DECEMBER 2009

 


12 december

Vrijdagmorgen had ik een afspraak met de burgemeester en de griffier. Bij het maken van de afspraak op woensdag had ik niet gevraagd waarover het ging. Gezien de door mij gestelde deadline voor het beantwoorden van mijn vragen, had ik wel het gevoel dat het over de Bergse Haven vragen zou gaan. De werkelijke inhoud van het gesprek kwam toch nog als een verrassing. Die ochtend zat mijn agenda vol en die middag had ik om 14.00 een afspraak in de gemeente Geertruidenberg. Daarna ging ik door naar het Limburgse Reuver naar Ank, mijn echtgenote, die daar een weekje bijkomt in een Landal huisje. Na de files rond Eindhoven was ik pas rond half zeven ter plekke. Het was te laat om de berichten op mijn mobieltje nog te beantwoorden. De media waren al aan hun weekeinde begonnen. Ik besloot dat ook maar te doen.

Vandaag heb ik mijn ‘zonden’ kunnen overdenken bij min 8 graden Celsius in een ruimte vol met 25 prachtige ijssculptuur composities. Dat maakt het wel mogelijk om onderkoeld het ‘probleem’ te overdenken. Een koele wandeling door het Designer Outlet, in de opvolger van Bergen op Zoom als ‘beste binnenstad’ Roermond, opgetrokken rond de restanten van de Casimierkazerne (net als de Kort Heiligers een oud grensbataljonkazerne) gaf mij nog meer inspiratie om te besluiten wat ik zal doen als reactie op de aangifte. Ik blijf dicht bij mijn eigen principes. Gewoon terugvechten! Bergen op Zoom is bestolen van haar toekomst. De mensen die, met hun grenzeloze optimisme, willens en wetens dit op hun geweten hebben zullen met de billen bloot moeten. Alle rookgordijnen en uitstelacties houden mij niet tegen. We hebben wel voor hetere vuren gestaan. Hoewel ik niet kan ontkennen dat ik een aangifte tegen mijn handelen nog niet eerder heb meegemaakt. Je gaat je wel afvragen welke kat in nood die sprongen allemaal uitdenkt. Ik heb besloten om de volgende tekst in een advertentie te gieten voor de Bergse Bode


Open brief/verklaring:

Bergen op Zoom, 12 december

Aan de inwoners van de gemeente Bergen op Zoom,

Gisteren werd ik in een gesprek met de burgemeester en de griffier op de hoogte gebracht van het feit dat het college van B&W drie maanden na het stellen en openbaar maken van mijn vragen inzake het financiële debacle Bergse Haven had besloten aangifte te doen van mijn ‘schending’ van de ‘afgesproken’ vertrouwelijkheid van de door mij in geziene dossiers betrekking hebbende op de Bergse Haven. Na het bekend worden begin deze zomer van de op dat moment gecalculeerde mogelijke omvang van het tekort op de exploitatie van de plannen Bergse Haven, nam ik mij, als tegenstemmer en voorspeller van een financiële ramp als gevolg van dit plan, voor de onderste steen boven te halen. Ik vroeg aan en kreeg van de burgemeester toestemming om ALLE dossiers betrekking hebbende op de Bergse Haven in te zien ten behoeve van mijn onderzoek naar de oorzaken van dit debacle. Voorafgaande aan mijn onderzoek heb ik een gesprek gehad met o.a. de toenmalige gemeentesecretaris om af te spreken hoe één en ander te regelen. Kort na dat gesprek kreeg ik van een ambtenaar een mail met de gemaakte werkafspraken waarin de afspraken beperkt waren tot de te volgen werkprocedures. Het woord vertrouwelijk kwam daar niet in voor. Ik had al eerder dossieronderzoek gedaan in gemeentelijke dossiers en dat was altijd goed gegaan.
De afspraak met de collega raadsleden was dat ik mijn bevindingen pas zou inbrengen nadat de bevindingen van de rekenkamercommissie (RKC) bekend waren geworden. Maar wel met het oogmerk dat onderzoeken en discussies over de Bergse Haven voor het einde van het jaar 2009 afgerond konden worden zodat bij de komende verkiezingen het niet alleen zou gaan over de financiële ramp die de Bergse Haven heet maar ook over andere onderwerpen. Ik ronde half augustus mijn onderzoek af en meldde dit gegeven aan mijn collega’s. Half september bleek dat het RKC onderzoek ernstige vertraging opliep. De geschetste reden lieten bij mij alle alarmbellen rinkelen. ‘Er was een ambtenaar ziek die voor de opgevraagde stukken zou zorgen en de GEM wenste de bij hen opgevraagde verslagen/notulen van de aandeelhoudersvergaderingen niet ter beschikking te stellen.’ Nu zijn er wel vaker ambtenaren ziek maar met een bezetting zoals die op het stadskantoor hoeft dat zeker niet tot vertraging te leiden. Maar nog merkwaardiger was het wachten op stukken van de GEM. Ik doe zelf ook wel eens bij gemeenten onderzoek en als ik op de ene plek de stukken niet direct loskrijg dan kijk ik waar die stukken nog meer te krijgen zouden kunnen zijn. In dit geval was dat niet moeilijk, bij de gemeente zelf als aandeelhouder! Deze vertraging was voor mij de bevestiging dat de RKC om haar moverende redenen geen haast had met het onderzoek. Na afloop van die vergadering deelde ik de aanwezige collega’s mede dat ik om de snelheid er in te houden mijn reeds meer dan een maand geformuleerde vragen omgaande aan het college zou stellen. Ik ben een raadslid die zijn controlerende taak serieus neemt. Die honderden uren onderzoekswerk wenste om te zetten in een antwoord op de vraag: hoe deze ramp van mogelijk meer dan 50 miljoen euro had kunnen gebeuren en hoe deze in de toekomst te voorkomen? Ik was hooglijk verbaasd over de reactie van het college. Ik kreeg een brief met als bijlage een verslag van het gesprek met o.a. de secretaris waarvan ik tot op die dag niet wist van het bestaan, noch van de inhoud. Dat verslag en die inhoud waren met mij nooit afgestemd, noch had ik dat verslag op getrouwheid kunnen beoordelen of goedkeuren. Ik werd o.a. beschuldigd van het schenden van afspraken en het openbaar maken van zaken die vertrouwelijk zouden dienen te blijven. Tevens werd ik geïnformeerd dat het Openbaar Ministerie zou worden ingelicht. Ik heb daar met verbazing kennis van genomen.
Mijn collega raadsleden besloten om hun moverende redenen uiteindelijk dat mijn vragen “eerst en uitsluitend” beantwoord konden worden aan de RKC. Voor mij was en is het te gek voor woorden dat vragen van een raadslid niet of later zouden worden beantwoord aan de vragensteller en eerst en/of uitsluitend aan een derde de RKC ter beschikking werden gesteld. Een raadslid dat in het kader van zijn ambt en rol als raadslid als wettelijke taak en opdracht heeft het gemeentebestuur, en het college van B&W te controleren werd in zijn werk belemmerd door zijn eigen gemeenteraad. Kennelijk viel er iets te verbergen c.q. was het gemeenschappelijke doel uitstellen/vertragen. Tot op de dag van vandaag weet ik niet welke elementen van mijn vragen geheim/vertrouwelijk hadden moeten blijven. De hoofdrolspelers waren al uit en te na met naam en toenaam vermeld in een artikel in BN/deStem van de hand van Laurent Heere. Qua namen voegden mijn vragen dus vrijwel niets toe aan wat reeds bekend was. Het verwijt van de burgemeester in BN/de Stem van vandaag dat ik cijfers geciteerd zou hebben uit grondexploitatieopzetten slaat nergens op. Het is gewoon niet waar, dus leugenachtig en misleidend. Iedereen kan zelf constateren dat in mijn vragen nergens een cijfers of een bedrag wordt geciteerd uit een GREX of grondexploitatieopzet. Ik beschouw het met mijn achtergrond zelfs laster om dit te beweren. Met mijn ervaring als onderzoeker naar grondexploitaties bij andere gemeenten weet ik heel goed dat de samenstellende delen van een actuele, in gebruik zijnde grondexploitatie vertrouwelijk moeten zijn. Dat is anders met de eventuele einduitkomst. Die geeft geen of nauwelijks informatie over de samenstellende delen. Sterker nog: als hij negatief is kan communicatie naar de buitenwereld positief zijn. Die buitenwereld kan dan weten dat er in de exploitatie geen ruimte zit voor leuke dingen, prijsverlagingen of cadeautjes voor projectontwikkelaars. Ik mag dus hopen dat het OM bij haar eventuele verdere onderzoek ook oog zal hebben voor de gevolgen van het doen van een valse aangifte of een aangifte met valse en of onware elementen.
Wat geheim zou moeten blijven moet dus in de inhoud van mijn vragen zitten.

Was het misschien:

– het gegeven dat uit de stukken en dus ook uit mijn vragen zou kunnen blijken dat voorgaande colleges, op basis van rapportages van gerenommeerde onderzoeksbureau wisten c.q. konden weten dat verliezen op de Bergse Haven konden oplopen tot vele tientallen miljoenen euro’s en de risico’s zelfs door één bureau op meer dan 100 miljoen werd geschat?
– het gegeven dat uit mijn vragen opgemaakt zou kunnen worden dat deze rapportages de gemeenteraad (opzettelijk) waren onthouden?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat er een rapportage van ambtelijk hand was die helder maakte dat ‘Nedalco’ in het plan of uit het plan een verschil maakte van 54 miljoen euro en dat die ‘kostbare’ keuze nooit was voorgelegd aan de gemeenteraad?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat de gemeente zich wel verdiepte in wat het kost om een bedrijf te verplaatsen, maar zich niet afvroeg wat de onderhandelingspositie en bedrijfsstrategie was van de onderhandelingspartner?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat er op geen enkel moment sprake is geweest van een onafhankelijke prijsbepaling van het Nedalcoterrein?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat één onderhandelaar namens de gemeente solistisch te werk ging?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat ambtelijk een maximaal bod voor het Nedalcoterrein redelijk leek, dat op circa helft lag van het bod waar uiteindelijk een meerderheid van de gemeenteraad mee akkoord ging?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat verslagen van gesprekken en onderhandelingen grotendeels ontbraken in de dossiers of gezien het feit dat ik ALLE dossiers met betrekking tot de Bergse Haven in heb mogen zien deze verslagen er mogelijk gewoon niet zijn?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat bij de inhuur van ‘deskundigen’ de bij de gemeente geldende inkoop/aanbestedingsprocedures niet waren gevolgd?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen lijken dat velen van de, voor veel geld aangetrokken ‘deskundigen’ behoorden tot de inner partijcirkel van één persoon?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat de aan gemeenteraad ter beschikking gestelde GREX (grondexploitatieopzet) een andere was dan die ambtelijk circuleerde en dat de aan de gemeenteraad gepresenteerde een gunstiger uitkomst gaf dan de ambtelijk gehanteerde?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat bij de samenstelling van de tenderboard niet is gekeken naar integriteit en kwaliteit?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat diegene die bij de GEM op de centen moest letten geen kaas gegeten had van een GREX?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat, rekening houdende met de in de GREX gehanteerde grondprijzen, het onrealistisch was te veronderstellen dat de bouwkavels in het plan de Bergse Haven zouden kunnen concurreren met aanbiedingen elders binnen de gemeente en regio?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat de gemeenteraad opzettelijk werd misleid?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat het plan, vanaf het begin, niet realistisch was?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat bedrijven en bewoners gevestigd in de Gertruidapolder systematisch aan het lijntje zijn gehouden en dat dit gegeven vanuit de aandeelhoudersvergaderingen niet is gecommuniceerd naar het college?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken dat na het vertrek van één van ‘onze’ adviseurs naar één van de marktpartijen niet is onderzocht wat zijn rol was geweest bij de totstandkoming van tal van overeenkomsten met die marktpartij?
– het gegeven dat uit mijn vragen zou kunnen blijken………… ik kan zo nog lang doorgaan.

Kortom, er zijn legio gegevens uit mijn vragen te distilleren waarvan de verlangde vertrouwelijkheid niets met het gemeentelijk belang te maken heeft, maar alles met: hoe beperk ik de bestuurlijke/persoonlijke/politieke schade van de betrokkenen?

Kijk zelf eens op www.bsdboz.nl en lees onder ‘brieven gemeente’ de vragen die ik op 21 september 2009 gesteld heb en trek uw eigen conclusies.
Kijk zelf eens op www.louisvanderkallen/nl en lees onder ‘notities’ wat ik de afgelopen maanden geschreven heb over de gang van zaken rond de Bergse Haven.

Ik ben een raadslid die zijn taak als controleur van de gemeente serieus genomen heeft en vele uren heb besteed aan dossieronderzoek naar de financiële ramp, die door falende bestuurders over Bergen op Zoom nederdaalt. Ik was op financiële gronden tegen dit plan. Helaas krijg ik gelijk en nu proberen bestuurders mij weg te zetten als een wetsovertreder. Ik heb steeds met het algemeen belang voor ogen in deze gehandeld om de waarheid boven tafel te krijgen en zal dat, ondanks de tegenwerking en de aangifte, blijven doen.

Tot op heden heeft het college feitelijk geweigerd de vragen die ik als raadslid heb gesteld te beantwoorden en mij daarmee belemmerd mijn werk als raadslid en controleur van het gemeentebestuur te doen.

Openbaarheid van mijn handelen zijn voor mij en de BSD een vanzelfsprekendheid, tenzij hogere belangen beslotenheid zouden rechtvaardigen. Bij een verlies van mogelijk 50 miljoen zijn er in mijn beleving geen hogere belangen meer die beslotenheid of geheimhouding rechtvaardigen. Met het verlies op het plan Bergse Haven wordt mijn Bergen op Zoom van een deel van haar toekomst beroofd. De financiële gevolgen zullen leiden tot een verarming van de mogelijkheden die toekomstige raadsleden en bewoners hebben om vorm te geven aan de toekomst van Bergen op Zoom. Het is mijn taak en opdracht om het verleden in beeld te brengen zodat wij en toekomstige generaties raadsleden, wethouders en inwoners er van leren. Dit kan naar mijn stellige overtuiging alleen goed gebeuren in en met volledige openbaarheid.

Ik zal geen aangifte doen van smaad of van het bezoedelen van mijn goede naam en faam. Ik zal ook geen aangifte doen van de bij mij opgewekte gevoelens van bedreiging, intimidatie, knechting en kneveling, wij leven immers niet in Zimbabwe of in een voormalige Sovjet republiek, waar het inzetten van het Openbaar Ministerie voor politieke doeleinden helaas gebruikelijk is. Ik denk nog steeds te leven in een land waar het OM zich niet laat gebruiken voor politieke doeleinden. Daarom val ik het OM niet, zoals het college, lastig met mijn politieke gekrenktheid. Het OM heeft naar mijn mening wel iets anders te doen.

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen
Gemeenteraadslid BSD-fractie

 


5 december

Het was me het weekje wel. De ‘zwarte klucht’ rond de Bergse Haven opgevoerd door een raadsmeerderheid en de zich zelf Rekenkamer noemende rekenkamercommissie van West-Brabant (RKC) gaat maar door. De RKC gooide de handdoek wederom in de ring. Reden voor BN/de Stem om er een commentaar artikel aan te wijden, dat (omdat erin verwezen werd naar een “twee provocatie” van mijn kant) bij mij in het verkeerde keelgat schoot. ‘Tweede provocatie’? Ik was mij van geen kwaad bewust. Ik schreef aan de hoofdredactie:

L.S.

Graag zou ik van u vernemen op welke wijze en wanneer ik de, zichzelf rekenkamer noemende, rekenkamercommissie voor de tweemaal geprovoceerd zou hebben. De ‘rekenkamer’ heeft systematisch de zaak vertraagd. De eerste keer was mijn reactie het indienen van vragen. Volstrekt passend in de controlerende taak van een raadslid. Daarna heeft de ‘rekenkamer’ het voor elkaar gekregen dat mijn vragen “eerst en uitsluitend” aan hen beantwoord worden. Leve de democratie! Waarna de ‘rekenkamer’ wederom bijna 2 maanden niets heeft gedaan, nadat zij de opdracht voor de tweede maal had aanvaard. Nu trek ik mij van niemand meer wat aan. Want vanaf het begin heeft vrijwel iedereen (college, raadsmeerderheid, ‘rekenkamer’, GEM, ‘rekenkameronderzoeker’) de vertragingskaart gespeeld. Ik provoceer niemand. Ik doe mijn werk. U mag uw opvattingen hebben.

Ik vertrouw mijn collega’s niet meer nu steeds helderder wordt dat zij het dekken van hun partijgenoten belangrijker vinden dan snel en adequaat onderzoek. Zij hebben mij tevens mijn fundamentele recht op informatie ontnomen.
Ik vertrouw het college in dit kader niet meer. Zij weigeren feitelijk mijn vragen te beantwoorden.
Ik vertrouw de griffie niet meer, want de griffier wist nu al weken dat de ‘rekenkamer’ niets meer deed. Hij deed er een tijdje niets mee.
Ik vertrouw de ‘rekenkamer’ niet meer nu ik weet dat de voorzitter in 1995 benoemd werd tot directeur van de RET. In die jaren kon je in Rotterdam niet benoemd worden door de gemeenteraad op een hoge post als je geen lid was van de PvdA. Juist die club zit tot haar nek in de Bergse-Haven-stront. Met belangrijk betrokkenen zoals een oud burgemeester en een oud wethouder.

Ik provoceer niemand en al zeker niet voor de tweede maal. Ik doe mijn werk. Uw commentaar lijkt begrip te hebben voor de houding van de ‘rekenkamer’ gezien mijn provocaties.

Is dit commentaar misschien geschreven door een (oud) PvdA lid die de betrokkenen heel goed kent, of ben ik nu te wantrouwend?

Bijgaand mijn reactie naar het college op deze ‘provocatie’ van de ‘rekenkamer’.

Ik had de hoop dat BN de Stem in dit kader in staat zou zijn tot objectieve berichtgeving. Uw commentaar bewijst (met uw verwijzing naar mijn tweede provocatie) dat ik daar niet op kan rekenen.

Gelieve mij over dit onderwerp niet meer te bellen. Ik heb niet meer de behoefte om uw redactieleden in dit kader nog te informeren.

Dit was de laatste keer.

Met vr.gr.

Louis van der Kallen
Raadslid in Bergen op Zoom

Mijn pijn zit in de systematische vertragingstactiek van alle betrokkenen. Stap voor stap wordt en is er vertraagd. De RKC liet zich vertragen waar het vermijdbaar was, inclusief het tweemaal in de ring gooien van de schaamlap die RKC onderzoek heet, inclusief het weken onder de pet houden van dat besluit van de RKC door de griffier en de suggestie van de burgermeester tot een nieuw onderzoek.

Ondertussen kom ik tot de conclusie dat Bergen op Zoom werkelijk niets meer te verwachten heeft van een eventueel raadsenquête onderzoek. De commissie(leden) is/zijn wettelijk verplicht om gedurende het onderzoek te zwijgen. Tevens dient zij te functioneren als collectief. Dit onderzoek kan alleen tot een uitkomst leiden dat inzicht geeft in wat er werkelijk is gebeurd als het doel, de zaak tot op de bodem uitzoeken, de wens is van alle deelnemers. Dit is naar mijn stellige overtuiging nu niet het geval. Te veel partijen hebben de wens politieke schade te beperken. (Oud)wethouders, (oud)burgermeesters, partijgenoten lopen feitelijk gevaar als de waarheid boven komt. Vertragen en onder het tapijt vegen lijkt nu het devies.

Ik denk niet dat ik daaraan ga meewerken. Ik denk dat ik mijn handen vrij ga houden om los van de raadsenquête onderzoek te doen, in de hoop dat ik dan beter de feiten wel of niet middels de enquête boven tafel kan halen. Het feit dat er dan iemand in de pot blijft roeren kan wel eens betekenen dat er meer helderheid bereikt wordt in het gebeurde buiten dan binnen de enquêtecommissie. Concurrentie en controle doen immers wonderen.


 

 

Reacties gesloten