkirke.dk/

Plattegrond van de Unesco site Jelling

In het kerkje hadden we geluk dat er net een groep langs was geweest en we ook in normaal afgesloten delen even een kijkje konden nemen.

Hierna gingen Carola en Louis in snel tempo de trap op om op de grafheuvels te beklimmen. Ik kwam als eerste boven, dat was voor Carola een wat vreemde gewaarwording was. Maar ik had gesmokkeld (ik nam twee treden tegelijk en zij ging per trede).

Eén van de grafheuvels

En nog een grafheuvel

Het is een prachtig en goed onderhouden complex waar Denemarken laat zien dat ze trots is op haar geschiedenis.

Panoramafoto van het Jelling complex. Klik op de foto voor een vergroting

Onderdeel van het complex maakt ook deel uit Kongernes Jelling. Een museum, dat net als de Unesco site, gratis is te bezoeken met een mooie informatieve tentoonstelling met veel multi mediale elementen. Naar mijn beleving ook voor kinderen fantastisch om te bezoeken. We werden door een gastvrouw welkom geheten. Ik schat dat we alleen al in het museum drie uur hebben doorgebracht. Alexander kocht twee boeken, ondanks de taal (Deens). Een boek over de schatten uit de Deense grond en een boek over de opgravingen ter plaatse.

Na een korte wandeling door Jelling besloten we te eten in Byens cafe dat onderdeel uitmaakt van een gemeenschapsgebouw (voor informatie www.byenshus.com), een cafe/restaurant met een eigen brouwerij. We namen alle drie tomatensoep als voorgerecht. Dat beviel goed, hoewel later Alexander spijt had want de soep bleek bij het hoofdgerecht zijn maag al goed gevuld te hebben. Carola nam een salade met een “oksefilet”. Ondanks dat het vlees wat doorbakken was, smaakte het haar uitstekend. Ik ging voor een salade met zalm. Het bleek een gigantisch stuk zalm. Vel en een stukje zalm verdwenen uiteindelijk in de maag van Carola. Voor mij was het allemaal wat veel. De smaak en bereiding waren wel goed. Alexander ging voor ” enchiladas met kylling” het smaakte hem zo goed dat hij spijt had van het voorgerecht. Carola ontfermde zich over de restanten. Bij ons alle drie bleef salade over. Het was gewoon teveel! Wat mij verder opviel was dat Carola van de overdaad aan zout consumptie af is. Onze jarenlange adviezen blijken vrucht afgeworpen te hebben. De andere bezoekers waren dorpelingen die elkaar allemaal leken te kennen. Pas toen wij gingen vertrekken kwamen er vier Nederlandse mannen binnen die in Denemarken een week op fietstocht waren.

Na de maaltijd, tijdens de wandeling naar de auto, ontdekten wij dat de automatische grasmaaiers die ons steeds hadden verbaasd namen hadden, te weten: Gorm (de eerste koning van Denemarken), Thyra (zijn vrouw), Harald Blauwtand (hun oudste zoon) en Basse (een naam die is aangetroffen op een in Jelling gevonden runesteen). Bij het nazoeken van de apparaten hebben Carola en Alexander nog even kunnen genieten van een kroelende grijze kater. Op de terugweg hebben we nog even in onze straat gestopt bij een informatiehuisje met informatieborden over de lokale natuur en over archeologisch onderzoek in de regio. Carola had dit gisteren tijdens het rennen gezien. Echter waren we te moe en besloten later nog een keer terug te gaan. Al had ik daar niet zo’n last van, want ik rende het laatste stuk naar huis in een poging Carola in de auto bij te houden. Omstreeks 21.00 uur waren we weer thuis na een dagje Jelling, een plek die we iedereen aan kunnen bevelen met gevoel voor geschiedenis.

Later hebben Alexander en Carola nog een kleine wandeling gemaakt langs het meer.

2 juni
Vandaag zijn we naar een neef van Carola geweest in Blenstrup bij Aalborg. Hij was verrukt met het bezoek uit Nederland. We werden rondgeleid in zijn grote huis en hij praatte honderd uit. We spraken vooral over hun familie, wonen en werken in Denemarken. Carola en neef Shannon hadden elkaar in geen jaren gezien. Dat werd in een paar uur ingehaald. We aten met zijn vieren in een Japans buffetrestaurant (Sanya) in Aalborg. Dat was vooral groot, van redelijke kwaliteit en voor Deense begrippen niet duur. Carola reed ons weer naar ons huisje.

3 juni
Omstreeks 9.00 uur melden we ons tevergeefs bij het DanCenter in Silkeborg. Volgens het boekje in het huisje zou het om 9.00 uur open gaan. Dat bleek pas om 12.00 uur te zijn. We schreven een briefje dat we doorreden naar Hirtshals, omdat we ons daar om 12.00 uur werden geacht te melden om in te schepen op de Norröna. 180 kilometer kan je nu éénmaal niet in een minuut afleggen. In het briefje gaven we aan dat we, na de ontvangst van een factuur, graag de openstaande kosten (elektra, schoonmaken en  beddengoed) snel zullen overmaken. Alexander reed ons naar Hirtshals. De reis naar Hirtshals verliep voorspoedig. Bij aankomst stond er op het informatiebord niet de bestemming Faeroer eilanden. Nadat ik constateerde dat het informatiebord was aangepast zette ik de auto dwars door de andere lijnen in de juiste opstellijn. Na het melden gingen Carola en Ik aan boord. Alexander reed uiteindelijk de auto aan boord van de Norröna. Het schip vertrok enkele uren te laat. Omdat bij het boeken in december er geen cabins meer te boeken waren, hadden we couchettes geboekt. Die bleken zonder beddengoed en vooral gehorig, warm en met veel geluid van de machines en het gesnurk van de medepassagiers. Het beddengoed werd geregeld via de receptie. Ik besloot in een stoel de nacht door te brengen.

4 juni
We kwamen de nacht door. De dag kom je door met wachten, hangen en een babbeltje. Uit eindelijk trokken we de dag grotendeels op met een Duitse motorrijdster en een Duits/Oostenrijkse motorrijder die onderweg naar IJsland waren (geen koppeltje), waar we later een Duitse fotografe http://www.nicole-nerger.de aan toevoegden die naar de Faeroer eilanden ging op zoek naar te fotograferen objecten en voornemens was dat met de bus en wandelend te doen. Ik bood haar aan om één dag dat samen met ons te doen. Alexander zocht moe zijn mandje op en Carola en ik volgden wat later.

5 juni
We kwamen de nacht weer door. De Norröna kwam omstreeks 6.30 uur in Thorshavn aan. Snel gingen Carola en Alexander van boord. Omdat er in de rij voor mij een probleem was, duurde het behoorlijk lang voordat ik van boord kon. Maar uiteindelijk lukte dat en vond ik de jongelui snel. In Thorshavn was alles dicht vanwege tweede pinksterdag. We reden gelijk door richting ons huis in Leynar. Onderweg konden we het nodige inslaan bij een benzinestation, waar het heerlijk rook naar versgebakken brood. Thuis bleek dat ook lekker te smaken.  Het werd echt een dag om bij te komen van de reis. Alexander heeft overdag misschien wel 6 uur slaap ingehaald. Carola ook gauw 3 uur en ook ik ben regelmatig in slaap gedommeld. Carola en Alexander hebben wel een wandeling over ‘ons’ strand gemaakt en een vermoedelijk tinnen kruisje aan een touwtje gevonden.

Aankomst in Thorshavn

6 juni
Er is door de jongelui weer uitgeslapen. Er is een poging gedaan om de hiking routes, uitgegeven door http://www.visitfaroeislands.com op kaart en google maps te reconstrueren. Dat lukte niet echt. Het routeboekje lijkt geschreven door een Faroerees en niet door iemand die met de ogen van een toerist kijkt naar een voor hem onbekend gebied. Uiteindelijk zijn Carola en Alexander gaan wandelen door Leynar zelf en hebben met navragen vermoedelijk een begin van een route ontdekt.  Later zijn we via de bergweg richting Thorshavn gereden. Onderweg hebben we wederom geprobeerd een begin en een kruising van een route en de weg te vinden. Weer tevergeefs. Eén ding is duidelijk bij deze route, die aangeduid wordt als easy en geschikt voor kinderen, is onze conclusie zeker niet easy en ik zou eventuele kleine kinderen er niet op hikingtocht meenemen. We hebben op de route genoten van de vele vergezichten.

klik op foto voor vergroting

Twee keer, als we stopten met gevaarlichten aan, stopte er een Faroereese automobilist om te vragen of alles OK was. Daarna hebben we boodschappen gedaan en geld getapt. We hebben bij de haven de auto geparkeerd en daarna rond het havengebied gewandeld. Er is best veel veranderd. Het CD winkeltje is nu een Turkse pizzabakker. De Ierse Pub was er nog wel. Gebouw en inrichting waren nog hetzelfde. De bediening was vrouwelijker geworden en deels oriëntaals. Het eten (steaks van bief en lam) was nog steeds goed en relatief niet duur. Ierse drank was er ook te koop, maar als je voor de muziek naar een Ierse Pub gaat, kom je bedrogen uit. We hebben geen enkel Iers nummer gehoord! Carola was vandaag onze betrouwbare chauffeur. Wel is ze nog niet richting vast. De weg vinden is nu eenmaal lastig in den vreemde. Over het weer hebben we de afgelopen dagen niet te klagen. Op de aankomstdag wat spettertjes aan het begin en later droog met een enkele zonnestraal. Vandaag prachtig zonnig weer. Ik heb zelfs buiten op ons terras van de zon kunnen genieten. Niet alleen wij genoten van het mooie weer. Ook een groep kajakkers zal er van genoten hebben. Zij gebruikten ‘ons’ strand om een kajaktocht te starten en te beëindigen.  

7 juni
Weer een dag met zonnig weer. Hoewel de temperatuur nu niet boven de 10 graden uit kwam, was het voor Faroereese begrippen prachtig weer met veel zon en veel wind vanuit het noorden. Voor Alexander en Carola een reden de wandeling, die we gisteren probeerden te verkennen, uit te proberen. Ik bleef achter op mijn zonnig terras. Ze vertrokken omstreeks 12.00 uur. Ik begon aan de “Faroe Business Report”( www.faroebusinessreport.com), een mooi inkijkje in wat er zakelijk gebeurt op de Faeroer eilanden. Er blijkt ten opzichte van 2011 (ons laatste bezoek) het nodige veranderd. De sterke punten: toerisme, visserij en transport zijn nadrukkelijk uitgebouwd en dat vooral op eigen kracht. Wel valt op dat er nieuwe markten zijn gezocht voor visserijproducten en de export naar Rusland fors is gegroeid. De Faeroer eilanden hebben zelfs een eigen diplomatieke vertegenwoordiging in Rusland. Ook de Chinese ICT gigant Huawei is betrokken bij de ontwikkeling van de mobiele internetverbindingen (4G LTE). Soms kan een piepklein landje veel grote landen voor zijn. Onderstaande eigen ervaring bevestigen dat. In Nederland kampen grote delen van het buitengebied met langzaam of nauwelijks internet. Hier in een piepklein landje in het midden van de Atlantische Oceaan boven op een berghelling perfect internet. Mijn petje af voor een overheid die wel weet wat belangrijk is om het bedrijfsleven en de burgers te faciliteren.   

Al snel bleek tijdens de wandeling bergop dat Alexander en Carola met de telefoon geen verbinding meer hadden, maar dat internet via dezelfde telefoon wel werkte op de eenzame hoogte van 300 à 400 meter in de middle of nowhere (bizar). Via facebook werd ik op de hoogte gehouden. Uiteindelijk deden ze een poging de berg Sátan te beklimmen, die hoog uit torent (ruim 620 meter) boven ons huisje aan zijn voet.

Tijdens de beklimming van de berg kwamen Alexander en Carola de drinkwatervoorziening van Leynar, en dus ook ons huis, tegen. Even een kleine stop gemaakt om een heerlijk ‘vers’ slokje te nemen.

Ze hebben zijn top op pakweg 50 meter kunnen benaderen, toen werd het te steil. Die duivel bleek te sterk, te steil en te weerbarstig. Omstreeks 15.45 uur kreeg ik de melding dat ik hen omstreeks 16.30  uur op kon gaan halen bij een benzinestation aan de andere kant van de berg. Ze dachten een veilige daalroute gevonden te hebben. Daar aangekomen kon ik ze op de bergwand niet ontdekken. Zij zagen mij en de blauwe KA wel. Ik kon hen echter (ondanks de heldere kleuren van hun jacks) niet ontdekken. We kregen telefonisch contact en ik werd gedirigeerd naar een andere oppikplaats aan de bergweg naar Tórshavn.  Verwachte ontmoetingstijd een uur later. Daar aangekomen kon ik ze weer niet ontdekken. Dan maar zelf de berg op. Net toen ik de plek bereikte, waarvan ik dacht dat ik ze in het vizier zou kunnen krijgen hoorde ik de stem van Carola. Ze kwamen uit een andere hoek dan ik ze verwachtte. Geluid reikt ver in de schone/stille lucht van de Faeroer. Ik was blij ze te zien en begon al vast aan mijn eigen afdaling. Ze stapten moe in de Ka en ik reed ze opgelucht naar huis, waar Carola snel in de luie stoel met het mooie uitzicht in slaap viel. En Alexander begon de opgebruikte energie te compenseren met een tussendoortje van tonijn. Later gingen we naar Tórshavn om bij de Ierse pub op herhaling te gaan.

Uitzicht vanaf de Sátan, klik op foto voor vergroting

Uitzicht vanaf de Sátan, klik op foto voor vergroting

Ze waren te moe en Alexander zijn voeten te pijnlijk om door Tórshavn te wandelen. Ik had de avond daarvoor een boothuis ontdekt met de traditionele Faeroereese roeiboten, die ik op de foto wilde zetten. Na voetbal is roeien met hun eigen roeiboten de tweede nationale sport, die met groot fanatisme beoefend wordt en voor de dorpen dé kans is om hun eer hoog te houden.

Carola reed ons naar huis. Thuis gekomen kon ik constateren dat haar koontjes en oren nog net zo rood waren als toen ik ze thuis bracht na hun bezoek aan Sátan, de duivelse berg. Hierna heeft Carola nog een paar kilometers getraind door het plaatsje hier, nog even de berg omhoog gerend. 

8 juni
Het was vandaag een prachtige zonnige dag die geheel helder begon. Dat was ook doorgedrongen tot het lerarenbestand van de Faeröer eilanden. Dat merkten we toen ineens vanuit het niets veel kinderen met hun onderwijzers ‘ons’ strandje bevolkten. Navraag bij de leraressen leverde op dat met dergelijk mooi weer (10 graden met zon) de kinderen recht hadden om van een dergelijk uitzonderlijke weersgesteldheid te genieten. Naar buiten dus. Ons strandje was het eindpunt van een lange wandeling over de bergen en ophaalpunt voor de bus uit Tórshavn. 

Omstreeks 12.00 uur zijn we vertrokken voor een wandeling van Saksun richting de zee, langs de verzande uitmonding van een beek, die komt vanuit de Saksunardalur vallei.  Tijdens de wandeling hebben we ook bekeken of we het begin/eindpunt konden vinden van de wandelroute naar Tjornuvik. De rit van Hvalvik naar Saksun door deze vallei is een zogenoemde boterbloem route.

Na de wandeling en een zonnebad op het strandje bij de monding van de beek in zee, zijn wij via Kollafjørður naar Tjørnuvik gereden om het andere eind/beginpunt van een wandelroute te bekijken. In Tjørnuvik aten we een heerlijke wafel en dronken Carola en Alexander thee bij een hele vriendelijke Faeröerees, die een slim handeltje had opgezet voor zijn huis bij het start/eindpunt van de wandelroute. Ondanks dat hij geen Engels sprak, deed hij zijn best ons goed te verzorgen zodat we niks te kort kwamen. Daar spraken we een echtpaar uit Australië/USA, die de wandeling vanaf Saksun hadden gemaakt en nu terug moesten naar hun auto. We besloten ze een lift te geven naar Hvalvik vanwaar ze verder wilden liften naar Saksun. Ze vonden dat ze voldoende van onze gastvrijheid in de propvolle KA gebruik hadden gemaakt. Wij reden door naar Tórshavn waar we hebben gegeten in café Natur. Carola een club sandwich en Alexander en ik een tortilla. Beiden goed en goedkoop. Ik sprak in café Natur drie mannen die onder het genot van pinten bier keer op keer luid voor ons onverstaanbare liederen zongen. Navraag door mij leverde op dat het socialistisch klassestrijdliederen waren van een IJslandse dichter. Voor mij als sociaal-democraat prachtig. Het bestaat nog. Mannen die, zij het onder invloed, kond doen van hun solidariteit en klasse bewustzijn en dat laten horen in een café gevuld met mannen en één vrouw (Carola).

Onderstaand een impressie van onze dag:

Zeer apart gevormde rots. Het lijken verschillende stenen maar het zit allemaal aan elkaar

klik op foto voor vergroting

We verwonderden ons over het grote aantal Zwitsers in Tórshavn. Alexander vond snel uit dat  morgen (9 juni) er een WK kwalificatie voetbalwedstrijd is, Faeröer eilanden tegen Zwitserland. We besloten morgen maar niet in Tórshavn te gaan eten, want nu kostte het al enige moeite een eetplek te vinden. We hopen op een overwinning van de dappere Vikingen.

Toen we thuis kwamen was er nog een punt van verwondering. Op ‘ons’ strandje bevonden zich een zestal tienermeisjes die wat (warms) dronken en op een vuurtje marshmallows roosterden. Wat later deden ze een spelletje met houten plankjes. Ik zie het bij ons in Bergen op Zoom niet zo snel gebeuren dat op een totaal verlaten strandje zes meisjes uren lang al keuvelend en in alle rust met eenvoudige houten plankjes een spelletje doen. Een samenleving als hier op de Faeröer lijkt soms zo simpel, maar ik ben er jaloers op. Zij hebben nog iets wat wij zijn kwijtgeraakt. Je hebt geen luxe of mobieltjes nodig om als mannen onder elkaar te zingen over het (harde) leven of als meiden/ vriendinnen onder elkaar op een strandje in de buurt de avond door te brengen.

9 juni
In de morgen werd ‘ons’ strand overgenomen door enkele vissers die met vliegvissen hoopten een visje te verschalken. Er wordt regelmatig gevist vanaf ons strand maar we hebben nog niemand iets zien vangen. Vandaag zijn we relatief laat vertrokken omdat Alexander graag zijn foto’s wilde plaatsen op facebook. Het is inmiddels een mooie collectie geworden die een mooi beeld geeft van onze vakantie. Carola reed ons naar Eiðy aan de noord-west kust van Eysturoy waarna ik het stuur overnam. Het eerst deel was over de bergweg naar Gjógv aan de noord-oost kust van Eysturoy. Deze bergweg is de hoogste passage op de Faeröer eilanden (circa 400/500 meter). Wat ons opviel was een grote groep meeuwen die iets oppikten of dronken vanuit het gras.

Het is een route met veel scherpe bochten en gelukkig veel passeerplekken en prachtige vergezichten. Bij de afdaling naar Gjógv kwamen we vijf bussen tegen die Gjógv hadden bezocht. Mogelijk Zwitsers die van de gelegenheid gebruik maakten om een rondrit over de eilanden te maken. Na Gjógv volgden de plaatsjes Funninger, Funningsfjørur en Oyndarfjørðdur, waar Alexander en Carola in een beek een muntje vonden met cyrillische letters en een adelaar. Rara hoe komt het daar. Misschien een offer aan de goden van de berg of de beek? Daarna reden we door naar Fuglajørður waar we aten in restaurant Muntra. De bediening was vriendelijk. De inrichting huiskamerachtig. Het eten goed. Alexander en ik namen als voorgerecht een Noorse garnalen salade en Carola een zalmsalade met een ei Benedict. Het smaakte allemaal uitstekend en het ei Benedict ‘liep’ bij aansnijden. Voor de hoofdmaaltijd koos Carola voor ‘varken’. Het bleek een gigantisch groot en dik stuk schnitzel. Het smaakte haar uitstekend. Alexander koos voor lam. Het bleek geen steak te zijn maar plakjes met relatief veel vet. De delen met vet werden met Carola geruild voor delen van de verrukkelijke schnitzel. Mijn zalmgerecht bestond niet alleen uit een forse moot zalm, maar ook uit een stuk kabeljauw, gerookte zalm en Noorse garnalen. Iets minder dan de helft van de zalmmoot ging naar Alexander en Carola ontfermde zich over de huid van het beestje waar zij dol op is.  De gerechten waren stuk voor stuk goed bereid en mooi aangekleed. Dit is een restaurant dat ik warm aanbeveel. Naar de ingang moet je wel zoeken. Deze bevindt zich aan de achterkant van het gebouw waarna je de trap moet nemen naar de bovenste verdieping. Daar aangekomen moet je wat de keuken lijkt instappen en dan zie je pas de ingang van het restaurant. Na de maaltijd hebben we boodschappen gedaan in supermarkt Haraldsen, die van buiten ook niet echt herkenbaar is. Daar kocht ik ook een pakje servetten bedrukt met de vlag van de eilanden.

In mijn eerst vakantie verslag over de Faeröer eilanden (2009) schreef ik al over de passie voor voetbal die je overal ervaart op de eilanden. Je treft ook bij vrijwel ieder dorp met meer dan 500 inwoners een goed onderhouden (kunst)grasveld aan met tribune en in de kleinere dorpen een Pannaveldje. Eerder in dit verslag schreef ik over de roeitraditie en wedstrijden waarin ieder dorp aan mee wil doen om te laten zijn dat Vikingtradities hier nog steeds leven. Er is nog één passie die het vermelden waard is. Maar dan één van de lokale overheid! Tunnels boren! Op een bevolking van nog geen 50.000 zielen hebben ze door de jaren heen 20 tunnels aangelegd. Totaal meer dan 41 kilometer. Waarvan ruim 25 kilometer tweebaans en ruim 16 kilometer enkelbaans. De afgelopen jaren hebben ze sommige verbreed en veel zijn er nu ook verlicht.  Twee zijn toltunnels, waarvoor je 100 kr (ca. 13,50) betaald voor een retour. Nu staan er weer twee mega projecten op stapel en deels in uitvoering genomen. De Eysturoy tunnel, een Y-vorming tunnelconstructie met drie ingangen (van Rókini/Saltnes, van Sjógv/Strendur en van Tórshavn) en een onderzeese rotonde waar de drie wegen bij elkaar komen. Totale lengte 11.240 meter waarvan het laagste punt 187 meter onder het zeeniveau ligt. Constructie tijd 3 à 4 jaar. Gereed 2020. Een 11 kilometer lange tunnel met een rotonde! Ik weet geen andere plek in Europa waar ze dit doen en dat in een landje met circa 50.000 inwoners.  Een tweede project is de Sandoy tunnel. Tussen de eilanden Streymoy en Sandoy. 10,6 kilometer lang en maximaal 155 meter onder zee niveau. Constructie tijd circa 5 jaar en gereed in 2023. Men denkt dat van de Sandoy tunnel circa 310 voertuigen per dag gebruik zullen gaan maken. Een miljoenen project voor circa 300 voertuigen per dag. In Nederland ondenkbaar! Rare jongens die Faröeresen! Of hebben ze alleen rare hobby’s ?

10 juni
Steeds meer vissers op ons strandje en zelfs een keer een ruiter te paard. Van de buurman hoorde ik dat de vissers komen voor de zalmen die nu ieder moment kunnen arriveren om de beek op te trekken om zich voort te planten. Omdat het nog steeds mooi weer is, dachten we vandaag naar Kirkjubøur te gaan om de voormalige bisschopszetel locatie, inclusief de ruïne van de kathedraal, te bezoeken. Er loopt ook een wandelroute van Kirkjubøur naar Argir, die Alexander en Carola willen gaan lopen. Het liep anders. Halverwege de bergweg naar Tórshavn reden we in een mistbank en dat werd alleen maar erger. De mist werd regen én mist en bleek bij Tórshavn niet alleen te hangen op pakweg 250 meter hoogte, maar ook veel lager. We besloten toch naar Kirkjubøur te gaan. Toen wij aankwamen stond er slechts één auto op de parkeerplaats. De kerk bleek tot ons genoegen open en buiten ons leeg. Keer op keer verbazen we ons dat kerkelijke schatten zo voor het oprapen liggen. In de kerk lag een bijbel uit de zestiende eeuw op het altaar.

Wat ook open bleek was een gedeelte van de voormalige bisschopszetel, waaronder een grote zaal met tal van oude en nieuwe gebruiksvoorwerpen. We keken onze ogen uit. Ik zette Carola op de foto met een grote ketel in haar handen.

Ook de andere kamers waren een bezoek of een blik door een kijkgaatje zeker waard. Daarna bekeken we de nog deels ingepakte ruïne van de kathedraal. Deze wordt gerestaureerd en er is nog veel te doen om de resten te behouden voor de toekomst.

We vonden het startpunt van de wandeling, maar gezien de weersomstandigheden is de wandeling uitgesteld tot betere tijden. We vertrokken naar het centrum van Tórshavn waar we een bezoek brachten aan het winkelcentrum SMS waar ik een fotoboek kocht voor Ank waarmee ze de sfeer kan proeven van de eilanden en als het ware zelf, op de bank, op vakantie kan gaan naar de plaatsen die wij mochten aanschouwen. Daarna zochten we het toeristenbureau op. Dat was verplaatst en gemoderniseerd maar ook minder gezellig dan op de oude locatie. Maar de verleende service was er niet minder om geworden. De verkouden baliemedewerkster liep zelfs even naar buiten om te constateren of het winkeltje waar zij ons naar verwees wel open was. We waren op zoek naar een CD winkel. De ons bekende aan de haven bleek namelijk gesloten. In het winkeltje werden we allervriendelijkst ontvangen door een jonge dame die zowel in de CD bakken als op de computer de weg wist om ons te helpen. Alexander vertrok met een fors bedrag aan Tyr CD’s, mede bestemd voor een vriend. Ik kocht een CD van Elin en Kári met onder andere het nummer wat Ank zo mooi vindt: Eitt dýpi av dýrari tiđ. Ik kocht ook een medaille van een protest groep 200 (punkband) met een oproep tot echte onafhankelijkheid van Denemarken en een dikke vinger naar de lokale machthebber (met als symbool een ram) door deze op zijn rug af te beelden. In een ander winkeltje kocht ik twee vlagspeldjes en bezochten we een onbemand Rode Kruis boekwinkeltje, waar de betaling op een wijze geregeld is die bij ons in Nederland niet zo effectief zou blijken.

Daarna warmden we ons zelf op aan de haven bij een café aan de haven, waar ik op de vloer een aansprekend gedicht aantrof. Na opgewarmd te zijn maakten we door de regen een wandeling door het oude centrum van Tórshavn waar we ons verwonderden over een kerkhofpark.

Op onze wandeling zagen we ook deze schitterende ‘broekentuin’

We aten bij restaurant Marco Pollo. Alexander nam als voorgerecht een verse Noorse garnalen cocktail en als hoofdgerecht lam in bladerdeeg, ik een peppersteak  en Carola een pasta gerecht. Carola ontfermde zich graag over de restanten van mijn peppersteak. Het smaakte allemaal goed. We waren relatief vroeg thuis. Alexander en ik dommelden snel wat weg. Carola, energiek als ze is, ging nog wat kilometers (hard)lopen. Hopelijk is het weer morgen wat beter.       

11 juni
In de morgen leek het definitief gedaan met het mooie weer. Regen, mist en wind was ons deel. Tegen de middag toch een zeldzaam zonnestraaltje. Er werd uitgeslapen en gewassen. We hadden gisteren al besloten naar het museum te gaan. Dat leverde veel herkenbaars op, maar ook informatie die ten opzichte van ons eerdere bezoek (2009) nieuw was.

Daarna net als gisteren iets warms gedronken met iets erbij in Kaffi Hüsid en een wandeling langs het havenfront en opnieuw gegeten bij Marco Polo. Alexander en Carola namen lam in bladerdeeg en ik ging voor een tagliatelle zalm. Het smaakte heerlijk en de bediening was vriendelijk. Alleen werd er een vergissing gemaakt. Het voorgerecht van Alexander (kreeftensoep) kwam na navragen door mij als dessert. Het smaakte er niet minder om. Alexander was deze dag onze chauffeur. Bij thuiskomst bleek de zee, bij het hoog water wel heel hoog te komen en ook de branding was aanzienlijk woester dan de aflopen week. Alexander werd weer even kind en testte al snel het koude water. Carola had meer moeite met de kou. Water van pakweg 6 of 7 graden is nu eenmaal niet wat wij gewend zijn. Het leverde mooie plaatjes op. Ook ik genoot, als vader, om Alexander en Carola uitgelaten te zien rennen over het strand en door het water van de kreek en de branding.

Ik heb deze dagen ook eens uitgezocht hoe de Faeröer toch in staat is al die dure tunnels te realiseren. Een belangrijke factor is de relatie met moeder Denemarken. Ze hoeven aan Denemarken geen belastingen af te dragen en ze krijgen al meer dan 25  jaar jaarlijks een subsidie van Denemarken van circa 14 á 15 % van het Faeröereese Bruto Nationaal Product.  Daar kan je nog eens iets van doen! Zoals het versterken van je economische infrastructuur (wegen, tunnels, havens).

12 juni
Vandaag omstreeks 11.00 uur vertrokken om de noordelijke eilanden Kunoy, Boroy en Viðoy te bekijken en een boottocht te maken vanuit Hvannasund naar Svínoy en Fugloy. 

Het weer was Faeröerees. Het lijkt redelijk, maar kan ineens omslaan. We reden eerst naar Klaksvík waar we het bureau voor toerisme bezochten en ik twee vlagspeldjes kocht en Carola een cadeautje. Daarna de plaatselijke winkel van Sinkel met een uitgebreide collectie boeken. En toen door naar Kunoy en het gelijknamige plaatsje door de eerste éénbaanstunnel. Hier nam Alexander een foto  van een gebouwtje dat wel op een heel bijzondere manier werd behoed voor instorten of weggeblazen worden.

Via 2 éénbaanstunnels door richting Viðareiði waarbij er plotseling een niet op de kaart staande tunnel opdook. We kozen voor de oude weg langs de kust die nog open was. Viðareiði heeft een mooi kerkje met leien dakbedekking.

Ik zelf deed daar wat oefeningen met wat kleuters in de locale dagopvang die de rare man achter het hek wel machtig interessant vonden. We wisselden namen uit en we maakten gezamenlijk vliegbewegingen. Zelfs een juffrouw deed mee. Toen op zoek naar de weg door de tunnel. Dit bleek een luxe verlichte tweebaansweg/tunnel. We waren ruim op tijd in Hvannasund voor de MS Ritan, waarmee wij ook in 2011 dit tochtje hadden gemaakt. De MS Ritan bleek een Nederlandse boot te zijn die hier in 2010 als veerboot in gebruik is genomen.

Voor 120 kronen waren wij met zijn drieën ruim 2 uur onderweg en meerden we aan op Svínoy en op Fugloy (Kirkja en Hattarvik). Terwijl wij op de terugtocht vertrokken uit Kirkja verslechterde het weer rap. Guur, nat en een toenemende wind vielen ons ten deel. Het belette ons niet om te genieten van de oceaandeining, de vogels en de vergezichten op de eilanden. Bij aankomst in Hvannasund zochten we snel de warmte op van de KA.

Geleerd van de tunnelervaring in 2011 besloten we niet als bijna iedereen de tunnels naar Klaksvík in te duiken, maar op zoek te gaan naar Múli, een naar wat het boekje vertelde onbewoond dorp. De weg er naar toe was een ramp (maar wel een boterbloemroute) met als het niet grotendeels mistig zou zijn mooie vergezichten. Het dorp (vier woningen), bij wat eens een watermolen was, bleek niet helemaal verlaten. Op zijn minst één woning werd nog wel gebruikt als zomerhuis en vader en zoon deden als timmermannen wat van hen verwacht werd om het familiehuis te behoeden voor verval. En ze hielden er met de ‘dorpelingen’ samen nog hun kuddes schapen. We spraken met de zoon die vertelde dat sinds de boterbloemroute werd geopend hij bijna wekelijks wel aan de bak moest om auto’s van toeristen uit de greppels te halen. Ik begon extra voorzichtig aan de terugtocht naar Norðdapíl. De twee tunnels naar Klaksvik bleken nu goed te doen met een beperkt aantal, voorrang hebbende, tegenliggers. We tankten in Klaksvík en betaalde de tol voor de toltunnel tussen Leirvík en Klaksvík en gingen op zoek naar het restaurant waar we graag wilden gaan eten. Het bleek volgeboekt. Uiteindelijk besloten we op herhaling te gaan bij Muntra in Fuglafjørður. Daar waren we welkom. Alexander ging voor de Noorse garnalen als voorgerecht. Carola en ik kozen voor de soep van de dag (aspergesoep). We hadden echt wel trek in iets warms! De voorgerechten waren heerlijk. Er werd in ons uitzicht druk geoefend in het roeien met de Faeröereese roeiboten. De man die ons bediende vertelde dat er komende zaterdag in Hósvík de regionale roeiwedstrijden zouden zijn. Als hoofdgerecht kozen Alexander en ik voor de zalmschotel en Carola voor biefstuk. We bestelden er ook frietjes bij. Het smaakte allemaal zo als verwacht. Alexander, die ons eerder die dag naar Klaksvík had gereden, reed ons naar huis.

13 juni
De dag begon met regen en mist en eigenlijk bleef het daarbij. Soms iets, wat leek op een flauw zonnetje. Ik ben buiten brood en andere dagelijkse boodschappen halen niet weg geweest. Het uitzicht biedt mij dan voldoende afleiding en inspiratie voor de nodige bespiegelingen. Wel laat Vágar (het eiland in mijn uitzicht) zich keer op keer op een andere manier zien.

Alexander en Carola zijn boodschappen gaan doen in Tórshavn. Op de terugweg hebben ze ook Norradalur aangedaan en zijn ze gaan kijken in Kvívík, waar de ‘iglo’s’, waarin we verbleven tijdens onze vakantie in 2009, nu in verregaande staat van verval waren. Daarna hebben ze Vestmanna bekeken. Bij terugkomst gingen ze gelijk aan de slag om het avondeten (spaghetti) te bereiden. Mijn koks deden goed werk. Ze hadden zelfs voor mijn dagelijkse cider gezorgd. Het smaakte allemaal goed. Terwijl ik naar de verhoren in de Amerikaanse senaat keek, gingen zij een eind wandelen. Leynar en Skaelingur werden bewandeld.

Bij Norradalur

Vestmanna

14 juni
Regen, regen, regen. We besloten naar Sandoy te gaan en namen de ferry van 13.15 uur uit Gamlaraett. Na de aankomst in Skopun zijn we gelijk doorgereden naar Dalur het dorp het verst verwijderd van Skopun om vandaaruit ieder dorp met een bezoek te vereren. Dalur is een klein maar super kindvriendelijk ingericht dorp. Het viel op dat bij veel huizen beschilderde stenen stonden en ook hingen er aan enkele hekjes gebreide lappen met voorstellingen. Wat keer op keer verbaast is dat scholen, hoe klein ook, beschikken over sportfaciliteiten zoals een voetbal of handbalkooi, vaak gecombineerd met basketbal.

Daarna was Húsavík aan de beurt waar de kerk open bleek. Met onder andere een doopvont uit de 18e eeuw. Daarna werd Skálavík bezocht. Hier was de kerk gesloten, maar deze kerk had wel een heel bijzondere sleutelgatafsluiter.

Hierna werd Skarvanes aangedaan, een klein dorp met  negen huizen. De weg was voor de chauffeur (Alexander) en de auto een uitdaging die goed werd doorstaan. Dit keer troffen we in tegenstelling tot 2009 en 2011 geen loslopende paarden op de weg naar Skarvanes aan. Daarna werd Sandur bezocht. Helaas bleek het toeristenkantoortje, waar we de vorige keer zo fantastisch waren geholpen, niet meer te bestaan. Carola maakte hier een wandeling door de duinen en kwam doorweekt terug. Je moet maar een hobby hebben! Daarna was Skopun aan de beurt. Hier deden we een rondje dorp. Daar troffen we wel een heel bijzondere brievenbus aan. Hier gaan ze niet opzij voor een ‘beetje’ post.

Terug op de MS Testin genoot Alexander, net als op de heenweg, van een hotdog. Die smaken hier uitstekend, zo had ik op de heenweg ervaren. We aten in de Ierse pub. Alexander en Carola de lamsschotel en ik een Ierse kipburger. Het ging er goed in. Onderweg terug naar ons warme huisje werd genoten van de vele watervallen langs de route. Die, nu het zoveel regende,  veel water voerden. Thuis aangekomen gingen Alexander en Carola nog even kijken bij de beek met zalmtrappen, vlak bij ons huisje. Daarna deed Carola nog haar avondtraining. Resultaat? Een huis vol drogende natte kleding!

15 juni
Vanwege de regen zijn we naar Tórshavn gegaan. Eerst naar de buiten locatie van het museum. In het bureau van het museum daar kreeg Alexander de telefoonnummers en het mailadres van de archeoloog van de eilanden. Toen naar het aquarium met veel vissen uit de zee rond de eilanden. Een bezoek zeker waard.

Daarna iets gegeten en gedronken aan de haven in het café  waar we vaker komen. Daarna een wandeling naar het 17e eeuwse fort van Tórshavn alwaar een kanon uit de tweede wereldoorlog aan een diepgaand onderzoek werd onderworpen en uiteindelijk hebben we gegeten in Marco Polo.

16 juni
In de morgen de kinderen vroeg wakker gemaakt omdat het weerbeeld een tocht naar Mykines mogelijk leek te maken. Het lukte echter niet te boeken. De boot was vol geboekt. Klaarblijkelijk hadden meer mensen het zelfde idee. Later bleek het een geluk bij een ongeluk. Het weer rond Mykines veranderde zodanig dat de ferry werd stilgelegd en degenen die in de morgen met de ferry naar het eiland waren vertrokken zaten daar dus vast. Circa 80 bezoekers op een eiland met 14 inwoners! Uiteindelijk waren we alsnog blij dat we niet waren gegaan. Uiteindelijk besloten we naar Suduroy, het meest zuidelijke eiland te gaan. Met de Smyril vertrokken we omstreeks 13.00 uur uit Tórshavn richting Tvøroyri. Onderweg deed ik op het toilet een ontdekking en begreep ik waarom de Faeröer eilanden met slechts 50.000 inwoners het met voetbal toch best aardig deden. Ze worden tot op het toilet in richten getraind! 

Aangekomen in Tvøroyri gingen we op zoek naar het toeristenkantoortje. We vonden het snel en deden de ontdekking dat het sloot toen de eerste ferry (de onze) aankwam uit Tórshavn. Dicht gaan als je klanten aankomen is niet echt bezoekersvriendelijk! We namen de oude kustweg naar Hov, dit keer geen schaap met zelfmoordneigingen, zoals in 2011. Wel een gans die de blauwe KA als een ernstige bedreiging zag voor zijn familie en een fanatieke aanval uitvoerde. De  weg was nog even rustig als in 2011. Daarna reden we naar Porkeri en toen naar Vágur, waar we bij de kerk aankwamen toen de koster net wegging en naar de parkeerplek wandelde waar wij onze KA net geparkeerd hadden. Hij vroeg ons of we de kerk wilde bezoeken. Dat wilden wij graag en speciaal voor ons liep hij terug om voor ons de kerk weer te openen. Dat kan en gebeurt daar nog. De betonnen kerk in Vágur was het bezoek zeker waard.

Via de ‘toeristische’ route gingen we naar Lopra  en Hamrabyrgi (het dorp dat uit twee dorpen bestaat met totaal drie huizen) en daarna middels een ‘iets’ minder ‘toeristische’ route naar Sumba. Deze routes zijn niet voor bangerikken wel voor mensen met een grote liefde voor kuilen, weinig passeerplekken en veel slecht zicht en soms dichte mist. We kwamen uiteindelijk op de plekken waar we wilden komen en genoten ook van vele vergezichten, nieuwsgierige schapen en een enkel opvallend waarschuwingsbord.

Daarna gingen we naar Akraberg een plek met een Friese connectie en geschiedenis, die mogelijk zelfs terug gaat tot voor de Noormannen kwamen. Vanaf Sumba ging het terug richting ferry over de gewone route. We aten een paar hotdogs bij een benzinestation, waar Carola van het privé toilet mocht gebruik maken dat gelegen was in de kelder waar alle voorraad van het benzinestation annex supermarkt, annex cafetaria lag opgeslagen. Ik zie dat in Nederland nog niet zo snel gebeuren. Vlakbij de ferry namen we de afslag naar Fámjin om een kerkje te bezoeken met een aantal bijzonderheden. Het kerkje bleek helaas gesloten. We kwamen ruim op tijd voor het vertrek van de laatste ferry-afvaart om 21.00 uur aan. Na een boottocht door mist met veel misthoorngeluid bereikten we veilig Tórshavn en bereikten we omstreeks 23.30 uur ons huis in Leynar.  

17 juni
Vandaag is er uitgeslapen en zijn we omstreeks 13.30 uur vertrokken naar Hósvík, waar een roeiwedstrijd zou worden gehouden met de Faeröereese roeiboten. Toen we aankwamen waren er al tientallen aanwezig. Uiteindelijk telden we er omstreeks veertig in 6, 8 en 10 persoonsuitvoering. Veel boten kenden zowel een mannen als een vrouwen team. Alleen de sekse van de stuurman of vrouw is onbepaald.  Buiten de wind, en zo nu en dan een buitje, was de sfeer fantastisch. Veel dorpen of eilanden kennen hun eigen team. Nog meer dan met voetbal is dit de manier om de competitie met de andere dorpen aan te gaan. Mij verbaast het in wat voor sfeer dat gebeurt. Gemoedelijk en tegelijkertijd competitie gericht. De boten worden gekoesterd en met liefde omringd. Een enkele keer zag ik dat het voorste uiteinde van de boeg voor de te waterlating werd omarmd en soms gekust. De boten worden door het eigen team naar het water gedragen. Soms ondersteund door leden van het andere team dat tot de boot behoort. De schepen zijn van hout en zwaar. Het roer wordt na de te waterlating bevestigd en met twee touwtjes bediend. De boten werden eerst naar de startlijn geroeid, mijn inschatting circa 900 meter. Nadat zeker twintig boten te water waren gelaten werd de eerste race gestart. Het werd een puinhoop. Door de sterke stormachtige wind konden de boten niet in hun lijn worden gehouden en werden door de wind gedreven naar één kant. De wedstrijd werd afgeblazen. Het viel mij op dat dit gebeurde zonder wanklank of protesten. De boten werden aan de kant gehaald en uit het water en gingen weer op de trailers. Wij als bezoekers konden ons geld terug krijgen. Ik zag daar vanaf want dit organiseren kost veel geld. Voor de kinderen waren er springkussens en schminken. Er waren ‘koek en zoopie’ voorzieningen die voor weinig geld de lekkerste zaken verkochten. Zelf genoten we van wafels met slagroom en jam voor 15 kronen per stuk, die meer dan uitstekend smaakten. Mogelijk als de wind gaat liggen wordt er morgen vanaf 10.00 uur wel gevaren.

Dit soort bijeenkomsten getuigen van een gemeenschapszin waar ik jaloers op ben. Ik had hier best geboren willen worden!

We besloten de zuidoost hoek van Eysturoy (van Skipanes tot Aeðuvík) te gaan bekijken. Voor het eten eindigden we op ons bekende adres in Fuglafjørður. Alexander nam de hem bekende Noorse garnalen salade en de zalmschotel. Carola de haar bekende zalmsalade en de varkensfilet schotel. Het smaakte hen weer goed. Ik nam een zalmsoep en een kabeljauw schotel. De zalmsoep was uitmuntend. Vol met gekookte zalm. Ook de gestoomde kabeljauw voldeed aan de hooggespannen verwachtingen. Tijdens het eten zagen we dat de teams van Fuglafjørður, ondanks het wedstrijdroeien eerder die dag, toch weer, net al de andere keren dat we er aten, trainden in de baai. Zaterdag of niet ze wilden vast klaar zijn voor welke wedstrijd dan ook.

Thuis gekomen begonnen we aan het voorbereiden op ons vertrek morgen.

18 juni
Vandaag de laatste dag op de Føroyar. We besloten eerst te gaan kijken of de roeiwedstrijden vandaag wel door zouden gaan. Omstreeks 9.45 uur vertrokken we naar Hósvík. Behalve de kerkgang viel er geen activiteit te bespeuren. We besloten naar Vágar te gaan. Na door de toltunnel van circa 7 kilometer te zijn gereden, sloegen we af naar rechts om Oyrargjógv, de oude ferryhaven te bezoeken die voor de komst van de tunnel Vágar verbond met Vestmanna op Streymoy. Daar verwonderden we ons dat 3 huizen in de buurt slechts bereikbaar waren via een klauterpartij en het te voet kruisen van een beek. Op de weg terug naar de doorgaande route ontdekten we nog een bruggetje (met een naam) in wat ooit een voetpad moest zijn geweest. Na terugkeer op de doorgaande route kwamen we door Midvágur, Sørvágur en Bøur. In Bøur konden we het kerkje bezichtigen dat open bleek.

Tussen Bøur en Gásadalur werden er veel foto’s gemaakt  van het prachtige uitzicht waarin Tindhólmur (eiland met de scherpe klif), Gáshólmur en Mykines de hoofdrol speelden.

Na het uitkomen van de tunnel naar Gásadalur werden er foto’s gemaakt van de hoge waterval in zee.

De kinderen maakten daar een wandeling die al snel werd opgevrolijkt door een speelse hond die twee nieuwe speelkameraden had gevonden, die maar al te graag zijn stenen weggooiden waarna hij ze weer vond en het spel zich kon herhalen.

Daarna dronken we thee/warme chocolademelk en reden we weer langs de eerder genoemde dorpen en Vatnsoyrar. De kerken bleken allen gesloten. Nabij Midvágur bezochten wij het oorlogsmuseum van de eilanden. Met tal van objecten die achter waren gebleven na de Engelse bezetting, die vooral plaatsvond om de eilanden te gebruiken als uitvalsbasis voor de bestrijding van Duitse duikboten. Ook waren er veel verhalen opgetekend van de verliezen aan vooral vissersschepen en hun bemanningen die gezonken waren door de oorlogshandelingen en de door de Engelsen gelegde zeemijnen. Na aankomst in Tórshavn hebben we in afwachting van de ferry gegeten in de Ierse pub. Dit keer was dat geen succes. Het voorgerecht van Alexander kwam te laat en het hoofdgerecht liet lang op zich wachten en toen het verscheen bleek het koud en niet smakelijk meer. Alleen de frieten waren warm, maar duidelijk opnieuw gebakken. Dit keer wel een klacht en geen tip. Mijn conclusie: het systeem met bestellen aan de bar en middels een electronisch piepje afhalen aan de bar is geen succes in geval van meer dan één gang! De Norröna kwam op tijd, maar het laden en lossen liep fors uit. 

19 juni
Afscheid van weer een prachtig verblijf op de Faroer Eilanden.

Klik op de foto voor een vergroting

De Norröna vertrok meer dan 2 uur te laat. Onze ervaringen met de Smyril Line zijn: dat de Norröna zelden op tijd vertrekt, maar meestal wel op tijd aankomt. Mijn suggestie aan de Smyril Line is dat, als het laden zo lang duurt, sluit dan niet de horeca voorzieningen als de mensen na uren in hun auto gewacht te hebben eindelijk aan boord komen. Zij kunnen dan niets meer eten of drinken en dat is niet klantvriendelijk. Zeker niet als het sluiten gebeurt vlak voor dat men aan boord komt. Ik wil niet klagen, want over het algemeen is de service aan boord goed tot uitstekend en als het schip niet volgeboekt is, zoals bij deze overtocht, wordt een kajuit geboekt met ‘beperkt uitzicht’ een kajuit met uitzicht en een éénpersoons kajuit een driepersoons die alleen, in dit geval, door mij gebruikt wordt. De zee was rustig. Ik heb overwegend TV gekeken in mijn kajuit en alleen een wandeling gemaakt toen het schip Unst passeerde, het meest noordoostelijke van de Shetland eilanden. De lunch gebruikten we in het cafetaria en de avondmaaltijd in het voortreffelijke buffetrestaurant. 

20 juni
De ferry kwam ondanks het te late vertrek keurig op tijd aan. Na de ontscheping in de haven van Hirtshals konden we omstreeks 10.00 uur Denemarken weer met onze Ka onveilig maken en gingen we richting Sleeswijk. We deden inkopen bij maar liefst twee Deense supermarkten in Duitsland. De één mocht een bepaald merk cider niet verkopen aan mensen uit andere dan Scandinavische landen en de andere mocht dat wel. Raar maar waar. Alexander kon toch naar huis met zijn geliefde dranken. We melden ons daarna, net als vorige keren, in hotel Waldschlösschen in Sleeswijk. Het eten was net als de vorige keren perfect. De krabsoep en de runderbouillon “Royal” smaakte royaal. Ik ging voor een regionale visschotel met garnalen, kabeljauw, zalm en snoekbaars. Alexander en Carola gingen voor de Olearius steak en filetstukjes van diverse oorsprong. Het smaakte allemaal heerlijk. Carola nam als nagerecht een ijscoupe en Alexander koos er voor het voorgerecht, de runderbouillon “Royal”, nog een keer tot zich te nemen. Het kan maar lekker zijn.  Moe zochten we daarna onze kamer op.

21 juni
Deze dag verliep anders dan we gedacht hadden.  Carola meldde zich omstreeks 7.45 uur bij mijn kamer. Alexander had erge buikpijn. Ik ging gelijk kijken en dacht, gezien de pijn en zijn ineen gedoken houding, dat kan wel eens een blindedarm zijn. Na overleg met de hotelreceptie zochten we het regionale ziekenhuis op. Ook de noodhulp arts nam de maatregelen die eventueel nodig zijn voor een operatie. De internist onderzocht Alexander uitgebreid en stelde vele vragen. De taal was wel soms een probleem. Haar Engels was niet optimaal. Zo vaak kwamen er geen buitenlanders en ons Duits was zeker ook niet het je van het. Nadat ze met een echoapparaat aan de slag was gegaan, kwam er een chirurg bij die het Engels goed beheerste en werd onder andere vastgesteld dat Alexander niet zwanger was (grapje) en dat nieren en diverse andere organen eruit zagen zoals behoorde. De bloeduitslagen gaven wel een ontstekingspiekje. Wat te doen? De pijn was ver gezakt, maar nog wel aanwezig. Na het advies van de internist besloten we dat een thuisreis wel verantwoord was. En gingen we anders dan eerst de bedoeling om circa 12.00 uur richting Nederland en niet meer naar een museum. Alexander kreeg wel op het hart gedrukt de volgende dag in Nederland naar een arts te gaan en opnieuw zijn bloedwaarden te laten bepalen en om nader te laten onderzoeken wat er aan de hand was geweest.

Omstreeks 19.30 uur passeerden we de gemeentegrens van Bergen op Zoom en kon Ank ons weer liefdevol in de armen sluiten. Een rare dag was het einde van een heerlijke vakantie. 

Met vriendelijke groet

Louis van der Kallen 

 


 

 

NA ONS DE ZONDVLOED

 


 

NA ONS DE ZONDVLOED

 

De afgelopen jaren kwamen steeds vaker bij mij vragen op zoals: waar is het toekomst gerichte denken gebleven? Waar komt dat soms grenzeloze optimisme vandaan dat in de toekomst technologische vernieuwingen als vanzelf de oplossingen zullen brengen voor de problemen van vandaag? Waar is het voorzorgprincipe gebleven? Waarom is schulden maken geen probleem meer? Waarom overlaadt de ‘halve’ wereld zich met schulden om toch maar vooral vandaag te genieten van het leven? Sinds kort weet ik het: zo leven veel Europese leiders! Zij geven het voorbeeld! Zij zijn kinderloos! Zij kunnen leven met het motto ‘Na ons de zondvloed’. Zij beleven niet de zorg voor de toekomst van hun kinderen of kleinkinderen.

De ‘leiders’ van de grote West-Europese landen zijn kinderloos. Angela Merkel (Duitsland), Emmanuel Macron (Frankrijk), Theresa May (Engeland), Paolo Gentiloni (Italië) en ook de superbaas van de Europese Unie Jean-Claude Juncker is kinderloos. Ook bij de kleinere Europese mogendheden begint kinderloosheid van de leiders norm te worden: Mark Rutte (Nederland), Stefan Löfven (Zweden), Nicola Sturgeon (Schotland) en Xavier Bettel (Luxemburg) allemaal kinderloos! Zij hebben dus geen enkele reden om zich zorgen te maken over de volgende generaties, zo lijkt het. Met hun goede salarissen en connecties is hun oude dag toch wel verzorgd.

Veel ouderen en ik maken zich wél zorgen over de toekomst van hun kinderen en eventuele kleinkinderen. Wie draait straks op voor de historisch hoge (staats)schulden, voor de met (hypotheek) schulden overladen erfenissen? Wie lijden onder de hoge belastingen en de baanloosheid en baanonzekerheid? Als ouder maak ik mij wel zorgen over de toekomst van ons nageslacht en ons continent. Voor mij is de zichtbare teloorgang van de sociaal democratie op Europese schaal deels te wijten aan het toenemende gevoel van we leven nu. Het elan te werken aan een toekomst voor onze kinderen en ons land lijkt verdwenen. De dichtregels van Henriëtte Roland-Holst, die al sinds de jaren 90 van de vorige eeuw in het programma van mijn plaatselijke partij de BSD zijn opgenomen, lijken steeds meer een echo te worden uit een lang vervlogen tijd. Toch zijn die dichtregels voor mij als vader en als politicus/bestuurder nog steeds de basis van mijn handelen. Ik hoop dat de kinderloze leiders van mijn continent ze ook ter harte gaan nemen.

“Morgen wordt heden geschreven;
Gij levenden bouwt wordend leven.
Gij werkt voor der komenden lot.”

 


 

 

DWALEN IN HET ANTROPOCEEN

 


 

DWALEN IN HET ANTROPOCEEN

 

Het antropoceen is het tijdperk van de mens die een cascade van catastrofes veroorzaakt. De verzuring van de oceanen, de CO2-emissies, de zeespiegelstijging, het uitsterven van soorten, de klimaatverandering, het mestoverschot, overbevolking, milieuvervuiling, ontbossing, de opkomst van ziekten die van mens op dier gaan, de plasticsoep, microverontreinigingen in de totale voedselketen. Volgens René ten Bos moet het ergste nog komen. Wij, de mensen zijn de veroorzakers, wij zijn verantwoordelijk!

Kleine ingrepen grote gevolgen. Als voorbeeld het gebruik van diclofenac in de Indiase veeteelt. De Bengaalse gier sterft er door uit. De Bengaalse gier was de opruimer van dode dieren in het Indiase landschap. Stierf er een rund, de gieren waren er snel bij en ruimden het karkas in enkele uren op. Nu blijft het dagen/weken rotten. Andere aaseters zijn minder effectief omdat ze een karkas niet geheel ontvlezen. Het gevolg: de dode dieren verspreiden nu ziekten en tasten drinkwaterbronnen aan.

Is de mensheid suïcidaal? Gezien ons aller gedrag lijkt het er steeds meer op. Waar komt het techno-optimisme vandaan? Waarom denken we dat de mensheid de ecologie kan micromanagen? Het blijkt keer op keer een miskenning van de complexiteit van het leven. De mens is het enige wezen waarbij alle kennis van het collectief kan afdalen tot een individueel niveau. Helaas is dat soms ook een afdalen in moreel besef.

Wat is de oorzaak van de cascade van catastrofes? In het boek “Dwalen in het antropoceen” (door René ten Bos) wordt ‘eigendom’ als toxisch aangeduid. Zonder die duiding gelijk als waar aan te nemen, neem ik zelf wel waar dat veel ‘lelijkheid’ in de wereld verbonden is met het begrip ‘eigendom’. Het bepaalt voor een belangrijk deel de beleving van het landschap.  Hoeveel mooier zou menig landschap niet zijn zonder de hekjes en afrasteringen, de markeringen van het eigendom. Hoe lelijk is menige straat met alle reclames en logo’s die schreeuwen: dit is van mij! Ook de markeringen van ‘eigendom’ in de natuur gebeurt vaak met uitwerpselen en urine om indringers te laten weten: dit is van mij, hier ben ik de baas, blijf van dit vrouwtje af. Misschien hadden de anarchisten gelijk en is eigendom een voorname oorzaak van veel obsceniteiten in de wereld zoals: zelfverrijking, corruptie, verzamelwoede, graaien, pronkzucht, toe-eigenen, enzovoort. Steeds meer willen hebben is voor mij een teken van verdwazing en desoriëntatie. Het toe-eigenen is een mondiaal proces geworden. Het cumuleren van bezit leidt tot een steeds scherpere markering van de bezitters en bezitlozen en verwoesting van de aarde.

Jim Morrison verwoordde die obsceniteit perfect in “When the Music’s Over”. 

What have they done to the earth?
What have they done to our fair sister?
Ravaged and plundered and ripped her and bit her.
Stuck her with knives in the side of her dawn.
And tied her with fences and dragged her down.

Een (mede) oorzaak van de mishandeling van de aarde zou, volgens de filosofen, de religie zijn. God schiep de aarde en alles daarop immers ten dienste van de mensheid. Als stralend middelpunt van de schepping heeft de mensheid als het ware zijn narcisme met de religie ingegoten gekregen.

Steeds vaker vraag ik mij af waarom burgers, politici en bestuurders steeds minder goed in staat zijn de weg te vinden. Of is het cynisme als de politici niet meer geïnteresseerd zijn of de problemen wegwuiven met een stralende glimlach. Kan ons democratisch systeem wel voor oplossingen zorgen als iedere domoor mee kan praten en er besluiten genomen worden op basis van draagvlak onder burgers en politici? En feiten er niet meer toe lijken te doen, de korte termijn regeert en de oplossingen een termijn vraagt van generaties.  

Waarom wordt naar mijn gevoel zo vaak gekozen voor de route naar, wat mij een armageddon feestje lijkt. De waarheid en deskundigheid lijken niet meer relevant. Het sijpelt als loszand in de handen tussen de vingers weg. Experts zijn verdacht. De oneliner (eventueel geuit via de sociale media) gevuld met hele of halve onwaarheden treedt steeds meer in de plaats van een inhoudvol debat.

Soms kruipt ook bij mij de wanhoop binnen. Als ik in de kop van een opinie stuk in de NRC van de hand van een hoogleraar Urban futures verbonden aan de Universiteit Utrecht ( Maarten Majer) lees “geef de burger een droom” om draagvlak te genereren voor maatregelen. Ik ben al jaren allergisch voor liegende en dromende politici. Dus dat zie ik niet als een oplossing. Ik besef dat oplossingen moeilijk zijn. Dat heb ik geleerd van de woorden van Heinrich Heine. Vrij vertaald: “De wereld is een grote veestal, die niet net zo gemakkelijk als die van Augias kan worden uitgemest, omdat de ossen, terwijl er geveegd wordt, binnen blijven en steeds nieuwe mest ophopen.”

Het is tijd voor verandering voor dat de muziek stopt! Mijn advies begin, ter inspiratie, met het lezen van “Dwalen in het antropoceen”.

 


 

 

INVICTUS

 


 

INVICTUS

 

De uitslag van de verkiezingen en alles wat daarvoor in de campagne is gebeurd roept bij veel mensen emoties en onzekerheden op en de vraag ben ik hier in dit land nog welkom? Soms vragen ze mij om raad. In die gespreken wordt vaak gewezen naar de overheid die van alles had moeten doen en nu zou moeten doen om voor hen het tij te keren. Die mensen wijs ik keer op keer op wat zij zelf kunnen doen voor hun eigen toekomst of voor de toekomst van de ‘groep’ waartoe zij behoren. Ik wijs ze dan vaak op de basis van de normen en waarden en leefwijze van Nederland door de eeuwen heen. De scheiding der (religieuze) leefgemeenschappen was min of meer gebaseerd op ‘soevereiniteit in eigen kring’, met respect en acceptatie van de ‘andere’ religie of leefgemeenschappen en de beslissingen die voor en in die kring werden genomen. Tot in de jaren zestig betekende dit vaak dat wonen, werken, schoolgang, ziekenzorg, kerkgang, bejaardenzorg, begraven en zelfs winkelen gebeurde in eigen (religieuze) kring. We noemden het verzuiling. Dat betekent ook dat in die Nederlandse manier van denken Turkse en Marokkaanse Nederlanders alle vrijheid hadden en hebben om dat ook te doen. Dus hun eigen zuil mogen creëren. Het feit dat ze daardoor niet of nauwelijks integreerden was hun eigen keuze. Ze kozen, in een samenleving die juist sinds de jaren zestig van de vorige eeuw naar elkaar toegroeide en mengde, dus ontzuilde, voor een vorm van isolement. Ze kozen helaas vaak voor leven in de eigen kring, met een toenemende ervaring van discriminatie als één van de gevolgen. Vroeger ‘discrimineerden’ werkgevers ook diegenen die niet van hun eigen geloofsgemeenschap waren. Nu vinden sommigen het vreemd dat zij aangesproken worden voor de daden van hun groepsgenoten. Maar dat is van alle tijden. ‘Soevereiniteit in eigen kring’ betekende en betekent ook verantwoordelijkheid nemen en verantwoordelijkheid afleggen voor elkaar en elkaars daden. En dat is voor een aantal wel geïntegreerde medelanders moeilijk en onbegrijpelijk. Wie is dan de baas over mijn leven is dan de vaak gestelde vraag. Ik wijs hen dan op de eigen verantwoordelijkheid en op hun verantwoordelijkheid voor de groep waartoe ook zij, zij het nu tegen hun wil, behoren of toe gerekend worden. Dat is een gevolg van hoe onze samenleving zich eeuwen heeft ontwikkeld. Het was hun keuze of die van de voorouders om in deze samenleving te gaan leven. Keuzes hebben gevolgen. Als men of de groep kiest voor isolatie heeft dat gevolgen. Ook de keuze nu voor DENK zal in de praktijk een eigen keuze kunnen blijken voor isolatie in de eigen kring met alle gevolgen van dien.

Ik hoop alleen dat mensen leren van wat er elders (is) gebeurd. Laat ius talionis (oog om oog, tand om tand) geen gemeengoed worden, luister eens naar There Were Roses. Een lied van bewustwording van wat geloofsfanatici, die het geloof misbruiken voor politieke doelstellingen, voor gevolgen kunnen hebben voor gewone mensen.

Wie is de baas over mijn leven is een vraag van alle tijden. Ik zelf denk dan aan het gedicht Invictus van William Ernest Henley   

Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul.

In the fell clutch of circumstance
I have not winced nor cried aloud.
Under the bludgeonings of chance
My head is bloody, but unbowed.

Beyond this place of wrath and tears
Looms but the Horror of the shade,
And yet the menace of the years
Finds, and shall find, me unafraid.

It matters not how strait the gate,
How charged with punishments the scroll,
I am the master of my fate,
I am the captain of my soul.

Op deze website heb ik voor het laatste couplet de volgende vertaling gevonden: 
Hoe smal de poort ook mag zijn en
Al wijzen alle vingers naar mij
Ik ben meester over mijn lot
Ik ben de gezagvoerder van mijn Ziel

Een andere vertaling vond ik op deze site:

Vanuit de nacht die mij bedekt
Aardedonker van pool tot pool
Dank ik welke God dan ook
Voor mijn onoverwinnelijke ziel

In de klauwen van omstandigheden
Gaf ik geen krimp, noch schreeuwde ik het uit
Onder geknuppel van het toeval
Is mijn hoofd bloedig, maar niet gebogen.

Voorbij deze plek van toorn en tranen
Duikt slechts de verschrikking op van schaduw
Maar de dreiging van de jaren
Vindt en zal mij vinden: onbevreest

Het doet er niet toe hoe smal de poort
Hoe beladen met straf de toekomst ook is
Ik ben meester over mijn lot
Ik ben de gezagvoerder van mijn ziel.

Voor mij staat het gedicht voor kracht. Wat er ook gebeurt (my head is bloody), ik zal eruit komen, ik zal er boven staan (but unbowed). Ik ben zelf degene die mijn lot bepaalt, ik bepaal zelf hoe ik met vervelende gebeurtenissen omga in mijn leven: I am the master of my fate. Dat is de houding die nodig is om zelf de koers en keuzen te bepalen inclusief de gevolgen. Dat geldt, naar mijn gevoel, ook in tijden als deze en ook voor individuen en bevolkings- of geloofsgroep.

 

 


 

 

MIJN WERELD IS VERANDERD – 2

 


 

MIJN WERELD IS VERANDERD – 2

 

whatever

Als politicus en mens koester je bepaalde normen en waarden. Ze zijn als het ware het fundament van je bestaan en handelen. Of misschien nog beter het cement waarmee je de ideeën in je hoofd omvormt tot ‘bouwwerken’. Vaak worden die meegegeven in je jeugd en opvoeding. Ik ben geboren vlak na de oorlog toen Nederland vanuit de fysieke, maar ook menselijke puinhopen weer werd opgebouwd en vormgegeven. Dat nooit meer! We doen het samen! We gaan een Europa opbouwen dat 1870, 1914 -1918 en 1939 – 1945 voor altijd zou uitbannen! We gingen dat doen met onze bondgenoten en bevrijders. Die bevrijders brachten niet alleen het brood dat een einde maakte aan de hongerwinter, ze brachten ook het geld om ons door de bezetter verscheurde en verwoeste landje weer op te bouwen. Het Marshall Plan! “Whatever the weather, we only reach welfare together” Ook politieke weersveranderingen zouden we weerstaan. 

In die geest ben ik opgegroeid, waarbij mijn moeder me op de oorlogsbegraafplaatsen en bij herdenkingen inprentte altijd respect te hebben voor de offers die andere volkeren (onze bevrijders) hadden gebracht. Al die kruisen en stenen met namen waren jongens en mannen die vaders, moeders, broers en zussen en grootouders hadden en misschien zelfs kinderen die zouden opgroeien zonder hun vader. Later ben ik gaan beseffen dat het mede mijn plicht zou zijn het ‘dat nooit meer’, hoe bescheiden ook, vorm proberen te geven. Dat was de boodschap die mijn moeder mij had meegegeven. Ze is al meer dan 50 jaar dood, maar ik probeer te leven in haar gedachtenis.

Toen Nieuw Links eind jaren zestig in de PvdA tot ontwikkeling kwam, met als één van de programmapunten het uittreden uit de NAVO, was het voor mij duidelijk: dat mocht niet gebeuren. Voor mij was het ondenkbaar dat wij midden in de Koude Oorlog onze bondgenoten/bevrijders zouden laten vallen. Toen de PvdA scheurde omdat een deel (voornamelijk mensen uit het voormalige verzet) uit de partij stapte en DS ’70 oprichtte was mijn keuze helder. Ik steunde die partij. Later toen die partij uit de Nederlandse politiek dreigde te verdwijnen, werd ik lid en uiteindelijk lid van het landelijke hoofdbestuur. We zijn nu vele jaren verder. Wat eens het gezicht was van de westerse democratie, is nu een land waar een persoon met sterke fascistische trekken gekozen zou kunnen worden. Ik heb nooit veel gevoel gehad voor de uitgangspunten van de republikeinen in de USA, maar het was een partij die ook ‘grote’ leiders heeft voortgebracht zoals Dwight D. Eisenhower, onder wiens bevel Nederland bevrijd werd. Maar George W. Bush, die op oneigenlijke gronden een oorlog begon, tastte mijn fundamenten al aan. Nu een president als Trump, die Islamieten wenst te behandelen zoals de Joden in het Duitsland van Hitler in de jaren dertig, die Mexicanen en Hispanic Americans and Latino Americans benadert zoals in het Duitsland van Hitler zigeuners, laat zien wat er van onze bondgenoot, de USA is geworden. Maar we hebben in NAVO verband nog een bondgenoot, Turkije. Met een president die de media muilkorft, die de onafhankelijke rechtspraak aantast en die, net als in nazi-Duitsland, een soort van berufsbeamtengesetz heeft ingevoerd, waardoor politieke tegenstanders, zoals Gülen aanhangers, uitgesloten worden van bepaalde beroepen en worden vervolgd. Niet omdat ze de wet hebben overtreden, maar om wat voor opvattingen of geloofsvariant zij hebben. De Turkse bemoeienis met onze verkiezingen en een Turkse verkiezingscampagne op Nederlandse bodem laten zien hoe mijn wereld nu is veranderd. Ieder land heeft het recht zijn eigen politieke leiders te kiezen en te bepalen met wie ze zaken doen of een bondgenootschap aangaan. Nederland dus ook. Ik heb geen goed gevoel meer bij  bondgenoten zoals de USA en Turkije. Kijkend naar artikel 5 in Het Noord-Atlantisch Verdrag (het NAVO pact) dan vertrouw ik landen als de USA en Turkije niet meer. Middels artikel 5 kunnen we in een oorlog verzeild raken met de ‘verkeerde vrienden’ als bondgenoot. Wat mij ronduit beangstigt is de grootspraak van mensen als Trump “we make America great again” en zijn geuite wens om oorlogen te winnen. Ik zie onder de aanhangers van de president van Turkije mensen weer zwaaien met de groene vlag met de drie halve manen van het Ottomaanse Rijk. Dat belooft niet veel goeds voor de landen die eens tot dat rijk behoorden. Terwijl Turkse ‘Nederlanders’ zwaaien met de Turkse vlag en daarmee aangeven dat hun eerste loyaliteit niet ligt in het land waar ze wonen en veelal zelfs geboren zijn. Nederland nazistisch noemen is absurd. Nederland beschuldigen van de massamoord op de ruim 8000 doden van Srebrenica laat zien hoever de president van Turkije verwijderd is van de waarheid. Het wordt tijd voor andere keuzen, zoals het opzeggen van het associatieverdrag met Turkije en het beëindigen van de mogelijkheid van het verkrijgen van een tweede paspoort/nationaliteit. Een burger behoort maar één nationaliteit te hebben. Maar één heldere loyaliteit aan één land. 

Het wordt tijd dat de Nederlandse politiek de keuze maakt om uit de NAVO te treden. Wij kiezen niet de leiders van andere landen. Maar we bepalen wel zelf wie onze vrienden zijn en met wie we in een bondgenootschap verbonden blijven. Met landen, die geleid worden door lieden die in hun handelen gelijkenis vertonen met het Duitsland en Rusland van de jaren dertig, voel ik mij niet verbonden. Gezien wat artikel 5 van het NAVO verdrag kan betekenen, is het geboden nu uit de NAVO te treden. Voor mij is het een soort van verraad aan wat eens mijn uitgangspunten waren, respect en loyaliteit aan de bevrijders van ons volk. Maar ik moet ook trouw blijven aan het andere uitgangspunt van mijn moeder: Nooit, nee nooit willen we deelgenoot zijn of worden van waar het fascisme in de jaren dertig toe heeft geleid. Dat nooit meer!

Diep in mijn hart weet ik dat mijn moeder mij vergeeft. Want mijn wereld is veranderd.

 


 

 

DE (RODE) WEG KWIJT

 


 

DE (RODE) WEG KWIJT

 

Vandaag, 11 maart in de Volkskrant een twee pagina groot interview met de lijsttrekker van de PvdA, Lodewijk Asscher. Zelf ben ik opgegroeid in een redelijk rood nest met de boeken van de Arbeiderspers en uitgeverij Pegasus in de boekenkast en dagelijks in mijn handen om te leren waar de sociaal democratische beweging voor stond.

Tot de opheffing was ik actief in DS’70, een afsplitsing van de PvdA. Na de opheffing van DS’70 ben ik politiek actief gebleven in Bergen op Zoom voor de Bergse Sociaal Democraten In de jaren tachtig bevond ik mij in de politiek links/rechtslijn, financieel rechts van de VVD en sociaal ongeveer op de positie van de toenmalige PvdA. Terwijl ik al die jaren en nog steeds dezelfde politieke lijn aanhield (de lijn van de Drees Sr. en Drees Jr.) ben ik financieel nog steeds rechts van de VVD, maar sociaal links van GroenLinks terecht gekomen. Mijn opvattingen zijn niet veranderd. Die van de PvdA des te meer.

Waarom is de PvdA volstrekt losgezongen van haar geschiedenis en haar oorspronkelijke gedachtegoed? Een paar citaten van Asscher in het Volkskrant interview joegen mij compleet in de gordijnen. Wat een grachtengordelarrogantie zonder dat hij, noch zijn communicatie ‘deskundigen’ het door hebben. “Ik ben het gewoon niet met u eens. We leggen het wel uit.” Ze leggen het die domme kiezer wel uit! Wie is de grootste electorale concurrent? “De thuisblijver. Veel linkse kiezers zitten te twijfelen en komen uiteindelijk niet van de bank. Dan kun je na de verkiezingen van een koude kermis thuiskomen met een rechts kabinet.” Meneer Asscher we kwamen van een koude kermis thuis toen de kiezers in 2013 uw PvdA een prachtig resultaat bezorgden. Ze kregen een rechts kabinet als dank. Een kabinet met een Colijn mentaliteit en een paar reïncarnaties van de Geer (die ‘van de ga u maar rustig slapen’ filosofie). De meest eerlijke woorden van Asscher waren: “Nederland heeft een sterke sociaal-democratie nodig. Tot en met 15 maart zal ik me drie slagen in de rondte werken om dat te bereiken.” En na 15 maart is hij het allemaal vergeten, want dan lokt het bestuurlijke pluche!!!!

Ik zet mij sinds de jaren tachtig in als raadslid in Bergen op Zoom onder een heldere sociaal democratische vlag (de BSD). In de loop der jaren is mijn fractie de grootste linkse fractie geworden. Buiten mij zelf gevuld met een oud-lid van de PvdA, een oud PvdA wethouder en een oud afdelingsvoorzitter van de PvdA, die nu allen als raadslid van de BSD functioneren en zich sterk maken voor de sociaal democratische idealen zoals tot in de jaren vijftig verwoord door Drees Sr. (vadertje Drees).

Toekomstgericht en geïnspireerd door de volgende dichtregels van Henriëtte Roland-Holst:
“Morgen wordt heden geschreven;
Gij levenden bouwt wordend leven.
Gij werkt voor der komenden lot.”

Het electoraat wat ooit op de PvdA stemde in het vertrouwen dat er voor hen gewerkt zou worden in het parlement, voelt zich en is verraden door de PvdA, waar Asscher de representant van is. Daar verandert een voorzitter in trui niets aan! Misschien is de goed gelovige grachtengordel te overtuigen in een campagne. Maar de linkse kiezer is meer van een Rotterdamse nuchterheid: “Geen woorden maar daden” en op het gebrek aan sociaal democratische daden wordt de PvdA afgerekend en, wat het ergste is, Asscher c.s beseffen dat niet eens.

Het kan anders. Ik bewijs dat in Bergen op Zoom waar de sociaal-democratie in de vorm van de BSD wel de afgelopen jaren gegroeid is. Ik zelf ben in al die jaren niet veranderd. En de kiezer waardeert dat. Dat bewijs werd geleverd in 2015 bij de waterschapsverkiezingen in Bergen op Zoom, toen deze ‘rode rakker’ bijna een kwart van de kiezers (die dezelfde minuut voor de Staten  op de VVD stemden), wist te overtuigen om op zijn club te stemmen. Waarom? Ik kan er slechts  naar gissen. Deels omdat ze gedacht zullen hebben: hij is zuinig met overheidsgeld, hij heeft verstand van ‘water’, hij is eerlijk en we weten wat we aan hem hebben. Mijn advies aan de PvdA selecteer weer mensen met idealen in plaats van mensen die een politieke carrière wel leuk vinden en laat ze de vijf delen van Drees lezen en overhoor ze!