Rekenkamercommissie

Bergen op Zoom, 13 oktober 2009

Aan de gemeenteraad
der Gemeente Bergen op Zoom
Postbus 35
4600 AA Bergen op Zoom

Betreft: Brief rekenkamercommissie d.d. 8 oktober 2009, ons kenmerk LK/90050

Geachte collega’s,

Met enige verbazing heb ik kennisgenomen van voornoemd schrijven. Deze brief van de rekenkamercommissie vermeldt “vertrouwelijk!”. Geen enkel wettelijk voorschrift geeft een rekenkamercommissie, noch een rekenkamer het recht om een gemeenteraad over wat voor onderwerp dan ook vertrouwelijkheid op te leggen. Ik stel dan ook voor om de rekenkamercommissie te wijzen op de artikelen 182 t/m 185 van de gemeentewet zodat zij gaat beseffen over welke bevoegdheden zij beschikt en over welke bevoegdheden zij niet beschikt alsmede wat haar taken zijn.
Wat mij hogelijk verbaast en verontwaardigt is de “voorwaarde” die de rekenkamercommissie verbindt aan het hervatten van haar onderzoek naar de Bergse Haven: “dat de door de burgemeester en wethouders te verstrekken inhoudelijke reactie op de door raadslid van der Kallen gestelde vragen eerst en uitsluitend ter beschikking worden gesteld voor het rekenkameronderzoek.” De rekenkamercommissie geeft hier bij blijk van een minachting van rechten van gemeenteraadsleden. Het recht op het bevragen van het college van B&W is een bij wet gegeven recht aan raadsleden (artikel 155 lid 1 van de gemeentewet). Dit recht is nader uitgewerkt in ons reglement van orde en bepaalt middels artikel 39 van dat reglement de termijn waarbinnen beantwoording dient te geschieden.
Het kan niet zo zijn dat het functioneren van een rekenkamercommissie deze rechten zouden kunnen beperken. Het “eerst en uitsluitend” is dan ook een flagrante uiting van minachting van bij wet gegeven rechten van raadsleden die trachten hun controlerende taak inhoud te geven. Het “eerst en uitsluitend” is ronduit stuitend in het licht van het recht op informatie van raadsleden en het publiek inzake een zaak van groot belang voor het openbaar bestuur der gemeente Bergen op Zoom.

Het beëindigen van het onderzoek door de rekenkamercommissie en de brief van 8 oktober is voor de BSD-fractie reden uw raad te verzoeken, te komen tot een heroverweging van onze betrokkenheid bij de ‘rekenkamer West-Brabant’. Voornoemd instituut geeft geen inhoud aan de rekenkamerfunctie, zoals de wetgever deze bedoeld heeft.
Een rekenkamer of rekenkamercommissie wordt geacht het gemeentebestuur te ondersteunen in haar controlerende taak. Feit is dat de rekenkamercommissie West-Brabant belemmeringen opwerpt voor raadsleden die zelfstandig de controlerende taak trachten inhoud te geven.

Met vriendelijk groet,

Louis van der Kallen

 

Reacties gesloten