OPEN BRIEF GEPUBLICEERD IN DE BERGSE BODE ALS REACTIE OP AANGIFTE

Bergen op Zoom, 12 december

 

Aan de inwoners van de gemeente Bergen op Zoom,

 

Gisteren werd ik in een gesprek met de burgemeester en de griffier op de hoogte gebracht van het feit dat het college van B&W drie maanden na het stellen en openbaar maken van mijn vragen inzake het financiële debacle Bergse Haven had besloten aangifte te doen van mijn ‘schending’ van de ‘afgesproken’ vertrouwelijkheid van de door mij in geziene dossiers betrekking hebbende op de Bergse Haven. Na het bekend worden begin deze zomer van de op dat moment gecalculeerde mogelijke omvang van het tekort op de exploitatie van de plannen Bergse Haven, nam ik mij, als tegenstemmer en voorspeller van een financiële ramp als gevolg van dit plan, voor de onderste steen boven te halen. Ik vroeg aan en kreeg van de burgemeester toestemming om ALLE dossiers betrekking hebbende op de Bergse Haven in te zien ten behoeve van mijn onderzoek naar de oorzaken van dit debacle. Voorafgaande aan mijn onderzoek heb ik een gesprek gehad met o.a. de toenmalige gemeentesecretaris om af te spreken hoe één en ander te regelen. Kort na dat gesprek kreeg ik van een ambtenaar een mail met de gemaakte werkafspraken waarin de afspraken beperkt waren tot de te volgen werkprocedures. Het woord vertrouwelijk kwam daar niet in voor. Ik had al eerder dossieronderzoek gedaan in gemeentelijke dossiers en dat was altijd goed gegaan.

De afspraak met de collega raadsleden was dat ik mijn bevindingen pas zou inbrengen nadat de bevindingen van de rekenkamercommissie (RKC) bekend waren geworden. Maar wel met het oogmerk dat onderzoeken en discussies over de Bergse Haven voor het einde van het jaar 2009 afgerond konden worden zodat bij de komende verkiezingen het niet alleen zou gaan over de financiële ramp die de Bergse Haven heet maar ook over andere onderwerpen. Ik ronde half augustus mijn onderzoek af en meldde dit gegeven aan mijn collega’s. Half september bleek dat het RKC onderzoek ernstige vertraging opliep. De geschetste reden lieten bij mij alle alarmbellen rinkelen. ‘Er was een ambtenaar ziek die voor de opgevraagde stukken zou zorgen en de GEM wenste de bij hen opgevraagde verslagen/notulen van de aandeelhoudersvergaderingen niet ter beschikking te stellen.’ Nu zijn er wel vaker ambtenaren ziek maar met een bezetting zoals die op het stadskantoor hoeft dat zeker niet tot vertraging te leiden. Maar nog merkwaardiger was het wachten op stukken van de GEM. Ik doe zelf ook wel eens bij gemeenten onderzoek en als ik op de ene plek de stukken niet direct loskrijg dan kijk ik waar die stukken nog meer te krijgen zouden kunnen zijn. In dit geval was dat niet moeilijk, bij de gemeente zelf als aandeelhouder! Deze vertraging was voor mij de bevestiging dat de RKC om haar moverende redenen geen haast had met het onderzoek. Na afloop van die vergadering deelde ik de aanwezige collega’s mede dat ik om de snelheid er in te houden mijn reeds meer dan een maand geformuleerde vragen omgaande aan het college zou stellen. Ik ben een raadslid die zijn controlerende taak serieus neemt. Die honderden uren onderzoekswerk wenste om te zetten in een antwoord op de vraag: hoe deze ramp van mogelijk meer dan 50 miljoen euro had kunnen gebeuren en hoe deze in de toekomst te voorkomen? Ik was hooglijk verbaasd over de reactie van het college. Ik kreeg een brief met als bijlage een verslag van het gesprek met o.a. de secretaris waarvan ik tot op die dag niet wist van het bestaan, noch van de inhoud. Dat verslag en die inhoud waren met mij nooit afgestemd, noch had ik dat verslag op getrouwheid kunnen beoordelen of goedkeuren. Ik werd o.a. beschuldigd van het schenden van afspraken en het openbaar maken van zaken die vertrouwelijk zouden dienen te blijven. Tevens werd ik geïnformeerd dat het Openbaar Ministerie zou worden ingelicht. Ik heb daar met verbazing kennis van genomen.

Mijn collega raadsleden besloten om hun moverende redenen uiteindelijk dat mijn vragen  “eerst en uitsluitend” beantwoord konden worden aan de RKC. Voor mij was en is het te gek voor woorden dat vragen van een raadslid niet of later zouden worden beantwoord aan de vragensteller en eerst en/of uitsluitend aan een derde de RKC ter beschikking werden gesteld.  Een raadslid dat in het kader van zijn ambt en rol als raadslid als wettelijke taak en opdracht heeft het gemeentebestuur, en het college van B&W te controleren werd in zijn werk belemmerd door zijn eigen gemeenteraad. Kennelijk viel er iets te verbergen c.q. was het gemeenschappelijke doel uitstellen/vertragen. Tot op de dag van vandaag weet ik niet welke elementen van mijn vragen geheim/vertrouwelijk hadden moeten blijven. De hoofdrolspelers waren al uit en te na met naam en toenaam vermeld in een artikel in BN/deStem van de hand van Laurent Heere. Qua namen voegden mijn vragen dus vrijwel niets toe aan wat reeds bekend was. Het verwijt van de burgemeester in BN/de Stem van vandaag dat ik cijfers geciteerd zou hebben uit grondexploitatieopzetten slaat nergens op. Het is gewoon niet waar, dus leugenachtig en misleidend. Iedereen kan zelf constateren dat in mijn vragen nergens een cijfers of een bedrag wordt geciteerd uit een GREX of grondexploitatieopzet. Ik beschouw het met mijn achtergrond zelfs laster om dit te beweren. Met mijn ervaring als onderzoeker naar grondexploitaties bij andere gemeenten weet ik heel goed dat de samenstellende delen van een actuele, in gebruik zijnde grondexploitatie vertrouwelijk moeten zijn. Dat is anders met de eventuele einduitkomst. Die geeft geen of nauwelijks informatie over de samenstellende delen. Sterker nog: als hij negatief is kan communicatie naar de buitenwereld positief zijn. Die buitenwereld kan dan weten dat er in de exploitatie geen ruimte zit voor leuke dingen, prijsverlagingen of cadeautjes voor projectontwikkelaars. Ik mag dus hopen dat het OM bij haar eventuele verdere onderzoek ook oog zal hebben voor de gevolgen van het doen van een valse aangifte of een aangifte met valse en of onware elementen.

Wat geheim zou moeten blijven moet dus in de inhoud van mijn vragen zitten.

 

Was het misschien:

 

–         het gegeven dat uit de stukken en dus ook uit mijn vragen zou kunnen blijken dat voorgaande colleges, op basis van rapportages van gerenommeerde onderzoeksbureau wisten c.q. konden weten dat verliezen op de Bergse Haven konden oplopen tot vele tientallen miljoenen euro’s en de risico’s zelfs door één bureau op meer dan 100 miljoen werd geschat?

–         het gegeven dat uit mijn vragen opgemaakt zou kunnen worden dat deze rapportages de gemeenteraad (opzettelijk) waren onthouden?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat er een rapportage van ambtelijk hand was die helder maakte dat ‘Nedalco’ in het plan of uit het plan een verschil maakte van 54 miljoen euro en dat die ‘kostbare’ keuze nooit was voorgelegd aan de gemeenteraad?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat de gemeente zich wel verdiepte in wat het kost om een bedrijf te verplaatsen, maar zich niet afvroeg wat de onderhandelingspositie en bedrijfsstrategie was van de onderhandelingspartner?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat er op geen enkel moment sprake is geweest van een onafhankelijke prijsbepaling van het Nedalcoterrein?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat één onderhandelaar namens de gemeente solistisch te werk ging?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat ambtelijk een maximaal bod voor het Nedalcoterrein redelijk leek, dat op circa helft lag van het bod waar uiteindelijk een meerderheid van de gemeenteraad mee akkoord ging?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat verslagen van gesprekken en onderhandelingen grotendeels ontbraken in de dossiers of gezien het feit dat ik ALLE dossiers met betrekking tot de Bergse Haven in heb mogen zien deze verslagen er mogelijk gewoon niet zijn?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat bij de inhuur van ‘deskundigen’ de bij de gemeente geldende inkoop/aanbestedingsprocedures niet waren gevolgd?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen lijken dat velen van de, voor veel geld aangetrokken ‘deskundigen’ behoorden tot de inner partijcirkel van één persoon?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat de aan gemeenteraad ter beschikking gestelde GREX (grondexploitatieopzet) een andere was dan die ambtelijk circuleerde en dat de aan de gemeenteraad gepresenteerde een gunstiger uitkomst gaf dan de ambtelijk gehanteerde?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat bij de samenstelling van de tenderboard niet is gekeken naar integriteit en kwaliteit?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat diegene die bij de GEM op de centen moest letten geen kaas gegeten had van een GREX?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat, rekening houdende met de in de GREX gehanteerde grondprijzen, het onrealistisch was te veronderstellen dat de bouwkavels in het plan de Bergse Haven zouden kunnen concurreren met aanbiedingen elders binnen de gemeente en regio?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat de gemeenteraad opzettelijk werd misleid?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat het plan, vanaf het begin, niet realistisch was?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat bedrijven en bewoners gevestigd in de Gertruidapolder systematisch aan het lijntje zijn gehouden en dat dit gegeven vanuit de aandeelhoudersvergaderingen niet is gecommuniceerd naar het college?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat na het vertrek van één van ‘onze’ adviseurs naar één van de marktpartijen niet is onderzocht wat zijn rol was geweest bij de totstandkoming van tal van overeenkomsten met die marktpartij?

–         het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken…………  ik kan zo nog lang doorgaan. 

 

Kortom, er zijn legio gegevens uit mijn vragen te distilleren waarvan de verlangde vertrouwelijkheid niets met het gemeentelijk belang te maken heeft, maar alles met: hoe beperk ik de bestuurlijke/persoonlijke/politieke schade van de betrokkenen?

 

Kijk zelf eens op www.bsdboz.nl en lees onder ‘brieven gemeente’ de vragen die ik op 21 september 2009 gesteld heb en trek uw eigen conclusies.  

Kijk zelf eens op www.louisvanderkallen/nl en lees onder ‘notities’ wat ik de afgelopen maanden geschreven heb over de gang van zaken rond de Bergse Haven.

 

Ik ben een raadslid die zijn taak als controleur van de gemeente serieus genomen heeft en vele uren heb besteed aan dossieronderzoek naar de financiële ramp, die door falende bestuurders over Bergen op Zoom nederdaalt. Ik was op financiële gronden tegen dit plan. Helaas krijg ik gelijk en nu proberen bestuurders mij weg te zetten als een wetsovertreder. Ik heb steeds met het algemeen belang voor ogen in deze gehandeld om de waarheid boven tafel te krijgen en zal dat, ondanks de tegenwerking en de aangifte, blijven doen.

 

Tot op heden heeft het college feitelijk geweigerd de vragen die ik als raadslid heb gesteld te beantwoorden en mij daarmee belemmerd mijn werk als raadslid en controleur van het gemeentebestuur te doen.

 

Openbaarheid van mijn handelen zijn voor mij en de BSD een vanzelfsprekendheid, tenzij hogere belangen beslotenheid zouden rechtvaardigen. Bij een verlies van mogelijk 50 miljoen zijn er in mijn beleving geen hogere belangen meer die beslotenheid of geheimhouding rechtvaardigen. Met het verlies op het plan Bergse Haven wordt mijn Bergen op Zoom van een deel van haar toekomst beroofd. De financiële gevolgen zullen leiden tot een verarming van de mogelijkheden die toekomstige raadsleden en bewoners hebben om vorm te geven aan de toekomst van Bergen op Zoom. Het is mijn taak en opdracht om het verleden in beeld te brengen zodat wij en toekomstige generaties raadsleden, wethouders en inwoners er van leren. Dit kan naar mijn stellige overtuiging alleen goed gebeuren in en met volledige openbaarheid.

 

Ik zal geen aangifte doen van smaad of van het bezoedelen van mijn goede naam en faam. Ik zal ook geen aangifte doen van de bij mij opgewekte gevoelens van bedreiging, intimidatie, knechting en kneveling, wij leven immers niet in Zimbabwe of in een voormalige Sovjet republiek, waar het inzetten van het Openbaar Ministerie voor politieke doeleinden helaas gebruikelijk is. Ik denk nog steeds te leven in een land waar het OM zich niet laat gebruiken voor politieke doeleinden. Daarom val ik het OM niet, zoals het college, lastig met mijn politieke gekrenktheid. Het OM heeft naar mijn mening wel iets anders te doen.

 

Met vriendelijke groet,

 

Louis van der Kallen

Gemeenteraadslid BSD-fractie

 

12-12-2009

Reacties gesloten