BRIEF AAN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES, MOTIVATIE RETOURNEREN RIDDERSCHAP

 


Bergen op Zoom, 7 maart 2014

 

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
Postbus 20011
2500 EA ’s Gravenhage

 

Excellentie,

Op 18 februari j.l. verwierp de Hoge Raad mijn cassatieverzoek en ben ik in het bezit van een strafblad. Een veroordeling die ik in het Koninkrijk der Nederlanden niet voor mogelijk had gehouden en die volstrekt in strijd is met mijn rechtsgevoel. Ik ben veroordeeld voor het openbaar maken van informatie die naar het oordeel van het rechtssysteem geheim was en geheim had moeten blijven. Ik zelf beschouw de aangifte en de veroordeling als een politieke daad met als oogmerk kneveling van een gemeenteraadslid. Ik ben tot in laatste instantie veroordeeld voor het openbaar maken van teksten, middels het stellen van vragen aan het college van B&W inzake door mij voorspelde ernstige verliezen bij twee grondexploitaties (De Markiezaten en de Bergse Haven). Ik heb in mijn 62 vragen geciteerd uit stukken die ik ter inzage gekregen had, nadat zij volgens afspraak ambtelijk gecontroleerd zouden worden op de vereisten in de Wet Openbaarheid van Bestuur (zie bijlage). Ondanks dat de geciteerde stukken, waarop ik veroordeeld ben, niet voorzien waren van stempels als ’vertrouwelijk/geheim’ en deze ook nooit geheim waren verklaard meende de rechterlijke macht dat ik ‘met mijn ervaring’ had moeten weten dat de inhoud geheim had moeten blijven. Terugkijkend op de hele rechtsgang kan ik niet anders dan constateren dat, ondanks teksten als: “de rechtbank trekt de integriteit van verdachte dan ook niet in twijfel” (citaat uit het vonnis van de rechtbank) en het in eerste instantie schuldig zonder straf (door het Hof veranderd in schuldig met 500 euro boete), het rechtssysteem per definitie en zonder pogingen tot waarheidsvinding een dergelijke aangifte accepteert en zich niet verdiept in de taken en plichten van raadsleden die hun controlerende taken serieus nemen. Verklaringen van ambtenaren worden zonder toetsing op tegenstrijdigheden opgenomen en als waar aangenomen. Zelfs als je als raadslid netjes de procedures hebt gevolgd kun je een strafblad oplopen als je simpelweg je plicht doet.

Als persoon schaam ik mij niet voor de veroordeling. Ik beschouw het als een geuzeveroordeling. Ik schaam mij wel voor het systeem dat tot deze veroordeling heeft geleid. Een systeem dat volledig bestaat uit middels Koninglijke Besluiten benoemde personen (rechters, officieren van justitie, burgemeester). In het verleden dacht ik dat het Nederlandse systeem van Kroon benoemingen het ideale rechtssysteem was. Ik weet nu beter.

In 2003 ben ik verrast door de toekenning van het Ridderschap in de orde van Oranje-Nassau. Een onderscheiding aangevraagd door mijn werkgever. Ik heb de samenleving ook buiten mijn werk proberen te dienen in tal van bestuurlijke functies bij gemeenten, de provincie, Kamer van Koophandel en bij tal van waterschappen. Ik heb gemerkt dat bij toekenning van onderscheidingen in politiek bestuurlijke kring het meer cadeautjes zijn van collega’s dan werkelijke blijken van verdienste. Het summum zijn de ere burgerschappen van vertrekkende burgemeesters. Ik begin mij te schamen voor de onderscheiding die ik met blijdschap en trots in 2003 ontving. Met alle respect voor burgers in de samenleving die terecht een dergelijk eerbetoon ten deel vallen moet ik constateren dat ik een politicus ben en deel uitmaakt van een politiek/bestuurlijk systeem dat justitie gebruikt om zaken onder het tapijt te vegen. Dat een bij Koninklijk Besluit benoemde Burgemeester niet meer functioneert als vertegenwoordiger van de Kroon die toeziet op het ordentelijke verloop van het democratisch proces maar met ‘succes’ justitie kan inschakelen om een raadslid, die zijn controlerende taak vervult, te knevelen. Wat nog meer pijn doet is dat degenen die de gemeente, die ik met mijn ziel en zaligheid 28 jaar heb proberen te dienen, financieel geruïneerd hebben allen, veelal gedecoreerd, verder zijn getrokken naar andere bestuurlijke functies zonder verantwoording af te leggen in de daartoe geëigende organen. Zij werden middels Koninklijke Besluiten tot burgemeesters en zelfs tot Commissaris van de Koning benoemd. 

Nee, mijn vragen zijn nog steeds niet beantwoord.
Ik wil niet meer tot de club behoren van gedecoreerde politici/bestuurders. Voor mij zijn vele paria’s die bij hun carrièrestappen voorbij komen de boel moreel en soms financieel bevuilen en dan vrolijk verder trekken.
De benoemingsoorkonde en de versierselen Ridder in de Orde van Oranje Nassau, waarvan ik afstand neem, stuur ik heden naar de Kanselarij der Nederlandse Orden.

Mocht ik u of één van uw ambtenaren geprikkeld hebben en verleid hebben tot enige nieuwsgierigheid, kijk dan eens op www.louisvanderkallen.nl onder Bergse Haven. Een samenvatting van mijn gevoelens en gedachten rond dit onderwerp treft u aan in een krantenartikel van mijn hand in BN/de Stem d.d. 20 oktober 2012.

 

Met de meeste hoogachting,

 

L.H. van der Kallen


 

 

Reacties gesloten