Vragen Bergse Haven 3

Bergen op Zoom, 17 oktober 2009

Aan het College van
Burgemeester en Wethouders
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

Betreft: Ex artikel 39 vragen Bergse Haven 3, ons kenmerk LK/90055

Geacht College,

Soms denk ik dat uw brieven wat onnadenkend geschreven worden. Zo ook uw brief kenmerk U09-020833/I09-036785 d.d. 15 oktober 2009. Wat te denken dat uw college mij “graag” informeert dat inhoudelijke beantwoording binnen de door mij gewenste termijn niet mogelijk is? Uw college weet c.q. kan weten dat ondergetekende groot belang hecht aan een snelle en adequate beantwoording. In de systematiek van artikel 39 vragen is uitstel, hoewel ongewenst, denkbaar. Maar uitstel tot wanneer? Uw brief bevat geen datum dat ondergetekende algehele beantwoording wel tegemoet kan zien. Nu lijkt het erop dat uw college beantwoording uitstelt om aan de voorwaarde, gesteld door de rekenkamercommissie, te voldoen en daarmee de bij wet opgelegde controlerende taak van een gemeenteraadslid opzettelijk ondermijnd. Ondergetekende kan begrip opbrengen over het gegeven dat algehele/complete beantwoording mogelijk niet binnen de in artikel 39 gestelde termijn mogelijk is. Maar uw college schijnt geen enkele moeite te doen om zelfs maar tot een gedeeltelijke beantwoording te komen. Bijvoorbeeld de vragen of bepaalde stukken wel of niet in het college behandeld zijn of vragen met betrekking tot de beschikbaarheid van stukken zouden omgaande beantwoord kunnen en derhalve beantwoord moeten worden.
Het gebruik van het woordje “graag” en de afwezigheid van (streef)datum van beantwoording alsmede zelfs maar de toezegging van een voorlopige gedeeltelijke beantwoording laten ondergetekende geen andere conclusie dat uw college onwillig is om zelfs maar enige poging te doen, te komen tot een naleving van de in artikel 39 gestelde termijn. Uw college maakt daarmee het gegeven recht (artikel 155 GW) tot een farce.
Ondergetekende verwacht van uw college een uiterste poging de bij brief van 21 september 2009 gestelde vragen geheel of gedeeltelijk te beantwoorden binnen de daarvoor gestelde termijn. Anders ben ik genoodzaakt op andere wijze verantwoording in de openbaarheid van uw handelen en dat van uw rechtsvoorgangers te bevorderen. Daarbij aannemende dat door mij niet gevonden documenten niet bestaan. Ik zal daarbij niet schromen alles te doen en te laten om die verantwoording te bewerkstelligen.

Uw reactie afwachtend,

Hoogachtend,

L.H van der Kallen

 

Reacties gesloten